Van muffe lucht kan een mens lyrisch worden

De geur van gemaaid gras vermindert stress, maar zelf houdt Jelle Leenes meer van kerosine en van sloten. Hij ging op zoek naar typisch Nederlandse geuren en schreef er Hollandse luchten over.

In zijn dorp Molenrij, bovenin Groningen, hangt de grondige geur die regen uit de aarde omhoog haalt. Zavel, zegt Jelle Leenes (60): het mengsel van zand en klei waaruit de bodem hier bestaat. 'Zelfs uit huis krijg ik die muffe geur soms nauwelijks weg.'


Buiten ruikt het naar regen op asfalt, naar schapenkeutels en naar dieseldampen als er bestelbusjes voorbij rijden. Van achter de dijk komt de geur van de Waddenzee aanwaaien. En het ruikt er naar gemaaid gras, dat nat in de berm ligt.


Gemaaid gras: een evergreen op het gebied van lievelingsgeuren, schrijft Leenes in zijn nieuwe boek Hollandse luchten. In romans en gedichten wemelt het van de warme herinneringen aan de geur van gemaaid gras. Misschien omdat, zo bleek uit Australisch onderzoek, die geur stress vermindert. Niet voor niets bestaan er in Engeland tennisballen met grasgeur.


Het mag zo zijn, zelf heeft hij weinig met de geur van gemaaid gras, vertelt Leenes. Hij houdt meer van kerosine en van sloten. De voormalige ANP-journalist en Metro-hoofdredacteur ging zijn neus achterna en speurde naar typisch Nederlandse geuren.


Nou, zeg het maar: hoe ruikt Nederland?


'Ik begin met Amsterdam. Daar kom ik vandaan. Het ruikt er sterk naar vis, door de haringkarren. Typisch Nederlands, die karren. Buitenlanders valt ook de geur van wiet op. En de geur van veenbodem is onmiskenbaar: de lucht van modder en slijk, van amalgaam, komt uit de grachten omhoog. Verder hangt er in de steden een barbecuelucht, door de kebab- en shoarmazaken.'


Ruiken de andere steden anders dan Amsterdam?


'Ja. Steden als Den Haag, Leiden en Haarlem zijn geurlozer dan Amsterdam, waar de modderlucht meer opwelt uit de grachten dan elders. In Rotterdam ruikt het naar industrie. In Utrecht is de geur van de koffiebranderij van Douwe Egberts niet te missen.'


En het platteland?


'Vincent Bijlo wees me er heel terecht op dat het Nederlandse platteland naar mest en naar gier ruikt. En naar gras. Daar zou je tegenin kunnen brengen dat het in andere landen ook naar gras ruikt. Maar hier is het toch anders. Vochtiger.'


Ruikt iedere streek anders?


'Daar heb ik geen kijk op. Wat ik wel weet: de veengebieden ruiken heel speciaal, naar water met riet. Ze ruiken muf. Het gekke is dat mensen van die muffe geur lyrisch kunnen worden. Ze willen zo'n geur niet in hun huis, maar buiten vinden ze het een topgeur, omdat hij bij het land hoort.'


Waar moeten buitenlanders naartoe als ze echt Nederlandse geuren willen ruiken?


'Naar Gouda. Daar is de stroopwafel uitgevonden. Nederlanders zelf eten gemiddeld twintig stroopwafels per jaar, en in het buitenland staan we bekend om deze koeken. Hollandser dan de stroopwafelkraam kan niet. Bovendien is er in de buurt van Gouda veel water en gras.'


In uw boek staat het verhaal van een expat in China, die van enkele Chinese vriendinnen het verwijt krijgt dat hij, meer dan hun landgenoten, ruikt naar zweet. Hebben Nederlanders inderdaad een specifieke lichaamsgeur?


'Het zou kunnen dat Nederlanders meer dan Aziaten uit hun oksels ruiken, maar aan de andere kant: lichaamsgeuren zijn taboe in Nederland, net als in andere westerse landen. Je kunt Nederlanders dus eerder herkennen aan de parfum die ze gebruiken. Die is gemiddeld genomen anders dan in het buitenland. Nederlanders kiezen bloemige geuren, terwijl Duitsers zich bijvoorbeeld hullen in de zwaardere, muskusachtige parfums. Zij vinden ons naar zeep ruiken.'


Kun je ruiken uit welke streek iemand komt?


'Iemand van het parfummuseum in Noord-Holland vertelde me dat er inderdaad verschil is. Het viel haar op dat Friezinnen minder parfum gebruiken en de neiging hebben om steeds voor hetzelfde vertrouwde merk te kiezen. Vrouwen uit de Randstad zijn modebewuster. Ze kiezen ieder seizoen een nieuwe geur.'


Geur heeft een directe lijn met het geheugen, schrijft Leenes. Hij geeft een voorbeeld uit de roman A la recherche du temps perdu, van de Franse schrijver Marcel Proust.


De hoofdpersoon doopt een typisch Frans Madeleine-cakeje in kamillethee en voilà: de smaak en vooral de geur van het natte deeg brengen hem ineens terug naar zijn jonge jaren. Intuïtief begreep Proust wat onderzoekers pas decennia later zouden ontdekken: dat de menselijke reukzin een even primitief als cruciaal zintuig is met een directe verbinding naar de hersenen. In het bijzonder naar dát deel van het brein dat te maken heeft met emoties en herinneringen en waar zich het langetermijngeheugen bevindt.


Heeft u ook wel eens meegemaakt dat geuren sterke herinneringen oproepen?


'Ja, ik heb dat heel erg met kerosine. Ik woonde als klein jochie in Amstelveen, en daar rook ik die lucht, iets zwaarder dan benzine, heerlijk. Als ik nu kerosine ruik, zie ik nog hoe ik daar in de buurt van Schiphol rondloop. Het eerste vliegtuigje van Martinair staat in mijn herinnering op de landingsbaan. Ik had thuis zelfs een model van dat toestel.


'Zo'n sterke herinnering heb ik ook bij de geur van linoleum. Dat ruikt heel sterk naar school voor mij. Ik zie mezelf zitten tussen de paters en de broeders in hun pijen.'


Linoleum, dat is een geur die je nu niet veel meer ruikt.


'Er zijn veel geuren die verdwijnen. Het was voor mij een van de redenen om dit boek te schrijven. Oudere mensen bewaren bijvoorbeeld ook sterke herinneringen aan Vim, een schuurmiddel. Dat wordt nauwelijks meer geleverd. Groene zeep, net zo. En ook de geur van bruine kroegen was bijna ter ziele: het rookverbod vormde de doodsteek voor dat mengsel van rook en verschraald bier.


'Zelfs de geur van gebakken brood, onze favoriete geur nog wel volgens het Voorlichtingsbureau Brood, wordt bedreigd. Broden komen steeds meer uit de fabriek. Al is het geen toeval dat er in supermarkten nu broden worden afgebakken. Kennelijk zijn we toch aan die geur gehecht.'


Wat komt er voor die verdwijnende geuren in de plaats?


'De toekomst zal steeds geurlozer worden. Er is minder te ruiken. Alle producten zijn verpakt. In een supermarkt ruik je geen vlees meer. Wat je ruikt, is grotendeels kunstmatig: geuren die de neuzen bij de parfumindustrie ons door de strot duwen. Net als bij voeding wordt ons een eenheidsworst aan geuren voorgeschoteld.'


Onze neus houdt gelijke tred. We ruiken steeds slechter. Is het erg als we niet meer kunnen ruiken?


'Het zou doodzonde zijn. Het leven zou er vlakker en saaier van worden.


'Bovendien is niet ruiken gevaarlijk. Je ruikt geen gas meer, waar juist een luchtje aan is toegevoegd zodat we het opmerken. Of brandlucht. En als vlees of iets anders ligt te rotten, word je niet gewaarschuwd door je neus.


'De neus is een onderschat zintuig, zei ook Vincent Bijlo. Als blinde is hij extra op zijn neus aangewezen. Hij gebruikt hem veel intensiever dan wij. Om de weg naar de frietkraam op een onbekend station te vinden, bijvoorbeeld.


'Mensen die niet ruiken, merken ook dat ze het op sociaal vlak moeilijk hebben. Geuren zijn een geliefd onderwerp van gesprek. En ze weten niet hoe ze zelf ruiken, dus ze gaan soms drie keer per dag onder de douche omdat ze bang zijn dat ze stinken. Ik vind het gek dat voor deze groep geen naam bestaat. Noos, wordt wel eens voorgesteld. Of niksneuzen, maar dat klinkt niet erg vriendelijk. Het zou mooi zijn als iemand zich eens aan een goed woord voor deze mensen zou zetten.'


U beschrijft dat geurdeskundigen in het bedrijfsleven druk bezig zijn met het 'componeren van nieuwe geuren'. Ze hebben daarvoor zelfs een geurtaal ontwikkeld, om spraakverwarring te voorkomen. Welke geur zou u willen maken?


'In ieder geval geen bloemige geur, eerder iets zwaarders. Maar het liefst zou ik een universele geur willen maken die mensen in een prettige stemming brengt. Een wat hallucinerende geur, zoals wierook, die ervoor zorgt dat mensen het leven iets minder zwaar nemen. Opwekkend en tegelijkertijd verdovend.'


Zou dat kunnen, zo'n geur die gedrag beïnvloedt?


'Jazeker. Een simpel voorbeeld is pas gemaaid gras: daar word je blij en ontspannen van. Mij stemt ook de geur van paarden en hun tuig prettig: leer met paardenzweet.


'De geurindustrie maakt gretig gebruik van dit gegeven. Op allerlei manieren wordt geprobeerd de stemming van mensen te beïnvloeden. Er bestaat nieuwe-autospray om tweedehands auto's als nieuw te laten ruiken. Ook is geprobeerd om een bepaalde geur in vliegtuigen te verspreiden, om vliegangst tegen te gaan. In Japan is het heel gewoon om geuren in bedrijven en kantoren te verspreiden. En in Nederland gebruiken veel mensen in huis al Brise in plaats van een bloemetje.


'Jammer vind ik dat, overal geur. Ik blijf liever bij de oorsprong: ik wil de bron van de geur kunnen herkennen. Braadlucht op Hemaworst, dat is verlakkerij.'



CV Jelle Leenes

28 juni 1950


Geboren te Amsterdam


1973-1997


Verslaggever, chef en adjunct-hoofdredacteur bij het Algemeen Nederlands Persbureau


1997-1998


Correspondent in Frankrijk


1998-2002


Hoofdredacteur Metro


2002-heden


Publicist, columnist en freelance interim-manager, o.a. Omrop Fryslân, Het Waterschap, Provincies, Noorderbreedte


2007


Publiceert Einde weg, over mensen die aan een doodlopende weg wonen


2010


Publiceert Hollandse luchten


Meer over