Van misdaad naar misdaad

Leent de Nederlandse werkelijkheid zich steeds beter voor verfilming? Regisseur Pieter Kuijpers was 24 toen de gebeurtenissen rond de Bende van Venlo zich openbaarden....

Door Anne van Driel Jan-Pieter Ekker

Het was stil op de Klagenfurtlaan, die dinsdagavond, februari 1994. Alleen vanuit de verte klonk zacht de hoempapa-muziek van de binnenstad door. Venlo feestte. Vierde het traditionele hoogtepunt van het carnaval. Maar op de wat afgelegen Klagenfurtlaan heerste rust. Frenkie P. en Sanny P. parkeerden er hun Opel Record.

Hun gorillapakken, gehuurd voor later die avond, hadden ze vast aangetrokken. De bijbehorende apenmaskers bleven op de achterbank. Het duo had eerst nog een klusje te doen, voordat ze zich zouden storten in het feestgedruis.

Ze waren getipt: een bejaard echtpaar, beiden van in de tachtig, bewaarde in weckflessen in de kelder hun spaargeld - 35 duizend gulden bij elkaar. Sanny (17) droeg zijn honkbalknuppel; Frenkie (22, met broodmes) sommeerde zijn vriendinnetje Astrid buiten te blijven wachten: 'Het duurt niet lang'.

Het echtpaar op de Klagenfurtlaan zouden de laatste slachtoffers zijn van 'de Bende van Venlo' - de groep van veelal jonge gangleden, die tussen carnaval 1993 en carnaval 1994 een spoor van dood en verderf door de Limburgse grensstreek trok. Wat de achtergrond van de daders was, en hoe omvangrijk hun misdaden, kwam tijdens de verhoren aan het licht. Druppelsgewijs. Zeven (bewezen) moorden. Nog zeker 250 andere, ernstige misdrijven.

Regisseur Pieter Kuijpers was toen vierentwintig. De geschiedenis maakte diepe indruk op hem. Hij kénde Venlo. Van nabij. Groeide op in buurdorp Tegelen. 'En dan: moord in een klein dorp. De reikwijdte was niet in een keer duidelijk. Het ontrolde zich. Langzaam ontstond een verhaal. Ik dacht: dit is The Godfather in Venlo.'

Maar Kuijpers, die na drie keer te zijn uitgeloot voor een studie diergeneeskunde, nog maar net aan film- en televisiewetenschappen in Utrecht begonnen was, dacht óók: 'Dit gebeurt tien jaar te vroeg. Hier gaat iemand anders een film over maken. Maar dat gebeurde niet.'

Drie jaar geleden waagde Kuijpers er zich dan ook zelf aan. Van God los! - zijn speelfilmdebuut - gaat vandaag in première. De film verhaalt over de twee hoofdfiguren van de Bende van Venlo. Over Frenkie P. (Maikel in de film, gespeeld door Tygo Gernandt), een inbreker, praatjesmaker, telg uit een a-sociaal gezin uit de Venlose volkswijk Gennooy. En over diens boezemvriend Sanny (Stan, vertolkt door Egbert Jan Weeber). Een stille jongen uit een gegoed milieu - moeder advocate, vader internist.

Voor het scenario tekende Kuijpers aanvankelijk zelf (eerder schreef hij onder meer de tv-serie Finals). Later vroeg hij er Paul Jan Nelissen bij, schrijver van onder meer de TROS-serie Fort Alpha. Samen werkten ze 'vijf dikke ordners' krantenartikelen door. Lazen rechtbankverslagen. Bekeken video's. Kuijpers interviewde in een eerder stadium rechercheurs en sprak met advocaten.

Grondige research, zegt Nelissen. 'Want wat we tamelijk precies hebben willen volgen, is wat er op de plaatsen van delict is gebeurd.' Tot in het kleinste detail soms: wanneer Stan met Maikel zijn eerste roofoverval pleegt, klungelt hij zenuwachtig met de rol plakband, waarmee hij zijn slachtoffer moet knevelen, maar waarvan hij het eerste stukje niet loskrijgt.

En nadat de door hem met een honkbalknuppel bewerkte man om een ambulance kermt, en Maikel hem een nekschot geeft, citeert Stan vrijwel letterlijk uit een getuigenverklaring: 'Godverdomme, als-ie niet zo had gezanikt, had ie nu nog geleefd.'

De omstandigheden kloppen aardig, vindt Nelissen: 'Maar wat erachter ligt - de motieven, hoe de karakters zich tot elkaar verhouden - dat hebben we puur verzonnen.' 'Ik heb alles zo ver uitgezocht, dat ik ongeveer wist wat ik wilde weten', zegt Kuijpers. 'Niet tot op het bot.' Een correcte weergave van de werkelijkheid streefde hij niet na. 'Het echte verhaal is te complex om te verfilmen, iedereen zegt iets anders. Het is een juridisch ingewikkelde zaak. En het ging mij ook niet om de misdaad - dat is Baantjer. Het gaat mij om de verhalen daarachter.'

Om het verhaal van Stan vooral, uit wiens perspectief de film verteld wordt. Toen het verhaal van de Bende van Venlo langzaamaan bekend was, zegt Kuijpers, vroeg iedereen zich af hoe Sanny, een jongen uit een heel ander milieu, tot zoiets kon komen. 'Ik denk: dat is helemaal niet zo moeilijk, ik herken wel iets in hem.' Sanny groeide op in een afstandelijk gezin, met zijn stiefvader wilde het niet erg boteren. Zijn echte vader, die op vroege leeftijd overlijdt, bezoekt hij in het geniep.

Diepe genegenheid voelt de Stan in de film alleen voor Maikel, de onaantastbare tegen wie hij opkijkt, en met wie hij zweert 'wat jou gebeurt, is wat mij gebeurt'. Gevoelens ontwikkelt hij ook voor Maikels vriendinnetje Anna (Angela Schijf), door wie Stans blik op zijn boezemvriend langzaam verandert. 'De vriendschap tussen die drie', zegt Kuipers, 'dat is waar Van God los! voor mij over gaat. Een vriendschap die gevaarlijker is dan wapens. Die vriendschap brengt hen in gevaar, niet een pistool.'

Van God los! is een tamelijk zeldzaam verschijnsel in de Nederlandse filmtraditie, zegt Toine Berbers. Hij is directeur van het Filmfonds dat overheidsubsidie over films verdeelt. 'De Nederlandse cinema mag dan als sociaal-realistisch bekend staan, ze steunt toch vooral op boekverfilmingen, en minder op de actualiteit.'

Toch komt daar voorzichtig verandering in, constateert Berbers. Verschillende regisseurs broeden op de verfilming van de Molukse treinkaping; regisseur Gerrit Verhagen is bezig aan een film over de in 1991 geliquideerde crimineel Klaas Bruinsma. Theo van Gogh schaaft met Thomas Ross aan het scenario over de moord op Pim Fortuyn.

En Pieter Kuijpers en Paul Jan Nelissen willen na Van God los! werken aan de verfilming van de roof bij Gassan Diamonds, waar een medewerker twintig miljoen aan diamanten in een magnetrondoos het pand wist uit te smokkelen.

'De meest voor de hand liggende reden daarvoor is dat de Nederlandse werkelijkheid zich meer is gaan lenen voor verfilming', aldus Berbers. 'Die is de afgelopen tijd wel wat wilder geworden.' Maar belangrijker is dat het iets makkelijker wordt financiering voor dergelijke films los te krijgen, denkt hij. 'Voorheen dachten financierders bij een goedlopende film vaker: kom, we nemen een bekend boek.'

Bij sommige producenten mag dan schroom leven voor films met een documentaire inslag, zegt Hein Schütz, die samen met Alma Popeyus het scenario voor De Enclave schreef, een tv-film over de val van Srebrenica, en nu werkt aan een film over de IKON-journalisten die in 1982 in El Salvador werden vermoord. 'Maar Nederlandse filmmakers hebben zelf ook last van koudwatervrees.'

Met belangstelling volgt Schütz daarom de ontwikkelingen in Engeland en Amerika, waar de filmmakers volgens hem vaker de recente geschiedenis in beeld brengen. 'Ook bij criminele zaken. Ik denk dat dat iets te maken heeft met het rechtssysteem in die landen. Daar ligt alles veel meer op tafel, rechtszaken worden live op televisie uitgezonden, rechtbankverslagen zijn openbaar. In Nederland gaan we daar omzichtiger mee om. De privacy van verdachten staat hoog in het vaandel. Ik denk dat iets van die voorzichtigheid is doorgesijpeld bij het maken van films.'

Wat op zich niet vreemd is, vindt Schütz. 'In dit genre ben je moreel verplicht om de feiten te laten kloppen. Als je betrapt wordt op feitelijke onjuistheden, is de fictieve laag die je daar over heen hebt gespannen, de beweringen die je daarin doet, ook niks meer waard.' Van een scenarioschrijver vergt dat twee talenten: 'Je moet dramaturg zijn, maar ook een soort journalist. Dat is soms een wankel vlak. Dit soort films gaan toch vaak over mensen die nog leven.'

En dan kan de werkelijkheid soms ruw je filmproject doorkruisen. Lodewijk Crijns bijvoorbeeld, was jaren bezig met Ronnie W., een film over de Slag bij Beverwijk - een confrontatie tussen Ajax- en Feijenoordsupporters waarbij op 23 maart 1997 langs de A 9 bij Beverwijk F-sider Carlo Picornie werd doodgeslagen. Crijns en producent Rolf Koot (De Enclave) kregen medewerking uit alle hoeken: het Filmfonds gaf geld, de NPS was geïnteresseerd. Maar de naaste vrienden en familieleden van de mensen waarover het script ging, gaven geen toestemming. Zij lieten ook weten dat Crijns het niet in zijn hoofd moest halen hun verhaal te verfilmen. Uit veiligheidsoverwegingen schroefde de regisseur het naamplaatje van zijn deur.

Van dergelijke belemmeringen hebben Kuijpers en Nelissen bij Van God los! geen last gehad. De burgemeester van Venlo wilde weliswaar geen medewerking verlenen aan opnamen in zijn gemeente, uit piëteit met de nabestaanden, maar dat bleek eenvoudig op te lossen: 'Een huis in Appingendam kan best voor een huis in Limburg doorgaan.' Ook de advocaat van Sanny P. laat weten geen stappen tegen de film te zullen ondernemen. 'Dat zou alleen maar oude wonden openrijten, en daar heeft niemand behoefte aan.'

Toch hebben Kuijpers en Nelissen wel 'geworsteld'. Tussen soms tegengestelde eisen die de werkelijkheid en de wetten die de dramaturgie aan een film stelt. Nelissen: 'De grote moeilijkheid: om goed drama te maken hebben de gebeurtenissen een verband met elkaar nodig. Terwijl ik stellig de indruk heb dat Sanny en Frenkie at random bezig waren, van misdaad naar misdaad zijn geëscaleerd.' Van de talloze moorden die de Bende van Venlo zegt te hebben gepleegd, zijn er daarom maar drie explicitiet in beeld gebracht. Nelissen: 'Niet dat de shock daar minder om zijn, maar je speelt toch met het gevaar dat je het kleiner maakt dan het is.'

Ook voor de afloop van de film, besloten Kuijpers en Nelissen, moest de werkelijkheid aan dramatic purposes worden aangepast. In Stan flakkert uiteindelijk toch iets van goedheid op, hij gaat gelouterd de dood in. Kuijpers: 'Na alles wat ik over Sanny gelezen heb, geloof ik ook echt dat hij spijt heeft. Al laat ik Stan in de film volhouden van niet. Met een katharsis, zo moest het eindigen. Je stuurt het publiek niet naar huis met alleen maar ellende.'

Meer over