Van Manen schept oase tussen verdorde werken

Three Pieces for HET, van Hans van Manen, door Het Nationale Ballet. Reprises: Etudes (Lander), Voor, tijdens en na het feest (Van Schayk)....

ISABELLA LANZ

Zo transparant als de coulissen van vormgever Keso Dekker zijn, zo ijl oogt ook het slotduet van Three pieces for HET waarmee Hans van Manen na tien jaar als choreograaf bij Het Nationale Ballet terugkeert.

Arvo Pärts compositie Psalom leent zich goed voor ragfijne danskunst, en Van Manen wekt de indruk de comtemplatieve klanken in dit adagio-duet zelfs nog uit te rekken. Vertraagd en verstild draaien solisten Sofiane Sylve en Gaël Lambiotte om elkaar heen, alsof ze in het luchtledige verkeren. Als er sprake is van liefde, dan is die de erotiek ontstegen.

In het daaraan voorafgaande duet is de relatie meer down to earth, onstuimig haast. Aangespoord door het stuwende Illusion for strings van Erkki-Sven Tüür, daagt de man de vrouw uit met krachtige draaien, of door plompverloren op de grond te gaan liggen. Dat vraagt om antwoord, weten we sinds Twylight.En dus verankert Sylve haar standbeen stevig in de aarde, en priemt haar vrije been richting hemel. Even later klimt ze overeind op haar spitzen, zacht ondersteund door haar partner. Alsof Van Manen de spitzendans herontdekt.

Minder inspirerend is het eerste deel, op Adams bewerking van Busoni's Berceuse Elégiaque. Dit kleine ensemblestuk staat wat los van de twee aaneensluitende duetten. Twee mannen in zwarte latex tenues cirkelen driftig om een gesloten ensemble van zes vrouwen. Beurtelings voeren zij de danseressen mee in korte duetten, die slechts een opmaat vormen tot grotere.

Van Manen koos dansers uit de jonge garde. Zij moeten het gezelschap in de toekomst nieuw elan geven. Voor één van hen telt dat niet meer: Marieke Simons vertrekt naar elders. Maar onder de aspiranten gloort Laura Benningshof als nieuw en overtuigend talent.

In dit aan Rachel Beaujean opgedragen ballet is het vooral Sofiane Sylve die de show steelt. Deze jonge danseres is van een internationale klasse en allure, en toont hier dat ze zich naast het romantisch klassieke repertoire en Balanchine's werk, ook Van Manens specifieke stijl eigen kan maken.

Three Pieces for HET vormt in dit programma een oase temidden van twee oudere, deels verdorde werken. Saai is vooral Etudes (1948) van de Deense choreograaf Harald Lander. Anno nu blijkt dit groepswerk zelfs vanuit museaal oogpunt amper de moeite waard. Gezet op een (hoempa) orkest-bewerking van Czerny's piano-etudes is Etudes louter een demonstratie van de 19de-eeuwse Deense Bournonville-school waaruit Lander voortkomt. Specialiteit daarvan is een lichte, tevens aardse manier van dansen met accenten op snel en briljant voetenwerk.

Een weerzien met gemengde gevoelens was Toer van Schayks Voor, tijdens en na het feest uit 1972. Hij zette zijn tweede werk op een in opdracht gemaakte compositie van Gilius van Bergeyk, Opwaartste Wegen, dat nadien het predikaat onspeelbaar kreeg. Passend bij het thema van het dansstuk, een wachten op de naderende ondergang door een grote groep feestgangers, is zijn compositie wel. Spannend wordt de traag opgebouwde choreografie pas tegen het einde, wanneer de zeven, als aartsengelen aangeduide dansers de vrouwen met schetterende bazuinen regelrecht de hel in blazen.

Isabella Lanz

Meer over