Van Kanado tot Koreio

Esperantisten uit zestig landen komen deze week bijeen op het Universala Kongreso de Esperanto in Zagreb, om elkaar en de wereld te laten zien dat de 'plantaal' van Dr....

door Erik van den Berg

KIEKJES van bebaarde mannen met bolhoeden. Een tabakspijp met zilverbeslag en inscriptie. Beduimelde pamfletten ('Warschau, 1887'), bewaarnummers van het maandblad Monato, en wat incourant kleingeld, in waarden van 1 tot 25 steloj (sterren). Nee, een erg opwindende aanblik bieden de vitrines in het Esperanto Museum te Wenen niet.

De bezoeker die eerst de lange stenen trappen van de Hofburg beklimt, aanbelt bij een gesloten deur op de hoogste verdieping en vervolgens in de ietwat drukkende stilte de uitgestalde schatten bewondert, komt licht tot de conclusie dat het afgelopen is met het Esperanto, de idealistische 'plantaal' die ruim honderd jaar geleden werd bedacht door de Poolse oogarts Lodewijk Lazarus Zamenhof.

Maar Mag. Helga Farukuoye, de bibliothecaris van het Internacia Esperanto-Muzeo, ervaart dat anders. Achter de tentoonstellingszaal, in haar voor museumbezoek verborgen, over de stad uitkijkende kantoor, hoort Esperanto tot de gewone praktijk van de dag, met alle telefoon- en e-mailverkeer van dien.

Farukuoye, een doortastende Weense op gezondheidssandalen, is al een leven lang in de greep van de Plansprache. Ze spreekt de taal dagelijks, geeft grammatica- en conversatielessen en overziet vanuit haar kraaiennest in de Hofburg een netwerk van internationale contacten, die alle draaien om de bestudering, archivering en verdere verspreiding van 'Zamenhofs geschenk'.

De bibliothecaris houdt kantoor in een historisch monument: direct onder de groengouden koepel van het paleis van Frans Jozef I, de laatste Habsburgse keizer. Het even chique als sobere postadres ('Michaeler Kuppel, Hofburg') geeft het centrum ondanks zijn over de grenzen reikende ambities een typisch lokale, Weense toets. Het benadrukt ongewild dat het Esperanto eerder een glorieus verleden, dan een stralende toekomst heeft.

Het museum is sinds 1929 in de Hofburg ondergebracht, toen de privé-verzameling van Hofrat Hugo Steiner, een vooraanstaand esperantist, werd opgenomen in de Oostenrijkse Nationalbibliothek. Sindsdien is de collectie uitgegroeid tot de grootste vakbibliotheek ter wereld op het gebied van Esperanto en interlinguïstiek. Farukuoye beheert meer dan 25 duizend boeken, zo'n 40 duizend vlugschriften en talrijke brieven en manuscripten. Een belangrijk deel van haar taak bestaat uit het aanleggen van een elektronische databank, de Trovanto, die het mogelijk maakt de catalogus via internet te raadplegen.

Dat Esperanto onverminderd actueel is, staat voor haar vast. 'Zie de discussie over de rol van de kleine talen in de Europese Unie, de groeiende behoefte aan een niet-cultureel belaste lingua franca - de mogelijkheden zíjn er. Of de politiek ze wil aangrijpen, blijft natuurlijk een andere vraag.'

In deze weken wordt haar aandacht opgeëist door de voorbereidingen voor het grote Esperanto-congres in Zagreb (21 tot en met 28 juli), waar esperantisten uit de hele wereld willen laten zien dat hun taal nog steeds bestaat. 'Het is een belevenis om met zoveel gelijkgestemden samen te komen', zegt Farukuoye. 'Zo'n congres biedt een geweldige gelegenheid nieuwe contacten op te doen. Het enige probleem is dat het zoveel voordrachten en discussies biedt, dat je nauwelijks kunt kiezen.'

Aan de Nieuwe Binnenweg in Rotterdam, in het hoofdkwartier van de Universala Esperanto-Asocio, is directeur Pasquale Zapelli zijn koffers aan het pakken. Met honderd Nederlandse esperantisten reist hij deze week af naar het congres in 'Zagrebo', dat door de UEA wordt georganiseerd.

Zapelli schat dat ruim tweeduizend bezoekers uit zestig landen elkaar in de Kroatische hoofdstad zullen treffen - van Kanado en Koreio tot Svedio en Swislando. Nederlando is traditioneel ruim vertegenwoordigd, maar volgens de Italiaanse UEA-directeur, die goed Nederlands spreekt ('esperantisten hebben van huis uit belangstelling voor andere talen'), is de groei in Europa de afgelopen decennia 'gestabiliseerd'. Dat het aantal esperantisten toch toeneemt, schrijft hij toe aan de belangstelling in Latijns-Amerika en Azië - en dan vooral in regio's waar het Engels wordt geassocieerd met Amerikaanse hegemonie.

'Esperanto is neutraal. Wie Engels of Frans als tweede taal leert, komt in aanraking met een culturele lading, die niet altijd als gewenst wordt ervaren. De eigen cultuur kan erdoor worden weggedrukt. De opkomst in China valt mede daaruit te verklaren. Die komt echt niet doordat Engels voor Chinezen zo moeilijk is.'

Eind negentiende eeuw werd Esperanto omarmd door socialisten, pacifisten en andere wereldverbeteraars, die in de eenvoudig te leren 'universele' taal een middel zagen tot verbroedering van rangen, rassen en nationaliteiten. Dat 'interna ideo', het innerlijk ideaal, speelt ook nu nog een rol, zegt Zapelli. 'Veel esperantisten zijn overtuigd van het bestaansrecht van een neutrale taal. Maar wij zijn idealistisch, niet naïef. Niemand gelooft nog dat de wereld een paradijs wordt als wij elkaar allemaal verstaan.'

Volgens de UEA-directeur gaan velen naar Zagreb om 'gewoon' vakantie te vieren. 'Er zijn seminars en serieuze bijeenkomsten van vakorganisaties. Maar daarnaast brengen we een uitgebreid cultureel en toeristisch programma, met uitstapjes en zo. Jongeren leren vaak Esperanto omdat ze vrienden willen maken en dan gratis in het buitenland kunnen overnachten.'

Helga Farukuoye ziet in dat laatste een bewijs dat de taal, los van wellicht achterhaalde hogere idealen, 'op het persoonlijk vlak' uitstekend functioneert. 'Voor veel bezoekers in Zagreb is dat ruimschoots genoeg.' Zelf voelt zij het anders. Ze leerde het Esperanto als driejarig kind spreken en vanaf haar negende beheerste ze de taal ook in schrift. 'Ik heb daar nooit iets merkwaardigs aan gevonden. Het sprak vanzelf. Mijn ouders gebruikten thuis ook Esperanto, als ze niet wilden dat iemand meeluisterde.'

Haar vader was de taal als weeskind bijgebracht. In de oorlog werd hij als Wehrmachtsoldaat in een Tsjecho-Slowaaks provinciestadje gedetacheerd. 'Daar kwam hij op het spoor van een Tsjechisch sprekende esperantist. Hij belde aan, die man schrok zich een ongeluk: een Duits uniform voor de deur! Maar mijn vader haatte de oorlog. Zodra hij Esperanto sprak, viel het wantrouwen weg.

'Die Tsjechische man heeft toen een zeer groot risico genomen. Hij vertelde dat volgens de Engelse radio Stalingrad voor de Duitsers zo goed als verloren was. Dat had hem het leven kunnen kosten, want op luisteren naar een Feindsender stond de doodstraf. Mijn vader is die blijk van vertrouwen nooit vergeten. Toen hij in '45 terugkwam in Wenen, is hij mij en mijn moeder meteen Esperanto gaan leren.'

Farukuoye heeft het zendingswerk voortgezet. In de jaren tachtig vertrok ze met haar Nigeriaanse echtgenoot voor vier jaar naar West-Afrika, om er Frans te doceren aan een college. 'Ik bood ook privélessen Esperanto aan. Die trokken al snel meer studenten dan mijn cursus Frans. U moet weten dat in Nigeria 400 talen worden gesproken. In de hoofdtalen Yoruba en Hausa vind je niet één gemeenschappelijke term, of het moet een Arabisch of Engels leenwoord zijn.

'Na gut, zult u zeggen: dan leren ze Engels. Maar nog geen 20 procent van de Nigerianen beheerst het Engels. En ik heb meegemaakt dat een veelbelovende student examen moest doen in Londen. De schriftelijke opgave ging hervorragend, maar toen het mondelinge deel kwam, kon híj de vragen niet verstaan en de examinator verstond hém niet. Kortom: Engels als lingua franca is een utopie.'

In haar domein in de Hofburg leidt ze het bezoek langs schappen vol vertaalde en oorspronkelijke literatuur. Aan de wand hangt het symbool van de beweging: een groene vlag met een vijfpuntige ster - groen als de kleur van de hoop, de ster verbeeldt de vijf werelddelen. De meeste boektitels zijn voor een niet-esperantist makkelijk te begrijpen: Hamleto, Ifigenio en Taurido, Taglibro de Anne Frank, Dante's La Dia Komedia en Milito kaj Paco van Lev Tolstoj, die, zoals elke esperantist weet te vertellen, in de geliefde kunsttaal converseerde met zijn Franse secretaris Victor Lebrun.

Nog meer kasten: Esperanto in braille, kookboeken, jeugdverhalen en strips (Kuifje heet Tincjo) en rijen naslagwerken, die getuigen van een negentiende-eeuwse grondigheid, zoals het dertien dikke delen tellende Fachwörterbuch der Eisenbahn.

Het laatste kastje zit op slot. Farukuoye kijkt verontschuldigend: 'Nu ja, er worden ook erotische romans in Esperanto geschreven.' Wat volgens haar maar bewijst dat het een levende, elastische taal is - net zoals jongeren een eigen equivalent van internet- en turbotaal hebben ontwikkeld.

Esperantisten zijn geen engelen, zegt Pasquale Zapelli. 'Ze zijn het over heel veel dingen niet eens. Maar racisten of extreme nationalisten zul je bij ons niet tegenkomen. Die hebben geen boodschap aan een gemeenschappelijk ideaal.'

Meer over