VAN JISKEFET TOT PODHORETZ

DE ZONDAGAVOND wordt steed leuker. Eerst is er natuurlijk Studio Sport, dat alleen al de moeite van het kijken loont vanwege de wekelijkse afgang van de godenzonen van Ajax....

Daarna volgen de grote aanwinst voor de publieke omroepen BNN (bedankt Aad Nuis) en het humoristische hoogtepunt van de week Toen was geluk heel gewoon, waarna we in opnieuw Studio Sport kunnen genieten van de zoveelste vernedering van Louis de Verschrikkelijke.

Na zoveel televisieplezier durf je wel eventjes naar de VPRO over te schakelen, in de hoop dat die twee uur durende documentaire over schoenpoetsers in Mali of mijnwerkers in Kaukasië net is afgelopen. Afgelopen zondag hoefde je maar een paar minuten Wim de Bie te doorstaan om zowaar een heel aangename verrassing te beleven, namelijk een gesprek met Norman Podhoretz.

De, in Nederland slecht bekende, strijdlustige reactionair werd ondervraagd door Paul Scheffer, die zich met zijn internationale oriëntatie, benijdenswaardige talenkennis en hoffelijke benadering van VIPs steeds meer ontpopt als de Ivo Niehe van de VPRO. Het was een beschaafd gesprek, waarin we Podhoretz leerden kennen als een vriendelijke oude baas met een sympathieke liefde voor de VS en een even sympathieke afkeer van het communisme.

Gelegenheid om uiting te geven aan zijn vooroordelen kreeg hij nauwelijks. Hij mocht niet uitleggen hoe hij huivert bij de gedachte van een huwelijk van zijn (klein)dochter met een neger. En evenmin kon hij vertellen hoe hij zich ergert aan de in zijn ogen overdreven aandacht in de homovriendelijke media voor aids, een ziekte, zo schreef hij ooit, 'caught by men who bugger and are buggered by dozens or even hundreds of other men every year'.

Misschien is dat maar goed ook, want anders had de tv-kijker wellicht de indruk gekregen met een rechtse halve gare te maken te hebben. En dat is Podhoretz niet. Wel is hij een briljant schrijvende, bijzonder belezen, ontwapenend openhartige intellectueel, die door middel van scherpzinnige essays het publieke debat in de Verenigde Staten verlevendigd heeft.

Onder zijn 35-jarige bewind ontwikkelde het tijdschrift Commentary zich tot de intellectuele spreekbuis van conservatief denkend Amerika. Na 1970 keerde het blad zich in het bijzonder tegen de politieke en culturele gevolgen van de 'geest van '68' en de vertegenwoordigers van de 'tegencultuur'.

De meeste medewerkers waren, net zoals de hoofdredacteur, voormalige progressieven, die de zwakke plekken van hun tegenstanders beter kenden dan de traditionele conservatieven. Met hun strijd tegen het linkse levensgevoel plaveiden de neoconservatieven de ideologische weg voor Ronald Reagan, in wie ze overigens uiteindelijk, vanwege zijn pragmatisme en gematigdheid, ernstig teleurgesteld zouden raken.

Bij Nederlandse intellectuelen vind je Commentary zelden in de lectuurbak. Hoewel het een stuk leesbaarder en levendiger is, geniet het aanmerkelijk minder bekendheid dan zijn linkse tegenhanger The New York Review of Books. En de denkbeelden die het tijdschrift uitdraagt, zijn in ons land vaak in karikaturale vorm gepresenteerd.

Zo richtte Joop den Uyl in zijn, van alle kanten rammelende, Paradisolezing begin jaren tachtig zijn pijlen op de volgens hem nihilistische kritiek van Nieuw Rechts op de solidariteitsgedachte. Uit zijn door ghostwriter Bram Peper volgeschreven papieren las de PvdA-leider voor dat deze neoconservatieven intellectueel niks voorstelden.

Maar de neoconservatieven waren noch nihilistisch noch intellectueel oninteressant. In gedegen studies analyseerden zij negatieve aspecten van de verzorgingsstaat en wezen zij op het verschil tussen intenties en consequenties, tussen goede bedoelingen en minder goede gevolgen van sommige sociale programma's.

Zij maakten zich, dat moet worden toegegeven, nogal eens schuldig aan overdrijving. Podhoretz bijvoorbeeld was zo geobsedeerd door de gevaren van het communisme dat hij weigerde in te zien hoe gering de bedreiging was die in de Gorbatsjov-jaren uitging van het verzwakte Kremlin.

Maar dat neemt niet weg dat de neoconservatieven nu in menig opzicht modern aandoen. Met hun afkeer van studeerkamerfilosofieën bijvoorbeeld en hun kritiek op de gedachte van de maakbare samenleving. Met hun pleidooien voor traditionele instituties als het gezin. Met hun verdediging van de markt tegen planeconomieën.

In de kunst merk je vaak dat avantgardisten die hun tijd vooruit heten te zijn, snel in de vergetelheid raken, terwijl zogenaamd ouderwetse kunstenaars heel lang meegaan. Iets dergelijks zie je in de politieke filosofie. Nu het werk van al die marxisten, structuralisten en postmodernisten hopeloos verouderd is, ontdekken we weer de klassieke filosofen van de gematigdheid en nuchterheid, de Karl Poppers en Isaiah Berlins. En zo komt de vooruitstrevende VPRO terecht bij de reactionaire Norman Podhoretz. Beter laat dan nooit, zullen we maar zeggen.

Meer over