Van Holomodor naar Holocaust

Bloedlanden, zo noemt de Timothy Snyder, hoogleraar aan de universiteit van Yale, het gebied dat van het midden van Polen tot het westen van Rusland loopt en Oekraïne, Wit-Rusland en de Baltische staten omvat. Wie het ongeluk had hier tussen 1933 en 1945 te wonen, viel afwisselend onder Sovjet- en naziheerschappij. Veertien miljoen burgers vonden de dood als gevolg van de moorddadige praktijken van Hitler en Stalin.


En daarover weten inwoners van West-Europa en de VS te weinig, stelt Snyder, die al jaren de aandacht probeert te vestigen op dit gebrek aan kennis. Met zijn voortreffelijk geschreven Bloedlanden - Europa tussen Hitler en Stalin wil hij een leemte vullen.


Decennialang lagen verhalen over de hongersnood in Oekraïne, Stalins zuiveringsacties, de verhongering van Sovjetkrijgsgevangenen en de moord op miljoenen Joden door de nazi's en plaatselijke collaborateurs verborgen in de archieven achter het IJzeren Gordijn. Sinds de val van het communisme kunnen historici hier eindelijk onderzoek naar doen. Het is Snyders verdienste dat hij de berg aan informatie terug heeft gebracht tot een zeer lezenswaardig boek waarmee hij een groot publiek aanspreekt.


De bloedlanden stonden centraal in de plannen van Hitler en Stalin; hier overlapten de machtsutopieën van beide dictators elkaar. Het streven van beiden was een autarkische staat. Stalin gaf begin jaren dertig bevel tot de gedwongen collectivisering van de landbouw. In de Oekraïne had dat een massale hongersnood en de dood van drie miljoen mensen tot gevolg. Snyder spreekt van 'een massamoord op miljoenen met voorbedachten rade'. Stalin wist wat er gebeurde, maar weigerde in te grijpen.


Het hoofdstuk over de Holodomor (letterlijk: moord door honger), waarin feiten worden afgewisseld met getuigenverslagen, is schokkend. In de zomer van 1933 was het gebrek aan voedsel zo nijpend dat kannibalisme een algemeen verschijnsel werd. Een vrouw die in een weeshuis werkte, herinnerde zich een afschuwelijke scène. De kinderen waren bezig de kleinste wees op te eten. 'En Petrus deed hetzelfde, hij scheurde repen vlees van zich af en at die op, zoveel als hij kon.'


Voor Hitler bood het westen van de Sovjet-Unie de zo gewenste Lebensraum. Hier zou de bezetter de lokale bevolking onteigenen, deporteren en uithongeren, opdat Duitse boeren het land konden overnemen. Toen de overwinning op de Sovjet-Unie uitbleef, richtte Hitler zich steeds fanatieker op een deel van zijn utopie: de moord op de Europese Joden.


Snyder wil ons beeld daarvan bijstellen. De Europese collectieve herinnering wordt gevormd door slechts een deel van de Holocaust, stelt hij. We weten over Auschwitz omdat daar gevangenen uit terugkeerden. Over de vernietigingskampen in Treblinka, Sobibor en Belzec - gelegen in de bloedlanden - is ons maar weinig bekend. Daar kwamen dan ook vooral Oost-Europese Joden terecht, die deels door vergassing, maar ook door pistoolschoten om het leven kwamen.


Een ander onbekend hoofdstuk vormen de gebeurtenissen in Wit-Rusland, een gebied dat voor velen nog steeds een blinde vlek is. Hier liepen de systemen van Stalin en Hitler meer dan waar ook in elkaar over en was de kans voor bewoners om neutraal te blijven nihil.


Tegenstanders van nazi-Duitsland, onder wie tienduizend Joden die het getto van Minsk ontvluchtten, trokken zich terug in de bossen en moerassen om een partizanenoorlog te ontketenen. De Duitsers sloegen terug door dorpen met inwoners en al te vernietigen. Joden bevonden zich in een onmogelijke situatie: ze werden door Hitler vervolgd en door Stalin gewantrouwd. Bleven ze in het getto, dan droegen ze met hun arbeid bij aan de Duitse oorlogsinspanning; ontvluchtten ze het getto, dan gaven ze blijk van een gevaarlijk vermogen tot onafhankelijk handelen. Snyder spreekt met recht van een 'perverse wisselwerking tussen Hitler en Stalin' die het leven kostte aan twee miljoen burgers.


Bloedlanden heeft veel bijval, maar ook kritiek gekregen. Snyder zou met zijn werk de 'dubbele-genocide-theorie' van een wetenschappelijke basis voorzien. Deze theorie wordt aangehangen door ultranationalisten in de regio, die de misdaden van Hitler en Stalin aan elkaar gelijkstellen, daarmee het speciale karakter van de Holocaust (en de 'eigen', nationale bijdrage daaraan) relativeren en deze zelfs als een reactie op eerdere communistische (lees: Joodse) misdaden interpreteren.


Deze kritiek is niet terecht. Snyder gaat te werk als een zorgvuldige historicus, beschouwt de Joden als een aparte categorie die het meest te vrezen had en besteedt een groot deel van zijn boek aan de Holocaust. In zijn conclusie verwerpt hij het politieke misbruik van geschiedenis, zoals gebezigd door nationalistische groeperingen.


Snyder probeert te laten zien dat de Tweede Wereldoorlog in Oost-Europa geen duidelijke strijd was tussen democratie en fascisme, maar een conflict tussen twee dictators die beiden aasden op de bloedlanden en bereid waren grote aantallen burgers te vermoorden die in de weg stonden bij de verwezenlijking van hun politieke utopieën.


Daarbij beïnvloedden en versterkten zij elkaar, zoals het voorbeeld van Wit-Rusland, maar ook dat van Polen laat zien. Na de ondertekening van het niet-aanvalsverdrag in 1939 deelden Hitler en Stalin Polen in tweeën en elimineerden ze de elite van het land. Stalin stak geen vinger uit toen het Poolse Thuisleger in de zomer van 1944 een opstand tegen de Duitsers ontketende en verslagen werd. De uitschakeling van de niet-communistische elite en haar strijdkrachten zou de machtsovername door de Sovjets na de oorlog sterk vergemakkelijken.


Snyder richt zich in zijn werk op de politieke moordpraktijken. Een nadeel daarvan is dat de ideologieën van beide systemen - met name het biologisch antisemitisme dat de kern van de nationaal-socialistische wereldvisie vormde - naar de achtergrond verdwijnen.


Bloedlanden bevat geen gemakkelijke morele oordelen. Het werpt licht op de massamoord op (Joodse en niet-Joodse) burgers in het deel van Europa dat tussen Hitler en Stalin ingeklemd lag, maar behandelt ook de collaboratie door inwoners van het gebied en hun betrokkenheid bij de moord op Joodse medeburgers. Snyder probeert begrip te kweken voor de lastige situatie waarin Oost-Europa zich bevond. Soms schiet hij daarin iets door, bijvoorbeeld wanneer hij stelt dat geen van de collaborerende Sovjetburgers ideologisch gemotiveerd was.


Maar hij heeft groot gelijk wanneer hij ervoor pleit dat de misdaden die hier onder Sovjet- en naziheerschappij plaatsvonden, deel horen uit te maken van de Europese collectieve herinnering. Bloedlanden is een must voor iedereen die in de Europese geschiedenis geïnteresseerd is.


Timothy Snyder: Bloedlanden - Europa tussen Hitler en Stalin.


Uit het Engels vertaald door Patty Adelaar en Ton Heuvelmans. Ambo; 639 pagina's; € 39,95. ISBN 978 90 263 2120 7.


Meer over