Van Gogh Museum toont met tachtig schilderijen overzicht van het werk van Maurice DenisEen systeem van afgesproken tekens

Maurice Denis, tot en met 17 september in het Van Gogh Museum in Amsterdam. Catalogus: ¿ 45,-...

PAUL DEPONDT

Het symbolisme is een begrip waar je zeer voor moet oppassen, heeft de Franse schrijver Paul Valéry ooit eens meesmuilend opgemerkt, omdat het in feite niets anders is geweest dan 'een aantal mensen die dachten dat het woord symbool een betekenis had'. De symbolisten waren een losse alliantie. Maurice Denis, die een tijd lang de symbolistische canon omhelsde, besefte dat je de werkelijkheid het best kon aanvoelen door de intuïtie en onder woorden (of verf) kon brengen door middel van zinspelingen, op de een of andere manier door symbolen.

De wanden zijn crèmekleurig. Het licht is sober. Het overzicht van Denis, tachtig nogal wazig geschilderde werken in het Amsterdamse Van Gogh Museum, oogt uiterst traditioneel. Het is geen spektakel, geen opgeklopte tentoonstelling, maar een ingetogen presentatie.

Denis was een 'voorman', een theoreticus van de kunst die tegelijk ook meer dan duizend schilderijen heeft gemaakt. De expositie was eerder in Lyon te zien, de geboorteplaats van de door Denis zeer bewonderde Puvis de Chavannes, in Keulen en in Liverpool. Amsterdam toont een kleinere selectie uit het oeuvre van de vernieuwer Denis.

De schilderijen van Denis herinneren aan Jan Toorop's Lijnenspel, opkomst, met tegenwerking, der Moderne Kunst. Toorop's bekende tafereel is gestileerd: een soort sierlijke hydra vertrapt met veel trompetgeschal de 'klassieke' kunst, in de gedaante van een in het water liggende vrouw. Een platvloerse olifant verbeeldt de kritiek. De 'moderne stijl' was, aan het eind van de vorige eeuw, niet zeker van haar authenticiteit; ze ging dikwijls gepaard met onrust, twijfels en uitgesproken ontevredenheid. Ze smeekte om theorieën en kritieken.

Denis was een van die 'moderne' kunstenaars, rebellen van de Académie Julian, die authentieke kunst wilden maken. In de academie ging hij om met Pierre Bonnard, Paul Sérusier, Edouard Vuillard en Kerr-Xavier Roussel, de latere Nabis. Ze hadden eindeloze gesprekken over hun twijfels en ontevredenheid, over schilderkunst, filosofie, theologie, muziek en zelfs over wiskunde.

De jonge Denis, een schuchtere kunstenaar met een uitgesproken klassieke vorming, bleek al snel buitengewoon ontvankelijk voor de geluiden van de avantgardistische stromingen uit zijn tijd. Zijn vroege werk, dat niet meer verhalend was maar eerder met 'kleurritmes' gemoedsstemmingen weergaf, vertoonde opvallende nieuwigheden: niet de natuur dicteerde de kunst, zoals bij de impressionisten, maar een glasheldere theorie.

Hij hield sinds zijn veertiende een dagboek bij. Tot zijn dood in 1943 schreef hij in zijn Journal indrukken op, maar ook overpeinzingen en theorieën over schilderkunst. In het augustusnummer van Art et Critique, jaargang 1890, schreef de toen nog jonge schilder de sindsdien veel geciteerde definitie: 'Een schilderij is, alvorens een strijdros, een naakte vrouw of een verhaal voor te stellen, een vlak bedekt met kleuren die volgens een bepaalde orde zijn gerangschikt.' Daarin volgde Denis de opvattingen van Paul Gauguin over diens synthetisme, zijn manier van schilderen met grote vlakken onversneden kleuren, geheel los van het geschilderde onderwerp, haast even decoratief als het latere werk van Henri Matisse. Het was schilderen met symbolen, expressie met een systeem van afgesproken tekens.

Denis was mede-oprichter van de Nabis. Hij was de 'théoricien-fondateur' van de groep. De Nabis, het Hebreeuwse woord voor 'profeten', was de nogal pretentieuze benaming die enkele leerlingen van Gauguin aannamen. Ze gingen uit van Gauguin's synthetisme, een opvatting en een manier van schilderen die aan decoratieve stijlen als art nouveau of aan het werk van Matisse zijn voorafgegaan. Denis, Bonnard, Vuillard, Sérusier, maar ook Jan Verkade, Félix Vallotton of Aristide Maillol gingen in tegen de academische one-to-one relatie die het impressionisme altijd al had gehuldigd: je schilderde toch niet wat je zag maar wat je uiteindelijk wilde laten zien. 'Kunst is de heiliging van de natuur', meende Denis. Hij bekrachtigde de 'overwinning van de verbeelding op de hersenloze imitatie, de overwinning van de schoonheid op het onechte naturalisme'.

De expositie geeft alle etappes weer. De vroege Denis, die zich uitdrukkelijk 'christen' noemde, maakte religieus geïnspireerde taferelen, een art sacré zoals ook de 'monnik' Jan Verkade schilderde. De Nabis waren een soort kruising tussen een middeleeuwse gilde van kunstambachtslieden en een studentendispuut. Ze waren gekenmerkt door een hang naar mystiek, naar rozenkruisersfilosofieën en theosofie, èn naar het katholicisme.

Denis schilderde het klein schilderij De groene Christus, een haast abstract werk. Het is een icoon. Zijn collega's noemden Denis 'de Nabis van de mooie iconen'. Veel van zijn schilderijen zijn zulke iconen. Ze weerspiegelen Denis' nostalgische verlangen naar een soort himmlische Leben. Denis maakte echter ook 'hommages', zoals het bekende Hommage aan Cézanne dat momenteel in het Venetiaanse Palazzo Grassi op de grote centrale Biennale-tentoonstelling hangt. In Amsterdam evenwel is Bezoek aan Cézanne te zien, Denis' eerbetoon aan 'de vader der modernen', een tafereel waarop de schilder nederig bij de ezel van de meester zit en luistert naar diens betoog.

Op de expositie weerklinken de symbolistische echo's, het spel met tekens. Kunst, zei Denis, is 'het equivalent van een zintuiglijke ervaring'. In de laatste van vier 'afdelingen' op de expositie hangt het door zijn Italiaanse reis van 1898 beïnvloed werk. Denis was gegrepen door de geneugten van het classicisme. 'Van Rome verwachten wij de vervoering en de kastijding van onze sensualiteit', schreef hij aan zijn vriend André Gide.

Wanneer de vloedgolf van de menselijke middelmatigheid tegen het fin-de-siècle haar hoogtepunt bereikt, roept het hoofdpersonage Des Esseintes aan het slot van Joris-Karl Huysmans' roman Tegen de keer: 'Stort ineen, maatschappij, sterf, oude wereld.' De schilderkunst was in de ogen van Des Esseintes een zondvloed van stroperige kitsch geworden. Dat kan je niet zeggen van het uiterst geraffineerd werk van Denis, al lijkt het aanvankelijk stroperig en pastelkleurig. Het is, zoals bij vele Nabis, decoratief en gekunsteld, maar tegelijk ook bijzonder en nieuw.

Paul Depondt

Meer over