Van Gameren kon best overweg met de oude Grieken

Wordt het ooit nog eens wat met het classicisme in Nederland? Terwijl alle wereldsteden vol staan met kloeke gebouwen vol Griekse zuilen, indrukwekkende timpanen en monumentale trappen is het in Nederland maar karig gesteld met architectuur die de klassieke oudheid als uitgangspunt neemt....

Nee, het botert niet tussen de Nederlanders en de oude Grieken. Wat wil je ook. Het standaardwerk van Hollands classicisme is het Paleis op de Dam, al in de negentiende eeuw door Conrad Busken Huet omschreven als een 'zwaarmoedigen dobbelsteen' waardoor geen leemte zou ontstaan in de beschrijving van de Nederlandse architectuur als het ronduit werd verzwegen. Met zulke kunstpausen krijg je de Nederlanders natuurlijk niet echt verliefd op het classicisme. En juist, in die 'groote kobus, zonder hoofdingang' (Busken Huet) is momenteel te zien dat het classicisme ooit enkele Nederlanders wel degelijk heeft geraakt.

Natuurlijk, het gebouw zelf getuigt ervan, net als bijvoorbeeld het Mauritshuis in Den Haag (van de schepper van het Paleis: Jacob van Campen) of menig werk van Pieter Post of van de broers Vingboons. Maar in het Paleis is nu een tentoonstelling te zien van de Nederlander Tilman van Gameren die ook best overweg kon met de erfenis van de klassieke oudheid.

Van Gameren? Jazeker, Tilman van Gameren (1632-1706), ook bekend als Tilman Gamerski. Tot nu toe vrijwel onbekend in zijn geboorteland, maar bij leven bijzonder geslaagd als hofarchitect in Polen waardoor hij zelfs tot de Poolse adel is gaan behoren.

Geboren in Utrecht moet hij rond 1650 als schilder hebben gewerkt in Venetië. Daarna werd hij in 1661 naar Warschau gehaald waar hij zich enige tijd bezighield met de bouw van vestingen en forten en vervolgens, sinds 1671, zich op indrukwekkende wijze toelegde op het ontwerpen van buitenhuizen, stadspaleizen, kloosters, kerken en tuinen.

Na zijn dood liet Van Gameren liefst 980 tekeningen uit zijn praktijk na aan een Kapucijnerklooster in Warschau. Dat klooster werd in de jaren zestig van de negentiende eeuw van overheidswege gesloten waarna het pakket tekeningen, met een ruw touw vastgebonden, in de universiteitsbibliotheek van Warschau terecht kwam. Pas in 1934 werd de waarde van deze tekeningen ingezien en begon het catalogiseren ervan. De Duitsers vernietigden tijdens hun Poolse bezetting weliswaar 178 tekeningen, maar het Archivum Tylmana bleef redelijk intact.

In Polen is Tilman Gamerski dankzij deze erfenis behoorlijk tot leven gekomen. Nu dus de beurt aan Nederland.

We weten zo goed als niets van de Nederlandse jaren van Van Gameren, maar het is niet stoutmoedig te veronderstellen dat hij veel heeft opgestoken van Van Campen, Post en Vingboons. Wellicht heeft hij ook nog een gedegen opleiding in mathematiek en vestingbouw in Leiden gekregen. Als dat zo is, moet hij zijn studie hebben afgerond met de in die tijd gebruikelijke Grand Tour, een reis naar de Romeinse oudheden. Waarbij hij dan in Venetië is blijven steken, zich vestigde als schilder en later, wellicht door een Poolse studiegenoot uit zijn Leidse tijd, naar het in oorlog zijnde Warschau werd gebracht.

Wat er ook mag zijn gebeurd: Van Gameren heeft zich in Polen laten kennen als een begenadigd architect die door zijn opdrachtgevers werd aangespoord tot fascinerende classicistische scheppingen. Dat Van Gameren echt een groot architect was, blijkt uit het feit dat hij moeiteloos de toen in zwang zijnde barok toepaste op zijn kerkelijke creaties.

Dankzij zijn nagelaten tekeningen krijgen we een unieke indruk hoe in de zeventiende eeuw een architect zijn werk deed. Tekeningen, maquettes en foto's getuigen in het Paleis van de daadkracht van Van Gameren.

Wat lullig nou dat zo'n groots architect bij deze tentoonstelling een ronduit klunzige catalogus krijgt. De fraaie vormgeving ervan verhult weliswaar vele haastige omissies als weggevallen stukken tekst, maar het meest bedroevende is het onvermogen zich in te leven in de klassieke erfenis die Van Gameren uitvoerde. Dat hij op zijn tekeningen hulplijnen gebruikte om zijn gebouwen in 'de maat' te zetten, de Nederlandse samenstellers van de catalogus hebben daar geen weet van.

Wat wil je in een land dat zich tot de dag van vandaag ongemakkelijk voelt bij de tractaten van Vitruvius, Palladio en Battista. Nee, dan Van Gameren, hij had al die werken in zijn bibliotheek staan. Hij wel.

Meer over