Van een aards paradijs hoefde Siebelink zich geen voorstelling te maken, hij bevond zich er altijd al in

Vanaf den beginne vertoefde Jan Siebelink in het paradijs, aldus Arjan Peters over de schrijver die dinsdag 80 jaar wordt.

null Beeld Io Cooman
Beeld Io Cooman

Het schrijverschap van Jan Siebelink is met bloemen en planten begonnen - zijn eerste verhaal heette Witte chrysanten -, maar ook zijn leven. Aanstaande dinsdag is het 80 jaar geleden dat hij werd geboren in de Hertogstraat te Velp, om een jaar later mee te verhuizen naar de Bergweg 17, waar Jan Siebelink senior zijn kwekerij Sempervirens (altijd groen) begon.

Bij wijze van royale ruiker voor zichzelf wordt de schrijver op zijn verjaardag, aanstaande dinsdag, De bloemen van Jan Siebelink overhandigd, een alfabetisch geordend herbarium; van Adelaarsvaren via Notarisappel tot Zakdoekjesboom, met bekende citaten uit het omvangrijke oeuvre, aangevuld met passages die hij aan dit verjaardagsboeket heeft toegevoegd (De Bezige Bij; euro 24,99).

Van een aards paradijs hoefde Jan zich nooit een voorstelling te maken, door zich daar al vanaf den beginne in te bevinden. De flora fungeert in zijn boeken nooit als statisch decor, maar zij leeft en beweegt als een personage: 'Een veldje brandende liefde, ook al is er geen wind, deint.'

In Knielen op een bed violen beschrijft hij hoe de 'broeders in het geloof' die vader in de greep hielden, bij de hulsthaag een opmerking maakten over het onooglijke bloempje dat zulke donkerrode bessen oplevert. Pas onlangs ontving Jan een lezersbrief, en las: 'De hulst met zijn doornen staat voor de doornenkroon, het rood voor de stigmata van de kruisdood en het onaanzienlijke bloempje is de nietswaardige, zondige mens.'

De schrijver heeft daar nooit aan gedacht, maar zijn roman wel.

Nieuw is ook de herinnering aan het bezoek dat 'zwarte weduwe' Florrie Rost van Tonningen de kwekerij ooit bracht, omdat ze een bosje godetia (zomerazalea) wilde. 'Vader zei dat hij die liever niet verkocht.' Alweer: je hebt meteen de neiging zo'n zin te duiden ('Vader zei dat hij die liever niet aan een nationaalsocialiste verkocht'). De natuur in Siebelinks boeken deint, wuift, rilt en lispelt van betekenis.

De blauwe papaver, die maar één dag bloeit, uit Het lichaam van Clara. Het ijsplantje uit Nachtschade. De ratelpopulier uit Mijn leven met Tikker; alles staat erin. Ik miste alleen de edelweiss, waarvan vader een takje had gedroogd door het tussen de Predikatien van Johannes Groenewegen te leggen.

Dat weet ik sinds Gekweekte regels (2012), de studie van Marijntje Gerling over tien boeken uit het bezit van Siebelink senior. Dus maak ik een fotokopie van die edelweiss-foto en leg die tussen Duinroos en Egelantier.

Meer over