Analyse

Van dit land verwacht je niet dat het zo corrupt is: de Duitse knuffelbehoefte met het grote geld

Bondskanselier Angela Merkel omringd door topmannen uit het bedrijfsleven, met rechts voormalig Volkswagen-topman Matthias Müller en links Volkswagen-CEO Herbert Diess. Beeld Hollandse Hoogte / AFP
Bondskanselier Angela Merkel omringd door topmannen uit het bedrijfsleven, met rechts voormalig Volkswagen-topman Matthias Müller en links Volkswagen-CEO Herbert Diess.Beeld Hollandse Hoogte / AFP

Duitsland kent een opmerkelijke politieke cultuur waar corruptieschandalen niet ongewoon zijn. Hoe valt dat te verklaren in een land dat zo hangt aan principes? En waarom treffen veel schandalen de partij van Angela Merkel? ‘De CDU vreest transparantie zoals de duivel het wijwater.’

Dit verhaal begint met een korte quiz die nationale stereotypen aan het wankelen zal brengen. Eerste vraag: in welk Europees land verdienden volksvertegenwoordigers tijdens de eerste coronagolf miljoenen euro’s met lobbyactiviteiten voor mondkapjesproducenten? Vraag twee: waar incasseerden volksvertegenwoordigers illegale donaties uit het autoritaire oliestaatje Azerbeidzjan? En de bonusvraag: van welke partij zijn deze corrupte politici lid?

Duitsland. Zo luidt het antwoord op de eerste twee vragen. Allicht verrassend, want Duitsland heeft in het buitenland het imago van een land met veel regels die secuur worden gecontroleerd en nageleefd, en niet als land waar politici crises gebruiken om zichzelf te verrijken.

Voor de CDU/CSU, de partij van bondskanselier Angela Merkel en tevens het antwoord op de bonusvraag, was maart een slechte maand. Krap een half jaar voor de verkiezingen, op 26 september, duikelden de christen-democraten in de peilingen als gevolg van de onvrede over de zwalkende coronapolitiek én de schandalen.

De onthullingen, in talloze media, waren spectaculair: ze vertellen bijvoorbeeld het verhaal van Nikolas Löbel, een 38-jarige parlementariër die er van alles met vastgoed naast doet, en 250 duizend euro aan provisies opstreek voor het bemiddelen van een mondkapjesdeal tussen het Duitse ministerie van Gezondheid en een bevriende firma.

Of neem het verhaal van Mark Hauptmann, met 35 jaar ook nog een jonge blom in de partijgelederen, een van de CDU’ers naar wie het Openbaar Ministerie onderzoek doet vanwege corrupte banden met Azerbeidzjan. Thuis in Thüringen geeft Hauptmann een huis-aan-huisblad uit waarin advertenties verschenen voor ‘luxe shoppingreizen naar Bakoe’, de hoofdstad van Azerbeidzjan. In ruil daarvoor stortte het regime grote bedragen in de kas van de lokale partijafdeling én op de rekening van het bedrijf van Hauptmann. (Voor wie nu denkt: volksvertegenwoordigers die actief zijn als lobbyist of vastgoedman, hoe zit dat? Daarover straks meer.)

Knuffelbehoefte met het grote geld

Hoe corrupt is Duitsland, het land dat behalve op regels ook dol is op principes? Het lijkt een overbodige vraag. Kijk naar de jaarlijkse door Transparency International uitgegeven Corruption Perceptions Index en het land staat te glanzen op de 9de plaats, één plek onder Nederland, in de kopgroep van landen met een functionerende overheid en publieke sector, waar burgers geen ambtenaar hoeven om te kopen als ze hun paspoort willen verlengen.

Het Duitse corruptieprobleem zit elders, namelijk in de weke knieën en acute knuffelbehoefte die sommige politici krijgen als ze oog in oog staan met het grote geld. ‘Vooral in de CDU heerst van oudsher het idee dat wat goed is voor het Duitse bedrijfsleven, goed is voor iedereen in Duitsland’, zegt Timo Lange van de stichting LobbyControl uit Berlijn, die onderzoek doet naar machtsstructuren en beïnvloedingsstrategieën.

De klamme omarming tussen politiek en bedrijfsleven is de rode draad in allerlei schandalen, zoals het spectaculaire faillissement van Wirecard, het techbedrijf waarvan het succes gebaseerd bleek op niet bestaande miljarden (zie kader). Aanwijzingen dat er bij Beierse aanbieder van betalingssoftware werd gesjoemeld, waren er al jaren, maar in plaats van die serieus te nemen, spanden toezichthouders met medeweten van hun politieke bazen een proces aan tegen de onderzoeksjournalisten die Wirecard zouden proberen ‘zwart te maken’. Ook in het Dieselschandaal in 2015 wist de auto-industrie, Duitse trots en banenmotor, zich steeds verzekerd van de beschermende hand van het ministerie van Verkeer, dat traditioneel geleid wordt door de Beierse CSU.

Zorgenkindje van Europa

‘Duitsland staat bekend als land van regels, maar voor politici zijn die er juist bijna niet, tot grote verbazing van buitenlanders’, zegt Lange. Als het gaat om politieke corruptie geldt Duitsland in Europa als zorgenkind vanwege het slechte zicht op de lobbysector en – met name – op de bijbanen van politici. Een vergelijkbare conclusie trok eind vorig jaar de Greco, de corruptiewaakhond van de Raad van Europa, die de Duitse voortgang bij het tegengaan van corruptie ‘in het algemeen zeer onbevredigend’ noemde.

Vrij baan voor grote bedrijven en lobbyisten – dat klinkt Nederlanders bekend in de oren. Ook Nederland krijgt geregeld berispingen over de losbandige lobbycultuur waarbij wordt verwezen naar Frankrijk, de VS of de EU, waar transparantie en integriteit strikter worden bewaakt. Maar de Haagse regels voor bewindspersonen en volksvertegenwoordigers zijn strenger dan die in Berlijn.

Het grootste verschil: een op de drie leden van de Duitse Bondsdag heeft er een betaalde baan naast. Er zitten in het Duitse parlement dus advocaten, consultants en personen die zijn in te huren als lobbyist – beroepen waarbij belangenverstrengeling op de loer ligt. Bij de CDU/CSU en de liberale FDP is het aantal bijklussers het hoogst, bij de Groenen het laagst. Neveninkomsten moeten worden gemeld, maar pas vanaf 10 duizend euro of het bezit van meer dan 25 procent van de aandelen in een bedrijf. Exacte bedragen hoeven niet te worden genoemd en de sancties voor het verzuimen van de meldplicht zijn niet indrukwekkend.

Tot twee weken geleden was Duitsland ook een van de weinige EU-landen waar agenda’s van politici en ministeries helemaal niet openbaar hoeven worden gemaakt. Dat een meerderheid in het parlement eind maart voor een zogenoemd ‘lobbyregsiter’ stemde, dat vanaf 2022 een beperkte vorm van transparantie moet bieden, is het gevolg van een ander CDU-schandaal.

BMW en aardappelsoep

Vorige zomer onthulde Der Spiegel dat Philipp Amthor, een 28-jarige CDU’er, bij de regering had gelobbyd voor een Amerikaanse start-up, Augustus Intelligence. In ruil daarvoor had de politicus opties op aandelen en een directiezetel gekregen. De partij zag er in eerste instantie geen kwaad in, parlementschef Wolfgang Schäuble, degene die Amthor had moeten bestraffen, nam hem persoonlijk in bescherming. Schäuble, zelf in de jaren negentig ontvanger van een contant betaalde illegale partijdonatie van één miljoen D-mark, zag ‘geen aanwijzingen voor een overtreding’.

Jaarlijks is deze problematische partijcultuur te aanschouwen op het CDU-congres, waar argeloze buitenlandse journalisten denken te zijn gearriveerd op een jaarmarkt van het Duitse bedrijfsleven. De nieuwste modellen van Audi en BMW staan er in de eetzaal, achter het buffet met worst en aardappelsoep. Farmaceutische bedrijven pronken met robots, terwijl bezoekers bij de kraampjes van energieaanbieders, fossiel en duurzaam – voor ieder wat wils, chocolaatjes krijgen uitgedeeld. Dat is tenslotte ook brandstof.

Het hoogte- dan wel dieptepunt: kortgerokte, hooggehakte vrouwen die op een zilverkleurig dienblad losse sigaretten aanbieden – het anachronisme wordt met het jaar groter. Maar voor de CDU is dit alles deel van een systeem dat al een jaar of zeventig functioneert.

‘De CDU vreest transparantie zoals de duivel het wijwater’, brieste de Groenen-politicus Volker Beck een paar jaar terug, toen christen-democraten weer eens languit voor een anti-corruptiewet waren gaan liggen. Het is ook met dank aan de CDU/CSU dat Duitsland een van de allerlaatste landen ter wereld was die in 2014 de VN-conventie tegen corruptie ratificeerde, omdat dat Duitsland zich daarmee verplichtte omkoping van volksvertegenwoordigers strafbaar te stellen.

De verstrengeling

Waar komt die traditie van verstrengeling van politiek en bedrijfsleven vandaan? Historicus Frank Bösch, auteur van twee boeken over de CDU in de tijd van de Duitse deling, wijst op de obsessie met economisch succes die het jonge West-Duitsland na 1949 ontwikkelde. Politiek en bedrijfsleven sliepen op één kussen. Niemand vond dat een probleem, want het leverde de welvaart op waarnaar het kapotte land verlangde en bovendien diende het Wirtschaftswunder ook als ventiel voor alle vormen van nationale trots, die na de nazitijd taboe waren.

In het streven naar wederopbouw en economische bloei werd corruptie in het buitenland zelfs gestimuleerd. Steekpenningen waren, mits niet toegediend aan staatshoofden en andere hoogwaardigheidsbekleders, aftrekbaar van de belasting. Pas in 2002 werd deze praktijk strafbaar, onder Gerhard Schröder, de laatste sociaal-democratische bondskanselier. (Die na zijn kanselierschap voor het Russische staatsbedrijf Gazprom ging werken, maar dat is een ander verhaal.)

Ook in de CDU/CSU ontstond een, in de woorden van Bösch, ‘pragmatische verhouding tot geld’. Omdat de CDU zwaar afhankelijk was van donaties,werd het een sport om giften aan het oog van de Belastingdienst te onttrekken. Zo ontstond het moeras van corrupte activiteiten waarin kanselier Helmut Kohl in 1999 ten val kwam. Partijgenoot Angela Merkel gaf met een ingezonden stuk in de Frankfurter Allgemeine Zeitung het laatste zetje – een klassieke politieke vadermoord.

‘Dat Merkel aan de macht kwam met de belofte de partij te bevrijden van corruptie, zijn veel mensen vergeten’, zegt Bösch. Lange tijd leek het haar te zijn gelukt, er waren weinig schandalen en de schandalen die er waren, speelden zich in de Beierse zusterpartij af. Maar op Merkels laatste meters komt er opeens allerlei modder naar boven, modder die met terugwerkende kracht een schaduw over Merkels politieke tijdperk legt.

Schaduw over tijdperk-Merkel?

Het partijbestuur bezweert natuurlijk dat het in deze affaires slechts om enkele rotte appels gaat en stelde snel een vrijwillige gedragscode voor volksvertegenwoordigers in. Ook verlieten alle mondkapjesmakelaars de partij, zij het schoorvoetend. Nikolas Löbel verdedigde zich verontwaardigd door te zeggen dat hij toch ‘marktconforme prijzen’ had gevraagd.

Wat historicus Bösch alarmerend vindt, is dat veel bij schandalen betrokken politici jong zijn. Philipp Amthor staat na zijn faux pas als lobbyist gewoon eerste op de kandidatenlijst van zijn deelstaat, Mecklenburg-Voorpommeren. En ook de nog relatief jonge Gezondheidsminister Jens Spahn (40) hakt met het bijltje van zijn politieke voorouders. Laatst vroeg hij tijdens een benefietdiner – vanwege corona toch al discutabel – de aanwezigen om precies 9.999 euro in de partijkas te storten, zodat de schenkingen nét niet openbaar hoeven te worden gemaakt.

Met dit soort acties speelt de CDU hoog spel, in een tijd dat overal in Europa het vertrouwen in democratisch gekozen politici afneemt en complottheorieën online voor het oprapen liggen. Daar wijzen in de Bondsdag vooral de Groenen op, de grootste concurrent van de CDU in de verkiezingsrace. Zij kunnen in september wellicht munt slaan uit de mondkapjesmodder.

In de zaak Wirecard, gaat het om een miljardenbedrog van een inmiddels failliete aanbieder van software voor financiële dienstverlening. Het lijkt erop dat het bedrijf uit Beieren zijn balansen jarenlang heeft vervalst en inkomsten ter waarde van 1,9 miljard euro heeft verzonnen. Het OM in München heeft de leiding aangeklaagd voor fraude, marktmanipulatie en bende-criminaliteit.

Sinds vorige zomer zit de voormalige CEO Markus Braun in voorarrest. Maar het meesterbrein achter de fraude, de Oostenrijker Jan Marsalek, is voortvluchtig. Vermoed wordt dat hij met behulp van vriendjes bij veiligheidsdiensten een andere identiteit heeft aangenomen.

Hoofdschuldigen in de Wirecard-zaak zijn natuurlijk de criminele ondernemers, maar de Duitse overheid gaat in de zaak niet vrijuit. Toezichthouder Bafin heeft jarenlang signalen genegeerd. Al in 2015 deed de Britse Financial Times onthullingen over de fraude bij het bedrijf, waarop de Bafin de betrokken journalisten probeerde zwart te maken. Uiteindelijk spande de Bafin zelfs een proces aan wegens marktbeïnvloeding. Politiek verantwoordelijk voor de Bafin is minister van Financiën Olaf Scholz (SPP).

Ook Angela Merkel zelf is zijdelings bij de zaak betrokken, omdat ze in september 2019 een goed woordje voor Wirecard deed tijdens een staatsbezoek in China. Dat deed ze op aandringen van Karl-Theodor von Guttenberg, een lobbyist met een politiek verleden bij de Beierse CSU. Von Gutenberg was in 2009 Minister van Financiën onder Merkel, tot hij moest aftreden wegens fraude bij zijn proefschrift.

Behalve verschillende rechtszaken tegen ex-medewerkers van Wirecard, is er ook een parlementaire commissie die onderzoek doet naar de val van het bedrijf.

Meer over