Van der Leegte laat beurs links liggen

Metaal- en kunststofgroep Van der Leegte (VDL) bereikt dit jaar de 'beursgerechtigde' omvang van een half miljard gulden. Toch piekert het bedrijfje uit Hapert niet over een noteringsaanvraag aan Amsterdamse effectenbeurs....

Van onze verslaggeefster

AMSTERDAM

Het Brabantse bedrijf boekt dit jaar naar verwachting een omzet van 510 miljoen gulden vergeleken met 403 miljoen in 1994. Daarmee is de omzet bijna vertweehonderdvoudigd vergeleken met de drie miljoen van 1979. Voor 1996 voorziet de onderneming een omzetgroei tot 560 miljoen.

Onder leiding van Van der Leegte is de onderneming sinds eind jaren zeventig uitgegroeid tot een holding met 25 bedrijven en 2075 werknemers.

Een omzet van 500 miljoen gulden wordt over het algemeen beschouwd als het minimum voor een beursnotering en is voor een aantal bedrijven aanleiding om de stap naar het Damrak te wagen.

Van der Leegte denkt daar anders over. 'Waarom gaat een bedrijf naar de beurs? Omdat aandeelhouders willen verkopen, of voor een emissie ter financieren van een acquisitie. Nou, bij ons is het tegenovergestelde aan de orde', zegt hij.

En een beursgang voor de naamsbekendheid? 'Ook daar hebben we geen last van', aldus de directeur. Een beursnotering kan namelijk ook nadelen hebben, stelt de directeur. De neergang van Begemann en zijn 'adviseur' Joep van den Nieuwenhuyzen bewijst dat de beurs niet alleen reputaties kan maken, maar ook kan breken.

Een vergelijking met zijn Brabantse collega, die ook groot geworden is door middel van acquisities, wil Van der Leegte niet maken. 'Ach, wij zijn andere figuren', relativeert hij. 'Als wij bedrijven kopen, zijn we niet uit op de transactiewinst maar op de bedrijfswinst.'

Door de recente aankoop van het verliesgevende Ambac uit Breda en een lastig jaar voor autobusfabrikant DAF Bus, blijft de winstgroei voorlopig beperkt. Volgens Van der Leegte komt de winst dit jaar iets boven de 28 miljoen gulden van vorig jaar.

Met de spectaculaire groei is VDL, dat actief is in de toelevering aan de industrie, binnen enkele jaren uitgegroeid tot één van de grootste bedrijven in haar soort. Branchegenoten als Schuttersveld, Polynorm en Aalbers boekten in 1994 een omzet van respectievelijk 641,5 miljoen, 542 miljoen en 285 miljoen gulden.

Het in ontbinding zijnde industrieconglomeraat Begemann zat vorig jaar nog op een omzet van bijna twee miljard. Maar dit jaar is die zo goed als gehalveerd.

De groei is onder meer te danken aan het ondernemingsklimaat in Nederland, stelt Van der Leegte. Dat steekt gunstig af bij Duitsland, waar bijvoorbeeld de arbeidskosten hoger zijn.

Vooral de ontwikkeling bij grote industriële bedrijven om de kosten van toeleveranties te drukken, zorgde voor veel extra werk bij VDL. 'Het Lopez-effect was voor ons heel positief', zegt Van der Leegte. 'Volkswagen hoefde zijn produkten alleen maar in Nederland te bestellen.'

Lopez is de Volkswagen-topman die ingrijpende kostenreducties bij dit autoconcern doorvoerde en daarop veel navolging kreeg.

Van der Leegte ontkent niet dat het bedrijf als gevolg van de harde Nederlandse gulden 'hier en daar een tik krijgt'. Maar daar staat volgens de ondernemer zijn goed gekwalificeerde personeel tegenover. Concurrentie uit lage lonen-landen ligt daarom niet voor de hand. De Aziaten zijn te ver weg om aantrekkelijk te zijn als toeleverancier en de voormalige Oostbloklanden ontberen de kennis. 'En de werknemers zijn daar nu nog goedkoper, maar hun kosten lopen snel op.'

'Bovendien is onze overhead laag', meent Van der Leegte. Als keiharde norm hanteert VDL dat per vijf produktiemedewerkers slechts één niet-produktiemedewerker in dienst mag zijn. 'Een chef personeelszaken kennen onze bedrijven niet. Dat doet de directeur er zelf bij', aldus de directeur.

Meer over