Van den Akkers fraaie stunt

Evenals Alexander Baljakin (zie de rubriek van 16 maart) en Johan Krajenbrink, aan wiens prestaties vorige week aandacht werd besteed, kwam Jeroen van den Akker in de clubcompetitie tot een score van 25 punten uit 11 partijen....

Van den Akker boekte zijn grootste triomf op de achtste competitiedag. Toen bracht hij Kees Thijssen (Hiltex) een hardhandige nederlaag toe in een partij die vooral uit openingstheoretisch oogpunt van belang was. Met die overwinning leverde Van den Akker een substantiële bijdrage aan de 13-10 zege voor Culemborg, dat overigens ook al in de sensationeel verlopen slotronde van het seizoen 2000/2001 van Hiltex had gewonnen. Het enige verschil was dat het de Amsterdammers ditmaal nìet de titel kostte: het was het eerste en tevens laatste puntverlies voor Hiltex, dat het landskampioenschap geen moment serieus in gevaar zag komen.

Van den Akker-Thijssen

(Clubcompetitie 2001/2002)

1.32-28 18-23 2.33-29 23x32 3.37x28 16-21 4.31-26 19-23 5.29x18 13x33 6.39x28 21-27 7.38-33

Witspelers die in deze openingsvariant willens en wetens een zwarte voorpost op 27 toelaten, doen dat meestal in de verwachting dat hun tegenstanders zich met 12-18-23x23 zullen opstellen dan wel (bijvoorbeeld na 7...14-19 8.44-39) met 17-22x22. In beide gevallen heeft wit redelijke vooruitzichten om hetzij tot aantrekkelijk omsingelingsspel te komen (Schwarzman-Baljakin, WK 1984), hetzij het initiatief volledig over te nemen (Schwarzman-Van Lith, Brunssum 1991).

Maar Thijssen, die deze variant ook met wit op zijn repertoire heeft staan (in een partij tegen Van Meggelen, Den Haag 1999, kreeg hij er belangrijk voordeel mee!), volgt een heel ander plan:

7...9-13 8.44-39 4-9 9.50-44 11-16 10.34-29 20-24 11.29x20 15x24

De zetten 11-16 en 20-24 zijn karakteristiek voor de zwarte strategie, die erop gericht is het vijandelijke centrum van twee kanten in te klemmen.

Men kan dezelfde speelwijze overigens vaker in een andere versie aantreffen, te weten dìe waarbij zwart zo snel mogelijk een opstelling met (7...)11-16, (8...)20-24 en (9...)14-20 inneemt en wit verplicht wordt met 34-29 'in' de halve hekstelling te gaan staan. Ook dàt strijdplan, waarmee met name spelers als Slingerland en Van Pul praktijkervaring hebben opgedaan, lijkt mij interessant genoeg om er - te zijner tijd - een aparte rubriek aan te wijden!

12.40-34 7-11

Mogelijk voelde Thijssen niet voor de vereenvoudiging 12...10-15 13.41-37 27-31 14.36x27 17-21 15.26x17 12x23 16.34-29 enz. Maar eerst 12...14-20 en daarna pas 13...10-15, zoals (zij het met schijf 3 op veld 4) Erno Prosman speelde in een competitiepartij tegen Altsjoel (1991), was een belangrijk alternatief. In elk geval had Van den Akker dan eerst 34-29 moeten doen alvorens hij de opstoot 28-23 had kunnen plaatsen. Waarmee overigens allerminst een waarde-oordeel over de tekstzet wil zijn uitgesproken.

13.45-40 1-7 14.42-38 10-15 15.28-23

Ziedaar het verschil: vanaf dit moment zou op 15/16...14-20 steeds 16/17.23-19! volgen. Maar zoals - impliciet - gezegd: ik sluit niet uit dat Thijssen het zo gewild heeft.

15...5-10 16.48-42 13-18(!)

Met dit goed getimede zetje verplicht zwart zijn tegenstander de voorpost op 23 te verleggen naar veld 24, omdat 17.41-37(?) 18x29 18.34x23 het bezwaar heeft dat wit na 18...14-20! niet naar 29 kan ruilen wegens 20...27-32 en 21...17-21 +.

17.34-30 18x29 18.30x19 14x23 19.33x24

Onder gunstiger omstandigheden (36 op 37, géén stukken meer op 46 en 3) heeft deze decorwisseling zich ook voorgedaan in de tweede partij van de acht duels omvattende trainingsmatch die ik voorjaar 1992 tegen Bassirou Ba speelde. Toen was het wit die de beste kansen zou krijgen (aan de inhoudrijke slotfase heb ik destijds nog twee Volkskrant-rubrieken gewijd), maar in de gegeven situatie is het veeleer zwart die positioneel aan de leiding gaat. Dat zal echter niet lang meer duren...

19...17-21 20.26x17 11x22 21.41-37 12-18 22.40-34 7-12 23.46-41 16-21 24.34-29 23x34 25.39x30 10-14 26.44-39 21-26 27.39-33 8-13 28.33-29(!)

En vooral niet 28.33-28? 22x33 29.38x29 wegens 29...2-7! met de dreiging 27/26-31! annex 18-22 +, waartegen ook 30.30-25 geen afdoende parade vormt.

Zie diagram 1

28...2-7(?)

Maar hier blijkt het opspelen van schijf 2 alleen maar verzwakkend te werken. Zo 27...8-13 al niet voor versterking vatbaar was, dan moet de tekstzet beschouwd worden als de eerste van een drietal onnauwkeurigheden c.q. regelrechte fouten, als gevolg waarvan het spelbeeld een ware metamorfose zal ondergaan:

29.38-32! 27x38 30.42x33! 22-27(?) 31.33-28! 27-32? 32.28-23!

Gedwongen (32.28-22? 18x27 33.37x28 13-19! 34.24x4 14-19/20! 35.4x31 26x46 +) maar sterk.

32...14-20 33.37x28 20-25

Heeft de zwartspeler werkelijk gemeend schijfwinst te forceren? Wie nog nooit heeft meegemaakt hoezeer Thijssen het altijd op een race-tegen-de-klok laat aankomen, kan zich misschien maar moeilijk voorstellen dat de weerlegging van het schijnoffer hem moet zijn ontgaan. Maar ik acht het helemaal uitgesloten dat Thijssen, zelfs vanuit de stand na 31.33-28, bij volle bewustzijn zou kiezen voor de stelling die na wits 35e zet op het bord prijkt...

34.43-39!! 25x43 35.49x38

Na dit tegenoffer staat het in materieel opzicht weer gelijk. Maar daar is dan ook alles mee gezegd: positioneel bezien staat wit, met zijn door een ontwikkelingsvoorsprong van 8 tempi ondersteunde aanval, oppermachtig!

35...6-11 36.38-33 11-17 37.41-37 7-11 38.35-30 11-16 39.30-25 18-22

Zie diagram 2

40.36-31!

Voor 40.24-20 15x24 41.29x20 was het nog een beetje vroeg (13-18-23). En op 40.23-19 had zwart 40...22-27!?, 41...9-13!? en 42...27-32 kunnen proberen. Maar met de profylactische tekstzet bereidt Van den Akker de uiteindelijke overval in alle rust voor.

40...13-18 41.23-19! 9-14 42.19x10 15x4 43.24-19! 16-21 44.37-32! 26x37 45.32x41 22-27?!

Hierna ondervindt wit geen enkele hindernis meer op zijn weg naar de damlijn. 45...3-9!? was hardnekkiger geweest, al wijst de analyse uit dat wit ook in dat geval zou hebben gewonnen, zowel met 46.25-20! als met het iets minder nauwkeuriger 46.19-14 9x20 47.25x14. Maar ook daarover wellicht een volgende keer méér.

46.19-14 27-31 47.25-20 21-27 48.20-15 17-21 49.14-10

En vlak voordat hij door zijn vlag zou gaan (de wederzijdse bedenktijden luidden 1 uur 57 om 1 uur 59), gaf de totaal overspeelde Thijssen zich gewonnen. Ik vrees dat in het huidige tijdsgewricht niet veel spelers in een soortgelijke situatie dezelfde hoffelijkheid aan de dag hadden gelegd.

Meer over