Van de wijs

PETER GIESEN

Peter giesen

Terwijl ik deze woorden schrijf, ben ik chagrijnig. Onze achterburen bouwen een schuurtje. Als het gereedschap even zwijgt, schallen de volkszangers van Bingo FM door de tuinen. Toch is mijn slechte humeur volkomen onredelijk. Toen we zelf ons huis verbouwden, heb ik me ook niet overmatig bekommerd om de geluidsoverlast voor de buren.

Ik pak Epictetus er maar even bij, de Griekse stoïcijn wiens verzamelde werken onlangs zijn uitgegeven. 'De werkelijkheid is te verdelen in twee categorieën: wat wel in onze macht ligt en wat niet in onze macht ligt', schrijft hij. De bouwvakkers die het schuurtje bouwen, liggen overduidelijk niet in mijn macht, dus ik moet ophouden met zaniken.

De klassieke stoïcijnen, zoals Epictetus, Seneca en Marcus Aurelius, vonden dat een mens zich niet van de wijs moest laten brengen door zijn emoties. Daarom moet een mens zich niet hechten aan materiële bezittingen en menselijke relaties, die door de geringste gril van het lot verloren kunnen gaan. Ook voor hedendaagse mensen is het stoïcisme een interessante levensleer. In het tijdperk van het maakbare individu stellen mensen hoge eisen aan zichzelf: ze willen succesvol zijn in liefde, leven en werk, ze willen voldoen aan het ideaalbeeld dat via media en reclame zo onontkoombaar op ze af komt. Maar succes is vergankelijk in een periode van economische dynamiek en amoureuze instabiliteit. Daarom is er grote behoefte aan een levensleer die immuniseert tegen de onvoorspelbare wendingen van het lot.

Epictetus gaat heel ver in het prediken van onthechting. 'Je moet nooit over iets zeggen: 'Ik heb het verloren', maar 'Ik heb het teruggegeven.' Is je kind gestorven? Het is teruggegeven. Is je vrouw gestorven? Ze is teruggegeven. Is je land afgepakt? Dan is dat ook teruggegeven.' Dat klinkt bijna bovenmenselijk, en zo was het ook bedoeld. Het stoïcisme was geen kwestie van een boekje lezen of een cursusje volgen, maar een levenslange oefening waarin de stoïcijnse wijsheid slechts voor een enkeling was weggelegd.

De stoa inspireert, maar heeft ook iets kunstmatigs, en niet alleen vanwege de bijna onmogelijke opgaven die zij het individu stelt. Giacomo Leopardi, een 19de eeuwse Italiaanse pessimist, bekritiseerde de gedachte dat je geluk kunt opheffen door rationeel na te denken. De geest zweeft niet vrij en soeverein boven een lichaam dat wordt getroffen door aardse tegenspoed, zoals ziekte of gevangenschap. Het lot treft niet alleen het lichaam, maar ook de geest. 'Is de menselijke rede niet voortdurend onderhevig aan ontelbare ongelukken en talloze ziekten die ons domheid, waanzin, razernij, geweld en honderden andere vormen van gekte brengen?' schreef hij.

In de jaren zestig ontwikkelde de Amerikaanse psycholoog Albert Ellis de rationeel-emotieve therapie. Hij verwees expliciet naar een stelling van Epictetus: 'Mensen worden niet in verwarring gebracht door de gebeurtenissen, maar door hun opvattingen over de gebeurtenissen'. Verander je gedachten, en je verandert je leven. Er zijn echter genoeg mensen bij wie deze therapie niet aanslaat. Ze snappen best dat er geen 'objectieve' reden is om angstig of depressief te zijn, maar ze voelen het heel anders.

Zo prent ik mezelf in dat ik me niet zo moet ergeren aan hardwerkende bouwvakkers. Het helpt een beetje. Maar ik weet dat mijn stemming pas echt opklaart als ik om vier uur hun busje zie wegrijden.

undefined

Meer over