Van de achtertuin naar de sportzaal

Trampolinespringen is het weeskind van de Nederlandse gymnastiek, maar als het aan Alan Villafuerte, Sven Mooij en hun steunpunt in Alkmaar ligt, dan wordt het de komende tien jaar een 'booming sport'....

Vier dagen lang hield de club van de trampolinespringers, Victory Nederland uit Alkmaar, een clinic voor mensen die gepakt zijn door de salti van het elastiek. Die heten Barani's, Rudolfs of Fliffis, ook wel Baby-Fliffis. Basisschoolleerlingen, CIOS-studenten, B-trainers, familiegroepen en andere genteresseerden stapten op de vliegende tapijten van Eurotramp, per container aangerukt naar Noord-Holland.

Trampolinespringen, een oude eskimo-activiteit ze lieten zich op walrushuiden omhoog gooien om de vijand te bespieden , is tachtig jaar geleden in de huidige sportieve vorm gegoten door de Amerikaan Nissen. De sport heeft een stel ernstige beperkingen. Een trampo is duur. De gymzaal moet hoogte hebben, toppers reiken met de hand tot acht meter. De begeleider moet grote vang-en instructiekwaliteit bezitten.

Het is speuren met een lampje naar zulke combinaties van omstandigheden. Mooij: 'Er zijn veertig clubs in Nederland die aan trampolinespringen doen. En de top bestaat uit hooguit 120 echte springers. Het is niet gemakkelijk om groter te groeien.'

Victory, per 1 januari het offici steunpunt van de gymnastiekunie KNGU, ziet een mogelijkheid door samenwerking aan te gaan met de grotere fitnesscentra. De clinics van dit weekeinde werden daarom gehuisvest in Sportschool De Geus in Langedijk, een van de topcentra van Nederland. Naast de klimwand van zestien meter hoog werden de trampo's geplaatst.

In de huidige setting van gymnastiekclubs is uitbreiding haast onmogelijk. Bij Victory zijn zoveel talentjes uit de achtertuinen komen aanzetten dat reeds een wachtlijst is ingesteld.

Meer over