Van branieschopper tot coalitiesmeder

Hij wil niet altijd aangesproken worden op zijn Marokkaanse afkomst. Maar zonodig schuwt hij het debat niet, ook niet binnen de moslimgemeenschap....

Janny Groen en Annieke Kranenberg

De jonge salafist Abdelhakim, bekend van het televisieprogramma Ab en Sal, haalde in zijn column van 15 mei fel uit naar Fouad Sidali (41). ‘Een gewoontemoslim’ noemt hij hem. ‘Een Aboutalebeske aardworm, die ijverig solliciteert naar een zitplaats in de trein der hypocrieten.’ Sidali’s organisatie, het Samenwerkingverband Marokkanen in Nederland (SMN) schildert hij af als een ‘onsmakelijke stichting van broederlijk met elkaar optrekkende subsidieprostitués’.

Vijf dagen later nagelde publicist Mohammed Benzakour Sidali eveneens aan de schandpaal, vanwege diens aanval op de radicale imam Fawaz Jneid. Sidali had zich gemengd in de verbale strijd tussen Fawaz en Ahmed Marcouch, stadsdeelvoorzitter van Amsterdam-Slotervaart, die door de radicale imam was uitgemaakt voor hypocriet en schijnpoliticus.

Sidali nam publiekelijk afstand van de imam. Hij doorbrak de door Marcouch als ‘bijna dictatoriaal’ omschreven eenheid van moslims en zei: ‘Wij (gematigde moslims, red.) laten ons niet langer gijzelen door iemand die pretendeert de enige waarheid over de islam te verkondigen.’ Dat openlijke verzet wordt door diverse deskundigen gezien als een ‘historische doorbraak’. Benzakour ziet dat anders. Hij schrijft dat Sidali zich op de borst klopte over ‘zoveel eigenmoed’.

Aardworm, pocher, subsidiehoer: deze termen staan haaks op die van vele anderen. Voormalig Amsterdams wethouder Hannah Belliot noemt hem ‘bescheiden’. Sidali was anderhalf jaar haar woordvoerder. Oud-hoofdredacteur van SBS6, Jean Mentens, roemt zijn inzet en sociale vaardigheden. Hij werkte voor Hart van Nederland en ‘lag heel goed op de redactie’. Voormalig chef binnenland Diederik Bonarius van het NOS Journaal vindt Sidali ‘sociaal bewogen’.

De kwalificaties die het vaakst worden genoemd zijn diplomaat en bruggenbouwer. Dat laatste staat expliciet in het persbericht van de PvdA-fractie in Bos en Lommer (Amsterdam-West) over zijn installatie (morgen) als wethouder sociale zaken. De fractie noemt hem verder ‘een ideale persoon om de relatie met het stadsdeel en zijn bewoners verder aan te halen’. Bos en Lommer telt 30 duizend inwoners en heeft een sterk multiculturele samenstelling.

Sidali is in zijn carrière vaak aangesproken op zijn Marokkaanse achtergrond. Hoewel hij zelf aanvankelijk ‘helemaal niets had’ met de Marokkaanse gemeenschap. In zijn eerste jaren in Nederland was hij zich niet bewust van zijn afkomst. Hij was 3 toen hij zich met zijn moeder, broers en zussen bij zijn vader voegde in Bergen op Zoom. Mohammed Sidali (nu 74), begon als gastarbeider bij plasticfabriek Van Niftrik en kwam na zelfstudie terecht in de welzijnssector. Hij was met Mohammed Rabbae actief in het Centrum Buitenlanders West-Brabant.

De Sidali’s waren het eerste Marokkaanse gezin in Bergen op Zoom. ‘We werden met warmte opgevangen door de buurt’, zegt moeder Fatiha (67). Fouad was geliefd, zegt ze, ‘een vriendelijk en rustig jongetje’. Eerder ‘een branieschoppertje’, herinnert zijn jeugdvriend Colin Rigter zich. ‘Hij was de leider van ons clubje’. Het verbaast Rigter niet dat hij publiekelijk de strijd aandurft met de radicale imam. ‘Hij was altijd al eerlijk, recht voor zijn raap.’

Rigter kwam begin jaren zeventig vaak bij de Sidali’s thuis. In dat ‘warme gezin’ werd hij helemaal opgenomen. ‘Spannend was het – dat voedsel, die Marokkaanse rituelen. Mannen en vrouwen aten gescheiden.’ Toch was Fouad ‘helemaal geïntegreerd’, zegt Rigter. ‘Hij was een van ons.’

Pas toen hij 12 was, realiseerde Sidali zich dat hij anders was. Zijn leraar scheikunde zette hem neer als Marokkaan. Inmiddels was die gemeenschap in Bergen op Zoom gegroeid. Maar Fouad voelde zich er niet thuis. Vader Mohammed: ‘Ik heb de rector op het incident met de scheikundeleraar aangesproken. Want zo creëer je problemen met Marokkaanse kinderen, je schept afstand.’ Vanaf dat moment worstelde Fouad met het gevoel: ‘Waar moet ik bij horen?’

Na de middelbare school koos hij voor de journalistiek. Hij wilde weg uit Bergen op Zoom, waar de Marokkaanse gemeenschap zich ‘niet goed ontwikkelde’. Hij zag de criminaliteitscijfers groeien, vond de gemeenschap ‘te zeer in zichzelf gekeerd’. De huidige staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Ahmed Aboutaleb, vroeg hem als programmamaker voor de Migranten Omroep Den Haag. Het was de tijd van de positieve discriminatie. Talloze subsidiepotjes waren er voor multiculturele projecten, zoals fietscursussen voor Marokkaanse vrouwen.

Van onafhankelijke journalistiek was, in de ogen van Sidali, bij die omroep geen sprake. Het was meer ‘journalistiek bedrijven vanuit welzijnstaken’. Journalistiek onafhankelijk waren we wel degelijk, pareert Aboutaleb. ‘Maar het programma bevatte een forse dosis voorlichting.’ Dat beviel de ‘ambitieuze’ Fouad niet. Aboutaleb: ‘Hij wilde zijn journalistieke vleugels verder uitslaan.’

Positieve discriminatie bezorgde Sidali in 1991 een baan bij het NOS Journaal. Redacties kregen subsidie voor het aanstellen van allochtone redacteuren. De serieuze Sidali koos voor de publieke omroep. Maar uiteindelijk liep hij zich daar stuk op zijn Marokkaanse achtergrond. Hij kreeg weer ‘het scheikundeleraar-gevoel’, zag zich genoodzaakt de Marokkaanse gemeenschap constant te verdedigen. Die rol paste niet bij hem.

‘De positie van allochtonen bij het Journaal is een ingewikkelde’, zegt Bonarius, nu adjunct-hoofdredacteur van het Financieele Dagblad. ‘Fouad moest aan zijn bronnen geregeld uitleggen waarom iets op tv kwam. Het Journaal is nogal kort door de bocht. Dat landde niet altijd goed bij zijn achterban.’

Sidali maakte de overstap naar SBS6, waar hij zich ‘als Nederlandse verslaggever in de Nederlandse samenleving’ kon begeven. Reportages maken over boerenruzies en poezen in nood. Mentens: ‘We hadden toen al een redelijk contingent allochtonen in onze redactie.’ Sidali, die hij aannam omdat hij ‘een verdomd goede verslaggever’ was, vormde geen uitzondering.

In 2001 deed de NOS opnieuw een beroep op Sidali. De tijd van positieve discriminatie was definitief voorbij. Op de dag dat de vliegtuigen zich in het WTC in New York boorden, rondde Sidali zijn sollicitatiegesprek af. ‘We wilden hem, omdat hij goed onderlegd was en ingangen had in de moslimgemeenschap’, zegt Bonarius. Sidali hapte toe, nadat hem werd toegezegd dat migranten op een andere manier in de redactie zouden worden ingepast. Ze zouden op een natuurlijker manier toewerken naar diversiteit. Bonarius: ‘Ook in zijn tweede periode speelde de druk van zijn achterban. Maar veel minder. Fouad was gegroeid door zijn ervaringen bij SBS.’

Sidali kreeg een meer adviserende rol bij de NOS. Die moest lef tonen, vond hij. ‘Vaker woordvoerders aan het woord laten uit andere gemeenschappen over algemene onderwerpen.’ Die uitdaging heeft de NOS in zijn ogen ‘goed opgepikt’. In 2003 vond hij dat hij zijn klus had geklaard.

Het adviseurschap beviel hem. Sidali werd ‘communicatieadviseur’ bij de gemeente Amsterdam. Wethouder Belliot kon zich ‘geen betere woordvoerder wensen’. Belliot: ‘Hij overziet de situatie, vormt zich een mening. Kan die, heel ingehouden, overbrengen: dit vind ik ervan, maar het is uiteindelijk jouw keuze.’ De gemeente heeft volgens haar veel aan hem gehad na de moord op Theo van Gogh. ‘Een donkere, koude deken lag over het stadhuis. Overal beveiliging, de sfeer was grimmig. Maar Fouad bleef kalm en eerlijk in zijn oordeel.’

Aboutaleb, destijds wethouder in Amsterdam, raadpleegde hem achter de schermen. ‘Hij heeft een gevoelige antenne en dat is cruciaal in een periode van maatschappelijk spanningen.’ In die periode kon Sidali – die alom wordt omschreven als kalm – ‘bij tijd en wijle net zo boos worden op de Marokkaanse gemeenschap als ik’, zegt Aboutaleb. ‘We moesten geregeld flink stoom afblazen.’

Sidali’s opstelling jegens Fawaz heeft zowel Belliot als Aboutaleb enigszins verrast. Belliot noemt Sidali typisch een man van het midden. ‘De man met de weegschaal’, zegt ze. ‘Soms is het nodig uit de weegschaal te stappen en het gewicht daar te leggen waar het moet.’ Dat hij de confrontatie met Fawaz aandurft, kan hem nog goed van pas komen in zijn politieke loopbaan. Belliot: ‘In de politiek kun je niet altijd de balans zoeken. Soms moet je polariseren.’

Dat ‘de persoon Fouad’ de strijd is aangegaan met de radicale islam, verbaast Aboutaleb geenszins. ‘Wel dat hij dat als roerganger van het SMN deed. Die club ging altijd heel voorzichtig om met dit dossier en hield zich verre van de discussie over religie.’ De staatssecretaris denkt dat Sidali ‘veel kleur’ heeft gegeven aan het SMN, waar ‘kennelijk veel is veranderd’.

Die kleur – door Aboutaleb omschreven als ‘je moet je eigen huid zelf krabben’ (wees zelfkritisch) – verdwijnt uit het SMN. Althans: Sidali stapt op. Vrijdag meldde hij dat hij zijn voorzitterschap heeft neergelegd. ‘Het was een moeilijke, maar weloverwogen beslissing’, mailt hij. ‘Ik moet als voorzitter vrij kunnen praten, en mezelf kunnen uiten zonder dat ik rekening moet houden met mijn functie als stadsdeelwethouder. Als wethouder wil ik mijn ambt kunnen vervullen zonder belangenverstrengeling of de schijn ervan.’

Voor het SMN is dat een verlies, denkt Aboutaleb. ‘Maar voor het politieke debat is het gunstig.’ Hij zegt dat het soms ‘erg eenzaam’ is in dat debat. En dat hij het fijn vindt dat zich aan dat front meer mensen melden die ‘uit het goede hout zijn gesneden’. Aboutaleb: ‘Het is een teken van emancipatie van de gemeenschap.’

‘Voor Sidali geldt een beetje het Aboutaleb-verhaal’, zegt Mentens. ‘Door hun intensieve omgang met het nieuws zijn ze breed geïnformeerd. Ze hebben wortels in de Marokkaanse gemeenschap, maar kunnen – omdat ze Nederland zo goed kennen – echt loskomen van oude tradities en denkbeelden.’

Ook Halim El-Madkouri, die bij het multiculturele instituut Forum werkt, verwacht dat Sidali een belangrijke rol gaat spelen in de discussie over integratie en islam. En dat hij dat debat ‘in het huidige gepolariseerde klimaat naar een hoger niveau zal tillen’. Hij wijst op de loopbaan van Sidali’s vader, Mohammed Sidali, die zijn hele leven maatschappelijk actief is geweest. El-Madkouri: ‘Door zijn vader is Fouad zich terdege bewust van de historie. Hij kent de valkuilen, de onderlinge verdeeldheid in de moslimgemeenschap.’ Hij kan, zegt hij, coalities smeden met de eerste generatie en jongeren mobiliseren op moderne thema’s.

‘Het gaat niet meer om geld erbij, het verbeteren van uitkeringen, het regelen van fiets- en taalcursussen. Het gaat erom of moslims als volwaardige burgers een plek in de samenleving krijgen’, zegt El-Madkouri. Daar hoort wat hem betreft Sidali’s strijd tegen de politieke salafisten bij.

Die zal Sidali, los van het SMN, voortzetten ‘binnen de grenzen van de politiek’, laat hij weten. Dan zal hij zich, zegt Aboutaleb, moeten voorbereiden op een soms ongemeen harde strijd. ‘Je wordt geregeld voor verrader uitgemaakt. Maar pittig discussiëren hoort bij de democratie. Het is een teken van emancipatie, dat dat nu ook binnen de moslimgemeenschap gebeurt.’

Hij verwacht dat Sidali bestand zal zijn tegen vileine aanvallen als van Abdelhakim en Benzakour. ‘Als je zijn postuur ziet, denk je dat hij bij windkracht 3 al omvalt. Maar hij staat als een betonnen blok.’

Meer over