Van Abbe bouwt nu in de Dommel

Jan Debbaut begint spontaan te stralen als hij langs de bouwtekeningen van het nieuwe museum loopt. De directeur van het Van Abbemuseum heeft lang genoeg moeten wachten op de zo vurig gewenste verbouwing en uitbreiding....

Onlangs heeft hij zelfs al een virtueel bezoek gebracht aan het nieuwe museum, dat naar verwachting pas in 2002 klaar is. 'Adembenemend', vond hij de virtual reality-beelden van de nieuwe Van Abbe-toren. 'Als je dat ziet, vergeet je al vlug dat het zo lang geduurd heeft.'

Debbaut steekt de ene na de andere sigaret op in de voormalige bedrijfswinkel van Philips, waar het Van Abbe sinds vijf jaar tijdelijk is gehuisvest. Sinds zijn aantreden in 1988 heeft hij aangedrongen op uitbreiding van het museum, dat in 1936 door tabaksindustrieel en kunstverzamelaar Henri van Abbe is gesticht.

De Amsterdamse architect Abel Cahen maakte een eerste ontwerp dat bij wijze van spreken bovenop het bakstenen museum van zijn voorganger Kropholler werd neergezet. Maar dat tastte de voorgevel met het karakteristieke torentje zodanig aan, dat hele volksstammen in Eindhoven ertegen ten strijde trokken. Na een slepend juridisch gevecht gaf de gemeente Cahen uiteindelijk toch maar opdracht een nieuw ontwerp te maken, met behoud van het torentje.

De architect, die het gevoel had 'alsof een kind door de plee werd gespoeld' zocht het noodgedwongen in de breedte. Het nieuwe ontwerp kost daardoor ook bijna twee keer zoveel als het eerste: 48 miljoen gulden. De loop van de Dommel wordt zelfs verbreed, waardoor op een soort schiereilandje een moderne museumtoren kan verrijzen.

Als 'eerbetoon' is deze maand in het oude Van Abbemuseum, inmiddels rijksmonument, een reeks van vier tentoonstellingen geopend onder de noemer De Verzameling. Daarin worden de blikvangers getoond van de vaste collectie van het Eindhovens museum voor moderne kunst, die in totaal zo'n 2500 werken omvat. Debbaut bijt het spits af: tot half juni heeft hij 52 van de 230 aanwinsten uit zijn periode uitgestald.

Daarna volgen exposities van de drie voorgaande directeuren Rudi Fuchs, Jean Leering en Edy de Wilde. Zij zullen eveneens een keuze maken uit de aankopen die het museum onder hun leiding heeft gedaan. Tegelijk met de vierde presentatie van De Wilde zal dit najaar in de Krabbedans een tentoonstelling lopen van de vooroorlogse collectie, die grotendeels door oprichter Henri van Abbe bijeen is gebracht.

'Ik probeer geen encyclopedie te schrijven, maar een roman', zegt Debbaut over zijn aankoopbeleid. Hij heeft ervoor gekozen enkele 'protagonisten' van hedendaagse ontwikkelingen in de kunst te onderscheiden. Met kunstenaars als Juan Muñoz en Niek Kemps is hij vervolgens 'de diepte' ingegaan.

'Het was vooral Edy de Wilde die na de oorlog radicaal koos voor een museum van moderne en hedendaagse kunst', zegt Debbaut over zijn voorganger. 'Dat is bijzonder voor een decentrale provinciestad als Eindhoven. '

Hoe toonaangevender het Van Abbe werd in de moderne kunst, des te knellender was het oude museumgebouw, met slechts tien zalen. Voor de vaste collectie is al jaren geen plaats. De dure kunstwerken liggen noodgedwongen in de kelder of zijn uitgeleend aan andere musea.

'Na de verbouwing kunnen we eindelijk én wisselende tentoonstellingen inrichten én de vaste collectie tonen', zegt Debbaut opgetogen. Hij is van plan, als de gemeenteraad ermee akkoord gaat, om in het openingsjaar 2002 louter het rijke Van Abbe-bezit 'voluit' te tonen. Van de moderne klassiekers Picasso en Mondriaan tot aan hedendaagse kunstenaars als Juan Muñoz en René Daniëls.

Als voorproefje loopt momenteel De Verzameling. Want het tonen van de vaste collectie is de belangrijkste drijfveer achter de komende verbouwing, meent Debbaut. Maar de expositie van de vier laatste museumdirecteuren dient ongetwijfeld ook ter versterking van het draagvlak onder de Eindhovense bevolking voor de kostbare verbouwing, die zo lang op zich heeft laten wachten.

Meer over