Vajpayee geeft arm India een rijk gevoel

India schittert. Met deze leuze voert de grootste partij van India campagne. De verwachting is dat premier Vajpayee opnieuw de parlementsverkiezingen wint....

Van onze buitenlandredacteur Marjon Bolwijn

Zijn baard moest eraf. Een jaar geleden pakte hij zijn scheermes. Na de handeling keek Deepak Divekar in de spiegel en deed een ontdekking: zijn gezicht vertoonde een opvallende gelijkenis met dat van Pervez Musharraf, president van Pakistan.

Gehuld in camouflagepak, de manier van spreken en motoriek van Musharraf imiterend, beklimt Divekar dezer dagen talloze podia van verkiezingsbijeenkomsten. Niet als artiest, maar als campagneleider van de BJP van premier Vajpayee. De Pakistaanse moslim 'Musharraf' die Indi oproept op een nationalistische hindoeische partij te stemmen, Indi zien er de humor van in.

Bij de vorige verkiezingen in 1999 was een dergelijke grol ondenkbaar geweest. India en Pakistan stonden zoals gebruikelijk als aarstvijanden tegenover elkaar. Twee jaar geleden nog waren beide landen dichtbij een vierde oorlog, waarbij zij de inzet van nucleaire wapens niet leken te schuwen. Premier Vajpayee van India nam begin dit jaar het initiatief tot vredesbeprekingen. De Pakistaanse leider Musharraf nam dat in dankbaarheid aan.

In dezelfde periode nam de Indiase premier het initiatief tot een oplossing van de vete tussen India en Pakistan over Kasjmir. Met deze verzoeningspolitiek heeft Vajpayee veel sympathie verworven onder de bevolking, zelfs onder de moslimminderheid, waarvan sommigen voor het eerst op de BJP zeggen te gaan stemmen.

De charismatische Vajpayee (79) heeft de afgelopen vijf jaar dat hij een regeringscoalitie leidde bestaande uit 22 partijen, zich de positie van vaderfiguur en staatsman verworven. Hij bracht stabiliteit aan het nationale regeringsfront, dat jaren ervoor werd geplaagd door veel regeringswisselingen.

De verkiezingszege die nu voor zijn partij de BJP wordt voorspeld, wordt in grote mate aan Vajpayee toegeschreven. Hij wordt niet alleen bejubeld om zijn consensusen vredespolitiek, maar ook om de sterke groei van de economie in India. De afgelopen vijf jaar is veel geesteerd in de landbouw en de ontwikkeling van de industrie, waar miljoenen banen zijn gecred. Ook is de export fors toegenomen. Het percentage Indi dat onder de armoedegrens leeft is van 36 procent afgenomen tot 27 procent. Vajpayee heeft zich het ambitieuze doel gesteld India in het jaar 2020 te hebben afgeholpen van het predikaat 'ontwikkelingsland'.

Zijn partij, de BJP, meent dat er een feel good stemming heerst in het land en daarom besloot het de verkiezingen niet zoals gepland in oktober te houden, maar in april en mei. Verspreid over vijf dagen mogen ruim 660 miljoen kiesgerechtigden hun stem uitbrengen. Dinsdag en gisteren zijn de eerste deelstaten aan de beurt geweest, 10 mei de laatste.

De grootste concurrent van de BJP is de Congrespartij, de partij van de Nehru-Gandhi dynastie. Tientallen jaren kon deze partij met een comfortabele meerderheid in het parlement regeren. Sinds de moord op Rajiv Gandhi in 1991 verkeert de partij echter in een leiderschapscrisis. Zijn weduwe Sonia Gandhi nam na jaren aarzelen het leiderschap op zich. Sindsdien is de partij steeds meer uit de gunst geraakt bij de kiezers. De BJP ziet een tweede verkiezingszege op rij, na die in 1999, als een definitieve breuk met de dominantie van de Congrespartij in de Indiase nationale politiek.

De Congrespartij ontbeert een overtuigende oppositie tegen het succesbeleid van de BJP en haar coalitiegenoten. Sonia Gandhi presenteert zichzelf vooral als hoedster van de armen in een zich economisch snel ontwikkelend land. Daardoor in het defensief gedrongen stelt zij dat de nieuwe rijkdom vooral ten goede komt aan een kleine bovenlaag in de grote steden.

De Congrespartij stelt de nationalistische hindoeische BJP voor als partij die het seculiere karakter van India bedreigt, en daarmee de eenheid van het land in gevaar brengt. Opvallend is echter dat tijdens de afgelopen vijf jaar een deel van de BJP zich heeft gematigd in zijn hindoe-nationalisme.

In 1991 nog maakte de partij een verkiezingsonderwerp van haar pleidooi een hindoe-tempel te bouwen op de plaats waar in de noordelijke stad Ayodhya een moskee uit de 16de eeuw staat. Het leverde de partij veel stemmen op. Een jaar later verwoestten hindoe-nationalisten de moskee. Het religieuze geweld over Ayodhya laaide op en kostte meer dan tweeduizend mensen het leven.

Religieuze vetes maken dit keer geen onderdeel uit van de verkiezingsstrijd, al deed BJP-minister Advani een week geleden nog wel een poging daartoe door de tempelkwestie op te rakelen. Zolang de gematigde Vajpayee de partij en de regering leidt, menen commentatoren, krijgen hardliners als Advani geen kans etnische spanningen weer tot uitbarsting te laten komen.

Meer over