Vagevisser

Bij singer-songwriter Eefje de Visser zweven de zinnen en hebben woorden stootkussentjes. Haar tweede album is net uit en zaterdag is ze te horen op Into The Great Wide Open. Wat is het geheim van haar gracieuze teksten?

Een gesprek over haar teksten? Túúrlijk, zegt Eefje de Visser, leuk. Fijn om iemand te horen zeggen dat hij de woorden bij haar liedjes zo mooi en bijzonder vindt en dat ze zo anders met de Nederlandse taal omspringt dan alle andere liedschrijvers van haar generatie.

Toch moet De Visser (27) er ook een beetje om grinniken, want zelf neemt ze tijdens een gesprek over haar lyriek al gauw het woord 'bijzaak' in de mond: de tekst wordt niet geacht al te veel aandacht op te eisen. Taal in dienst van muziek; zo was het op haar succesvolle debuutalbum De Koek (2011) en zo is het opnieuw op de pas verschenen opvolger met de typische De Visser-titel Het is. Het zijn de kleine eerste woorden van de plaat, samen een onaf, kameleontisch zinnetje dat niets betekent, maar alle kleuren kan aannemen.

'De teksten zijn met de jaren wel een wezenlijk onderdeel van mijn muziek geworden', zegt ze, gezeten in een Utrechts café. De staalgrijze ogen zoeken veel oogcontact van onder de volle, zwarte haren. 'Maar ze blijven toch bijzaak. Misschien zijn ze juist daarom interessant: ik ben er niet al te bewust mee bezig, laat ze uit mijn onderbewuste opstijgen. Ik ben gestopt mezelf te censureren.'

Ze vielen op, haar wolken van woorden, toen De Koek verscheen: sprankelende, eigenwijze popliedjes, waarin ze met haar fluwelen stem terloops met woorden strooit. Heel gewone woorden, die samen korte zinnetjes vormen die in elkaar over lijken te vloeien. Moeilijk of pretentieus? Nooit. Toch is ook nooit helemaal duidelijk waar ze nou eigenlijk over gaan: ze zijn associatief, roepen een gevoel op, maar zelden een concrete gedachte. Ze dwarrelen je hoofd binnen, deinend op die frivole, zachtjes dansende melodieën.

Oh, ik voel dat de zomer, ik voel dat ik verder, ik voel dat ik later, maar ik doe niets, want als ik dit doe, maak je niet druk.'

Toen ze doorbrak, schreef de Zuid-Hollandse (geboren in Voorburg, opgegroeid in Moordrecht bij Gouda) pas een jaar of twee in het Nederlands, na twaalf jaren van Engelstalige vingeroefeningen. Met haar eerste Nederlandstalige liedjes schreef ze in 2009 de categorie singer-songwriter van de Grote Prijs van Nederland op haar naam. Na De Koek liepen de mooiste popzalen van het land voor haar vol.

'Ik heb mezelf altijd als muzikant gezien', zegt ze, 'niet als tekstschrijver. Ik vond dat ik dat helemaal niet kon: ik kon geen verhaal schrijven, niet eens een normale volzin. Dat vind ik nog steeds , als ik normaal probeer te schrijven, maak ik van die kinderlijke zinnen, vind ik.'

Er zat maar één ding op: niet langer proberen 'normaal' te schrijven, maar voortaan gewoon op z'n Eefjes. Alle ideeën over hoe je een songtekst dient te construeren, gingen overboord.

'Als muzikant kom je al snel in een scene van muzikanten terecht. Ik ook, toen ik in Utrecht was komen wonen: je ziet hoe zij het doen, praat erover en gaat dan toch dingen overnemen. Die experimenteerfase leverde teksten op die ik zelf lelijk vond. Gaandeweg ben ik meer mijn instinct gaan volgen. Als muzikant ben ik bewust bezig liedjes te creëren zoals niemand anders ze schrijft. Als tekstschrijver ben ik daar veel minder mee bezig: ze komen zoals ze komen.'

Op Het is vertonen de stukken wel meer samenhang dan op het debuut. De Koek bevatte compacte liedjes, elk met een eigen onderwerp maar weinig onderlinge cohesie. Op Het is kleven de liedjes aan elkaar en valt vagelijk een thema te ontwaren: 'van je plek komen, niet stil blijven zitten', soms letterlijk, soms overdrachtelijk. 'We gaan door', 'ik ga, ik loop', 'we verdwijnen uit het zicht', 'als ik wil, kan ik alles doen wat ik wil', 'Rotterdam zag ik een kwartier van tevoren al liggen in de verte', 'we zaten op een schip' - zomaar wat flarden uit verschillende liedjes, die samen een Eefjelied hadden kunnen zijn.

De zinnen vallen stuk voor stuk op door hun zachtheid, hun gratie. Uit de mond van Eefje de Visser is het Nederlands geen taal van harde klanken. Ze waakt daarvoor, zingt hoekige klanken rond.

'Van een lied als Ongeveer zou ik heel gemakkelijk een ontzettend irritant nummer kunnen maken, wanneer ik het zou zingen zoals dat in musicals gebeurt', zegt ze - en ze demonstreert het: scherp afgebakende woorden, harde t's en k's, een rollende r. Zo moet het dus niet: bij De Visser zweven de zinnen en hebben woorden stootkussentjes. Woorden zijn bij haar primair muziek.

'Bij mij is het liedje er altijd eerder dan de tekst. Ik heb nog nooit een tekst geschreven die ik daarna op muziek ging zetten. Ik denk dat mijn teksten zonder de muziek helemaal niet overeind zouden blijven: de tekst heeft nooit zonder de muziek bestaan en kan er niet los van worden gezien. Zelfs van mijn favoriete tekstschrijvers, zoals de Amerikaanse Fiona Apple, lees ik nooit zomaar een tekstboekje. Het werkt gewoon niet.'

Onnadrukkelijkheid, daar draait het om. Eefje de Visser is er het type niet naar om vilein uit te halen naar collega-schrijvers. Je komt de voorbeelden vaak genoeg tegen: tekstschrijvers die denken dat het vanzelf goede tekst oplevert wanneer je al je particuliere emoties in expliciete bewoordingen op tafel kwakt. Tekstschrijvers die een goeie punchline verzinnen en die dan pontificaal, als een glanzend pronkstuk in een lied plaatsen. Zelf vindt ze het spannender om zo'n kernzin op een onopvallende plaats in het liedje te zetten.

'Het is raar', zegt ze. 'Ik ben in heel veel opzichten een piekerkont, maar over mijn muziek ben ik altijd tamelijk zelfverzekerd geweest. Over mijn teksten tegenwoordig ook, maar in het begin vroeg ik me wel eens af: wie zit hier op te wachten, wie kan hier iets mee? Maar ik dacht al snel: ik zie het wel. Ik heb ook niets te verliezen, want de wil om voor een enorm groot publiek te spreken is nooit mijn drijfveer geweest.'

Live: 7/9 Into the Great Wide Open, Vlieland. 14/9 Festival De Basis, Soesterberg. Clubtournee vanaf 21/9. Eefje de Visser: Het is. Eefjes Platenmaatschappijtje.

Vier drijfveren

Vaag

'Artiesten die in het Nederlands zingen, kiezen vaak voor die taal omdat ze iets specifieks willen vertellen. Ik krijg in Nederlandse liedjes te vaak het gevoel dat me een verhaal wordt verteld. Zelf wil ik dat niet, het past niet bij me, ik houd meer van taal die een beetje vaag blijft, van teksten die ik rechtstreeks vanuit mijn onderbewustzijn naar buiten laat vloeien.'

En we verspreiden ons haast ongeduldig

Ik neem iets mee uit de lucht hier

Een verzameling roet en ruimte

We worden vast een keer helder

(uit: Uit de lucht)

Plaatjes

'In mijn teksten wil ik mensen niet iets aanreiken waarover ze inhoudelijk kunnen gaan zitten nadenken. Ik wil niet aanzetten tot filosoferen; ik wil plaatjes schetsen. Beelden. Ik wil mijn luisteraar iets laten ervaren en vooral iets laten zíen.'

Lise kijkt naar buiten en ze zegt

Er leeft ook nog van alles in de ruimte

Ergens in de ruimte loopt nog wat vriendelijks rond

En wat onschuldigs

En straks loopt ze rondjes om de bomen

Lise kijkt naar buiten en ze droomt

(uit: Lise)

Klank

'De melodie is er bij mij altijd als eerste. Ik zing er aanvankelijk een quasi-Engelse onzintekst bij om de zangmelodie te vinden. De Nederlandse tekst die ik vervolgens ga schrijven, moet in die mal passen. Hij moet de aandacht niet te veel afleiden van de muziek. Ik probeer zacht en onnadrukkelijk te zingen. De klank van de woorden vind ik eigenlijk het belangrijkst.'

Het is ongeveer de avond

Maakt niet veel uit

Alles is hetzelfde

En we zijn verschillend

Doet er niet toe

En je tekent ons grijs

(uit: Ongeveer)

Onrust

'Mijn eerste album De Koek bevatte heel veel tekst. Op Het is ben ik spaarzamer met woorden, er zit veel meer rust in de teksten, maar in sommige liedjes werk ik nog wel met snelle, korte, soms onaffe zinnetjes die elkaar snel opvolgen en bijna over elkaar heen buitelen.

Zo creëer je een gevoel van onrust en twijfel. In een liedje als Genoeg gebeurde dat per ongeluk: in De Bedoeling was het een bewust spel.'

Ik pas en ik meet en ik plak en ik knip

En ik kijk voor me uit

Kijk voor je uit

Blijf bij me weg

Ik verander nog steeds

Ik verander door en in cirkels rond

Ik pas en ik meet en ik plak en ik knip

En

(uit: De Bedoeling)

Herman en Suzanne

Een echt mooie Nederlandse songtekst? Eefje de Visser noemt, vrij verrassend, Herman van Veens cover van Suzanne (Leonard Cohen). 'Ik vind het mooi dat hij het origineel vrij en speels vertaalt, veel beelden oproept en de meer dramatische zinnen mooi terloops zingt.'

En je wilt wel met haar meegaan

samen naar de overkant

En je moet haar wel vertrouwen

want ze houdt al jouw gedachten in haar hand

undefined

Meer over