Vader voor zijn bezorgers

Om 4.00 uur kun je hem aantreffen op het distributiepunt Huizen, in afwachting van de kranten die hem de komende uren in beslag zullen nemen....

‘Goeiemorgen, het is woensdagmorgen geworden. Erg hè?’

Jan van Hoorn, distributeur van krantenuitgeverij PCM, liep al een tijdje te ijsberen met zijn gsm in de aanslag, maar tegen 6.00 uur besluit hij tot actie over te gaan. Het zijn de kortst denkbare gesprekjes, eigenlijk niet meer dan bovenstaande mededeling. De ringtone heeft zijn werk dan al gedaan.

Uiterlijk om 6.15 uur wil Van Hoorn zijn peloton bezorgers het hek uit hebben. ‘Van de meesten weet je wel hoe laat ze ongeveer komen. Maar als het te lang duurt, gaan we bellen. Misschien dat er iets op hun hemd ligt en dan zijn we verder van huis.’ Om zeven uur moet de krant in de bus liggen en in geval van ziekte of een andere calamiteit kan hij nog een reservebezorger optrommelen en de schade beperkt houden.

Voor Van Hoorn is de woensdagmorgen allang aangebroken. Om 4.00 uur kun je hem aantreffen op een campingstoeltje in het distributielokaal, overeind gehouden door koffie en shag, in afwachting van de kranten die hem de komende uren in beslag zullen nemen.

Maar eerst komt Fred van Katwijk binnen en die wil altijd nog even een bakkie doen. Dan, om 4.07 uur, klinkt het geronk van een dieselbusje en zegt Jan tegen Fred: ‘Je gaat me toch niet zeggen dat Alex er nu al is.’ De woensdagmorgen kan echt beginnen.

Van Hoorn ratelt het metalen karretje naar buiten en met doffe klappen belanden daarin de ehp’s Algemeen Dagblad, de Volkskrant, Trouw en Nederlands Dagblad. Zo’n eenheidspakket bestaat uit 72 kranten, bij elkaar gehouden door twee linten.

Terwijl Alex de losse exemplaren telt, manoeuvreert Jan van Hoorn zijn karretje weer naar binnen. Hij snijdt de kranten los, begint alvast met tellen en rangschikken.

Tussen 240 en 270 euro per maand

Bezorgers van de ochtendbladen die worden verspreid via uitgeverij PCM krijgen maandelijks een vaste vergoeding voor hun werk en worden daarnaast per exemplaar beloond. De dagelijkse vergoeding is 6,75 euro voor een gemiddelde wijk in Huizen. Over vier weken gerekend komt dat neer op 162 euro. In die 24 dagen bezorgt één krantenjongen 424 keer het Algemeen Dagblad en 694 keer de Volkskrant à raison van 3 cent. Dat is dus respectievelijk 12,72 euro en 20,82 euro. Het magazine in de Volkskrant van zaterdag is ook een bonus van 3 cent waard en dat geldt eveneens voor bijzondere bijlagen, zoals de WK-special in juni. De dagelijkse fietsvergoeding van 70 cent levert over vier weken 16,80 euro op. Ten slotte wordt er ook wachtgeld uitgekeerd wanneer de kranten te laat aankomen. In Huizen geldt dat vanaf half vijf. Elk kwartier is een schadepost van 1,15 euro per bezorger. Die ene bezorger in Huizen verdiende in juni in totaal €257,03. Over het algemeen levert een krantenwijk van PCM ’s morgens vroeg tussen 240 en 270 euro op. ’s Middags is dat al gauw honderd euro minder. De eindejaarsfooien lopen sterk uiteen, zo is de ervaring van de bezorgers in Huizen. De ene abonnee honoreert de nieuwjaarswens met een paar dubbeltjes. Een ander geeft grif een tientje. Bezorger Fred van Katwijk: ‘Die mensen reageren ook heel leuk. Ze zijn blij dat ze een keertje zien wie elke ochtend hun krant bezorgt.’
De Noord-Hollandse gemeente Huizen benadert in distributietermen het ideaal. Als overloop voor de Randstad is het voormalige vissersdorp de laatste decennia hard gegroeid en de bevolking is gemiddeld jong. Bovendien hebben ze het in Huizen niet overdreven breed. ‘Je vindt hier dus vrij gemakkelijk bezorgers’, zegt rayonmanager Wim van Barneveld. Hoe welvarender een gemeente is, hoe lastiger dat wordt. Zo ligt het bijna ideale distributiecentrum in een verre van ideale omgeving. In Blaricum, Bussum en Laren zijn bezorgers een stuk lastiger te vinden.

De 51-jarige Jan van Hoorn kwam zelf zeven jaar geleden ook als bezorger binnen bij PCM. Daarvoor had hij samen met zijn vrouw textiel verkocht op de markt. Maar de handel en de relatie stortten in, waarna Van Hoorn bij zichzelf dacht: wat nu? Kranten bezorgen dus. ‘Een van de weinige manieren om nog wat geld te verdienen en bovendien kwam ik weer een beetje onder de mensen.’

Na een week of vier kreeg hij al het aanbod de toenmalige distributeur te vervangen. Waarom hij? Rayonmanager Van Barneveld: ‘Enthousiast, volwassen. Ik had gewoon het gevoel dat hij het in zich had. Nu worden er hele profielen gemaakt. Wat voor bezorgers zijn er? Voornamelijk allochtoon of juist autochtoon? Daarbij wordt de juiste distributeur gezocht. Destijds was het nog natte-vingerwerk.’

PCM had het met Van Hoorn niet beter kunnen treffen. De klachtennorm is 2,5 op duizend te bezorgen kranten. Huizen scoort net boven de twee en dat is voor een groot deel aan Van Hoorn te danken Hij kwijt zich met grote toewijding van zijn taak. Als het 6.15 uur is geweest en de bezorgers op pad zijn, maakt hij in zijn bestelwagentje zelf de ronde langs boekhandels en benzinestations. Op het dashboard ligt altijd een stapeltje kranten. Als een bezorger belt dat hij een krant te kort komt, dan neemt Jan van Hoorn dat adres meteen mee. Even over zevenen in de bus, scheelt weer een klacht.

Al jaren houdt hij dat vol, van ochtendkrant tot middagkrant. Inclusief alle nabezorgingen is hij tot 21.00 uur in touw en dan is het eigenlijk al bedtijd, want om 3.30 uur gaat de wekker. En als je hem vraagt, hoe hij dat doet, antwoordt Van Hoorn: gewoon blijven ademen.

‘Hé meid, goeiemorgen. Kom je deze kant op?’

Distributiepunt Huizen ligt aan de Ambachtsweg 8a. Links een winkel in gereedschappen, rechts een aannemer en op de gevel aan de overkant staat ‘schrobvaste muurverven’ geverfd. Op deze zwoele donderdagmorgen hoor je alleen het gezoem van generatoren.

De Ambachtsweg ligt in een industrieel gedeelte van Huizen, maar toch dicht tegen het centrum aan en daarmee is aan twee belangrijke voorwaarden voor een ideaal distributiepunt voldaan: centraal gelegen, weinig overlast gevend. Niet voor niets zit een paar deuren verderop DistriQ, verspreider van De Telegraaf en Gooi- en Eemlander.

Als Alex de levering heeft voltooid, ditmaal om 4.14 uur, pakt Van Hoorn de maskers erbij, formulieren waarop het aantal kranten staat vermeld. Iedere bezorger heeft een eigen masker en op het werkmasker staat het totaal. De Volkskrant komt deze ochtend in 12 ehp’s en 26 los. Bij elkaar zijn dat 890 kranten. Trouw levert 388 exemplaren, Algemeen Dagblad 460 en Nederlands Dagblad 115. Dan zijn er nog negen stuks Zaman, een Turkse krant, en op sommige dagen komt daarbij nog de jongerenkrant Kidsweek.

Alex heeft ook groene en rode kartonnetjes bij zich met daarop adressen waar een abonnement respectievelijk begint en eindigt. De stops overheersen in de vakantietijd en zijn meestal tijdelijk van aard. Ten slotte heb je van donderdag tot en met zaterdag ook nog de speciale abonnementen, geconcentreerd op die dagen. Dat kan dus zijn do-vrij-za of za-ma of alleen za. Jan van Hoorn plakt er stickers op met de corresponderende adressen, maar breek hem er de bek niet over open, want hij wordt er horendol van.

Distributiepunt Huizen bestaat uit de wijken 23330 tot 23354. Aan de hand van de individuele maskers telt Jan van Hoorn de te bezorgen kranten uit en rangschikt ze in stapeltjes. Het masker bestaat feitelijk uit een A4tje met daarop de geturfde titels en de naam van de bezorger. Daniëlle is 23331, Troost is 23333 en Jamie 23348. Dat papier zit in een plastic mapje. Daarin gaan dus ook, indien nodig, de groene en rode kartonnetjes.

Om 4.45 uur klinkt het geluid van een brommer. ‘Daar zul je Speedy hebben’, zegt Fred tegen Jan. Speedy is de heer Troost, de voorganger van Van Hoorn als distributeur. Hij heeft diens wijk overgenomen en zijn pakket kranten ligt al klaar, net als dat van Fred van Katwijk en Peter Kruger.

De oudsten zijn kennelijk de eersten in deze branche. Kruger is een vutter die gewend is vroeg op te staan en het prettig vindt om meteen wat om handen te hebben. ‘Krantenlopen is goedkoper dan de sportschool en je krijgt er gratis een bakkie bij.’

Dagelijks 1,2 miljoen kranten

Het distributiebedrijf van uitgever PCM bezorgt dagelijks 1,2 miljoen kranten, bijna een kwart daarvan zijn Volkskranten. Het bezorgen van de krant vereist een logistieke operatie, waaraan militaire strategen een puntje kunnen zuigen. Uiterlijk om 4 uur ’s ochtends moet de krant, gedrukt in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag, op een van de 26 verzamelpunten zijn, verspreid over het hele land. Vandaar worden ze verdeeld over tweeduizend distributiepunten, waarvan het door Jan van Hoorn gerunde Huizen er een is. De distributiepunten omspannen een fijnmazig net van elfduizend wijken waar 7500 bezorgers voor dag en dauw klaarstaan. De krant moet voor 7 uur in de bus liggen. ’s Middags wordt alles nog eens dunnetjes overgedaan in vijfduizend wijken door 4100 bezorgers. De avondbladen moeten voor 18 uur zijn bezorgd. Er kan van alles misgaan, een vrachtauto die uitbrandt, een lekke band, een bezorger die zich verslaapt, en toch komt het zelden voor dat de krant niet op tijd is doordat er met de distributie iets is misgegaan. Slechts bij 0,3 procent gaat het fout. ‘Drie van de duizend kranten worden niet op tijd bezorgd. En die worden in de meeste gevallen nog dezelfde dag nabezorgd. Een prestatie van formatie’, zegt Miranda Pronk, accountmanager van het distributiebedrijf voor de Volkskrant.
Rayonmanager Van Barneveld, wiens vader ook een agentschap had, zegt dat de bezorging van kranten conjunctuurgevoelig is. Toen het 25 jaar geleden economisch slecht ging, hadden veel volwassenen een krantenwijk. Het daaropvolgende decennium werd het werk voornamelijk gedaan door scholieren, maar zij hebben sinds 2000 weer concurrentie gekregen van volwassenen. Tot voor een paar jaar konden ook asielzoekers zonder veel problemen worden ingezet, maar nu is de controle veel strenger en mag dat alleen als ze een speciale status hebben.

Afgezien van Karim, die zich ’s morgens vroeg al van de computer moet losrukken, stromen de jonge bezorgers pas tegen zes uur binnen. Ze plukken de dopjes van de i-pod uit hun oor en inspecteren hun masker. Vervolgens tellen ze zelf nog een keer het aantal kranten na, want dat is hun verantwoordelijkheid. Komen ze er eentje te kort, dan springt Jan van Hoorn bij. Anders moeten ze zelf terugkomen naar de Ambachtsweg. De starts, de stops en de eventuele klachten worden bestudeerd.

- ‘Hé Jan, hoe kan dat nou? Deze was gestopt.’

- ‘Kijk eens naar de datum, lieverd.’

- ‘Shit’

- ‘Heel goed, jong.’

Het korps van Huizen is 22 bezorgers groot. Twee van hen zijn vrouw, bijna driekwart is minderjarig en mag daarom niet eerder dan 6.00 uur beginnen. Eén bezorger is Algerijns, twee zijn Marokkaans en één is Moluks. Jan van Hoorn ziet streng toe op een zekere verdeling. ‘Je moet oppassen dat de meerderheid niet allochtoon is. Met een paar kwaaien erbij hebben zij het voor het zeggen en dan ben je verloren als distributeur. Maar in deze mix werkt het prima.’ Daarbij hanteert hij wel strikt de regel: dat er in het distributiecentrum niet wordt gesproken over religie en politiek. ‘Ik heb hier moslims, protestanten en katholieken door elkaar lopen en we zullen het met elkaar moeten doen.’

Om 6.00 uur zegt Jan tegen niemand in het bijzonder: ‘Ha, het feestgebeuren komt eraan.’ Drie jongens slenteren het hok binnen. Slobberbroek, slobbershirt, de ogen nog op slaapkamerstand, de haren nat van een haastige douche. Dit zijn de laatkomers. Jamie van der Will, 18 jaar oud, maakt deel uit van het feestgebeuren. Hij heeft net zijn vwo-opleiding afgerond en gaat na de zomer in Amsterdam economie studeren. Voorlopig blijft hij nog wel even thuis wonen en ziet hij zichzelf ook nog wel een tijdje 23348 voor zijn rekening nemen. Maar Jamie hoor je niet praten over gouden ochtendstonden en de prettige ontspanning die een krantenwijk biedt. Als hij praat, is het met een van slaap verstikte stem.

Zijn wijk ligt in het noordoosten van Huizen, tussen winkelcentrum Oostermeent en het Gooimeer in. Het parkoers dat hij aflegt, is van een hogere logica. Voortdurend draaien, zwenken en keren op een kermende damesfiets waarmee het gemakkelijk op- en afstappen is. Het liefst bezorgt Jamie van der Will met het voorwiel tegen de voordeur aan, zodat de bezorging wordt teruggebracht tot één snelle handeling. Slechts twee abonnees heeft hij naast elkaar wonen. Voor de rest is het een lange race tegen de klok. Om 7.02 uur is hij klaar. Jamie van der Will monstert zijn tassen. Shit, een Volkskrant over. Zeker een adres gemist. ‘Niets zeggen tegen Jan, hoor. Misschien zijn die mensen wel op vakantie en hoor ik er niets van.’

‘Goeiemorgen, je had toch geen andere afspraken, hoop ik?’

Hoe ziet distributiepunt Huizen er uit? Een bakstenen doos achter aannemer Koldewijn. Een intimiderend zoeklicht floept aan als je ’s nachts de voordeur nadert. Het lokaal zelf is vier bij vijf meter groot. Langs drie van de vier muren staan tafels waarop Van Hoorn Huizen in krantenwijken verdeelt.

Op zaterdag, als de kranten extra dik zijn, moeten een paar jongens buigen om hun stapel van de grond te rapen. De meisjes blijven daarvan gevrijwaard. ‘Ik wil niet dat sommige jongens daarover opmerkingen maken.’

Tegen de tafelloze muur staat een bank, gekregen van Fred. Daar omheen vier campingstoeltjes met bijbehorende tafel, onderschept voor de kraak. Linksachter staat een reservefiets onder het trapgat. Rechtsachter staat een computer en, veel belangrijker, een koffiezetapparaat. Alle muren zijn volgeplakt met posters. ‘Foutloos bezorgd in december?? Kunst!!! Doe dat ook in de maanden daarna!!!’ Maar ook een grote foto van het Belgische feestgebeuren Bobbejaan Schoepen.

Van Hoorn: ‘Het was helemaal kaal toen we hierin trokken. Ik heb iedereen gevraagd iets leuks mee te nemen. Fred is met die foto van Bobbejaan in Bobbejaanland aan komen zetten. Zo wordt deze ruimte van ons allemaal. Je kunt wel zeggen: hier is de krant en nou opzouten, maar dat werkt niet. Ze moeten zich ook een beetje thuis voelen. Ik heb hier een zware verkering zien uitgaan. Heb je wel een bezorgersprobleem. Dan wil ik de tijd nemen daarover te praten en de situatie weer werkbaar te maken.’

Om 6.30 uur vrijdagmorgen, een kwartier laten dan gepland, begint Van Hoorn aan zijn ronde grote bestellingen. En paar keer weerklinkt zijn ringtone, een alarmerende imitatie van een wekker en een kukelekuende haan. ‘Het kan mij niet hard genoeg zijn.’

Allereerst gaat de reis naar de Lage Laarderweg, een onverharde weg door natuurgebied. In een van de afgelegen huizen woont een Volkskrant-abonnee, maar een loslopende hond van de buren stond de bezorging een tijdlang in de weg. Daarom heeft Van Hoorn dat adres overgenomen van de bezorger. Zo heeft hij dat ook een tijdje gedaan voor een islamitische krantenjongen die grote moeite had met naaktlopers op een van zijn bezorgadressen.

Jan van Hoorn is graag solidair. ‘Abonnees kunnen zeuren, hoor. Heb ik ze hier in alle vroegte zien weg glibberen over de sneeuw en een uur later gaan mensen al bellen. Dat de krant vijf minuten te laat is bezorgd. Of er wordt geklaagd over natte kranten, terwijl het giet van de regen. Leg hem dan even over de verwarming. Mensen hebben echt geen idee hoe moeilijk dit werk soms is.’

Aan de andere kant hebben sommige abonnees, hoe hardnekkig ze ook kunnen zeuren, wel zijn telefoonnummer gekregen. Vooral ouderen hechten aan een persoonlijk contact en Van Hoorn is zuinig op bezorgers en abonnees.

Om 7.00 uur, Van Hoorn is net terug, komt er een sms binnen van Judith. Ze is een Trouw te kort gekomen, een mededeling die ze afsluit met ‘kus Judith’. Het moet niet gekker worden, mompelt Van Hoorn. Maar hij rijdt wel spoorslags naar de Dekemastaete en om 7.05 uur duwt hij een Trouw in de bus op nummer 35, waar de dag schijnbaar nog moet beginnen. ‘Bezorger tevreden, distributeur tevreden, abonnee tevreden.’

Op een van de muren in het distributiecentrum hangt een vel papier waarop staat geschreven: ‘Tel goed je kranten na. Bel voor tekort Jan. Denk aan je klachtengeld.’ Om zijn bezorgers scherp te houden, rekent Jan van Hoorn een paar dubbeltjes als ze te weinig kranten bij zich hebben. Het klachtengeld gaat in een klachtenpotje en daarvan koopt hij rond Kerstmis een aardigheidje voor iedereen.

‘Goeiemorgen... Oké, zie je zo.’

‘Bij Jan ben je tenminste geen nummer’, zegt Daniëlle Verbeek. Vanwege de verdiensten is ze begin 2005 overgestapt van De Telegraaf naar PCM waar de abonnees minder dicht op elkaar wonen en de honorering daarom hoger is. Ze is gebleven vanwege de sfeer.

Verbeek, 18 jaar oud en in opleiding tot medisch laborante, heeft geen enkele moeite met het vroege opstaan en dankzij de krantenbezorging verdient ze geld op een tijdstip dat het buiten goed toeven is. ‘De lucht is nog zo lekker vers. Geen auto’s, geen brommers. Ik vind het heerlijk.’

Op zaterdagmorgen staat ze extra vroeg op om Jan van Hoorn te helpen met het insteken van de bijlagen die de vorige middag al zijn afgeleverd in Huizen. Om 5.30 uur is de klus geklaard en Daniëlle telt haar kranten na. Ze is de afgelopen week vrij geweest en er blijkt een hoop veranderd in 23331. Zes keer rood voor de Volkskrant en het Nederlands Dagblad is definitief een abonnee kwijt aan de Nijverheidsweg. Dat blijkt goed nieuws. ‘Behoorlijk uit de buurt en slecht van fooi.’

Een disk-jockey van Sky Radio, de zender die lange dagen maakt op de Ambachtsweg 8a, zegt dat we een mooi weekeinde tegemoet gaan als de bezorgers om 6.15 uur voor het oog van de fotograaf uitzwermen. De zon strijkt neer in Huizen en het tafereel krijgt bijna de allure van een reclamefilmpje als Van Hoorn om 6.45 uur op de markt een krantje verkoopt aan een koopman. ‘Mooi, hé’, zegt hij. En: ‘Goed voor de pot.’

De bezorgers van het distributiepunt Huizen zwermen uit. (Jean-Pierre Jans/de Volkskrant) Beeld
De bezorgers van het distributiepunt Huizen zwermen uit. (Jean-Pierre Jans/de Volkskrant)
Meer over