Nieuws

‘Urker jongeren kregen geld geboden om testslocatie in brand te steken’

De twee jongeren die terechtstaan omdat ze de coronateststraat op Urk in brand hebben gestoken, zouden geld geboden hebben gekregen van een beruchte jongerengroep. Dit zeggen hun advocaten.

23 januari van dit jaar: de testlocatie van de GGD op het haventerrein in Urk is in brand gestoken.  Beeld ANP
23 januari van dit jaar: de testlocatie van de GGD op het haventerrein in Urk is in brand gestoken.Beeld ANP

Op de avond van 23 januari van dit jaar braken ongeregeldheden uit op Urk. Toeterende auto’s reden rond op het haventerrein, uit protest tegen de avondklok. Rond half tien werd brand gesticht in de testlocatie van de GGD.

Half februari werden twee verdachten aangehouden. Fokke V. (21) en Jarno van den B. (16) hebben inmiddels bekend de brand te hebben aangestoken. V. zit in voorarrest, de minderjarige Van den B. in een instelling.

De advocaten van de twee vroegen de rechtbank dinsdag tijdens twee afzonderlijke zittingen om meer onderzoek te doen, omdat de verdachten zouden zijn opgehitst door anderen. Beide verdachten hebben verklaard geld geboden te hebben gekregen om de testlocatie in brand te steken. De rechtbank wees het verzoek tot nader onderzoek af.

J.M. Koppert, de advocaat van Fokke V., suggereerde in de rechtszaal dat de rol van de beruchte Urker jongerengroep ‘132 jaar voorwaardelijk’ onderzocht zou moeten worden. De naam van de groep zou verwijzen naar de voorwaardelijke straffen die de leden nog hebben uitstaan. V. zou naar eigen zeggen geen deel uitmaken van dat gezelschap.

‘Labiele jongens’

Koppert sprak tijdens de zitting over ‘labiele jongens’ die geen vooropgezet plan hadden om de teststraat in brand te steken. ‘Het zijn geen types die aan het hoofd staan van een jeugdbende.’ Volgens de advocaat is het ‘onbestaanbaar’ dat de politie geen onderzoek heeft gedaan naar de betrokkenheid van de jongerengroep. ‘Het gaat om het totaalplaatje.’

Ook advocaat Jolanda Pater, die de minderjarige Jarno van den B. bijstaat, vindt het teleurstellend dat de rechtbank niet meer onderzoek wil doen. ‘Ze kijken niet naar het grotere geheel’, zegt ze na de tweede zitting, die besloten was omdat de verdachte minderjarig is. ‘Juist hier is de context van belang.’

Pater had graag gezien dat getuigen die op camerabeelden te zien zijn, nog gehoord zouden worden. ‘We zien auto’s en kentekens. Ik zou de mensen willen horen met wie de twee verdachten gepraat hebben. Maar de rechtbank vindt de verklaringen van de verdachten voldoende.’

Extra getuigen

Het Openbaar Ministerie verzette zich tegen het horen van extra getuigen. ‘Er waren die avond veel mensen die heel veel foute dingen hebben gedaan’, zei de officier van justitie. ‘Het is onmogelijk om iedereen te identificeren.’

V. zelf uitte tijdens de eerste zitting zijn ongenoegen over zijn minderjarige medeverdachte. ‘Van de kant van mijn medeverdachte hoor ik allemaal dingen die niet kloppen’, zei hij via een videoverbinding. ‘Het wordt allemaal in mijn schoenen geschoven. Ik heb de deur opengebroken, hij steekt de boel in de fik.’

Op 6 juli vindt de inhoudelijke behandeling van beide zaken plaats.

Meer over