Up, up, up!

Groot-Brittannië omarmt weer de jazz. De nieuwe lichting – een aantal bands speelt op North Sea Jazz – laat zich niet alleen inspireren door oude helden, maar ook door Radiohead en Muse....

Koen Schouten

Een nieuw plein in de oude Londense buitenwijk Dalston. Vier Afrikaanse mannen steken slenterend over. Een Pakistaanse jongen probeert onder begeleiding van bescheiden bonkende muziek zijn auto te keren. Aan de rand staat een rijtje halfopen kraampjes. Salama Video & Books. Alex Tailors. Prayer Holy Products. Er is ook een kraampje zonder uithangbord. Daar kun je het beste Afro-food van de buurt krijgen. Soms staan er lange rijen. Net als voor het gebouw ernaast. Op de eerste verdieping, uitkijkend over Gillett Square, bevindt zich het brandpunt van een jonge Britse jazzscene: The Vortex. Vier van de Britse bands die dit weekeinde op North Sea spelen hebben er hun thuisbasis.

Het gaat goed met jazz uit het Verenigd Koninkrijk. Frisse groepen als Polar Bear, Empirical en Led Bib worden opgepikt in het buitenland. Ook in eigen land telt Britse jazz. Dat is wel eens anders geweest. Engelsen stonden er niet om bekend hun eigen muzikanten te omarmen. Maar er is een nieuwe generatie luisteraars opgegroeid, zonder vast omlijnde ideeën over jazz en waar het vandaan zou moeten komen. Jonge musici spelen voor een jong publiek. Zoals cd-verkoper John van Ray’s Jazz op Charing Cross Road het verwoordt: ‘De interesse voor jazz is up up up!’

Londen is weer een jazzstad, na een magere periode die volgde op de jazzdancerage van de jaren tachtig. Je merkt het op straat in de wijk Soho, waar steengoede jazzmuziek uit speakers knalt om voorbijgangers een modern ingericht keldercafé in te lokken. In platenzaken waar jazzcd’s en vinyl van Britse musici als Django Bates en Finn Peters in de etalage staan. Maar je ziet het vooral aan de clubs die het belangrijkste uithangbord vormen van de scene: The Vortex, Ronnie Scott’s en The Jazzcafé. Daar hebben veranderingen plaatsgevonden die op het eerste gezicht niet al te positief leken, maar die uiteindelijk precies waren wat de jazz nodig had.

De situatie waar The Vortex een paar jaar geleden mee te maken kreeg is exemplarisch voor jazzpodia over de hele wereld, inclusief het Amsterdamse Bimhuis. The Vortex was zo’n twee decennia een vaste waarde voor de alternatieve Britse jazzscene toen de club gedwongen werd te verhuizen. De ooit onherbergzame noordelijke wijk Stoke Newington was gewild geraakt bij jonge professionals, juist vanwege de vele kunstenaars en alternatieve plekken. De huur werd te hoog, geluidsoverlast een probleem. Dus verhuisde Vortex naar de nog minder geliefde wijk Dalston, iets verderop. Een buurt die nog niet zolang geleden in een tv-woonprogramma werd verkozen tot worst place to live in Britain.

‘Ik denk erover om hier een huis te kopen’, zegt Will Gresford, terwijl hij in hoog tempo een bord paella naar binnen werkt. De voormalige koorknaap, platenmaatschappijmedewerker en BBC-werknemer is sinds drie jaar de man achter The Vortex. Hij regelt alles, van de programmering tot het geluid. Als hij tijd heeft helpt hij de vrijwilligers achter de bar een handje.

Onder leiding van de 28-jarige Gresford is The Vortex uitgegroeid tot een plek met een internationale, jeugdige uitstraling. Veel bands die in The Vortex hun eerste concerten gaven zijn nu te horen op internationale podia. Terwijl de club niet veel meer is dan een betegelde ruimte met cafétafeltjes en achterin een oude Chesterfieldbank. Met 120 man zit het vol. Maar de grote ramen die uitkijken op Gillett Square maken dat de muziek voelt als onderdeel van de wijk, de stad, de rest van de wereld. Een beetje zoals in het nieuwe Bimhuis aan het IJ.

Gresford: ‘Het publiek dat naar de club komt wordt steeds jonger. En het mooie is: zonder dat het aanbod toegankelijker is gemaakt. Vortex blijft de plek voor gelaagde, subtiele, openminded muziek met veel improvisatie.’

Maar het zijn wel de muzikale ontwikkelingen van de laatste tijd die jonge mensen naar The Vortex lokken. Er is een krachtige Britse stroming ontstaan van echte bandjesjazz met een stevige energie, waarin je evenveel invloed van jazzhelden terughoort als van rockgroepen waaronder Radiohead en Muse. Het platenlabel Babel, waarvan eigenaar Oliver Weindling ook betrokken is bij The Vortex, heeft ervoor gezorgd dat deze groepen in het buitenland te horen zijn. Gresford is erdoor geïnspireerd en begon onlangs het label Vortex, dat tevens een goede promotiefunctie vervult voor de club. ‘Engeland zet de deuren open naar Europa. Dat werkt twee kanten op. Er spelen ook meer Europese bands in Groot-Brittannië dan voorheen.’

Tegelijk biedt The Vortex nog steeds ruimte aan de oude garde met musici als Annie Whitehead en Evan Parker. Soms spelen er verrassend bekende internationale artiesten, zoals eind deze maand drie dagen lang de Braziliaan Vinicius Cantuaria. ‘Ze spelen in Vortex omdat ze weten dat er goed publiek zit en alles om de muziek draait.’

Will Gresford overweegt het nog, Seb Rochford, leider van het populaire Polar Bear, lid van Acoustic Ladyland en een van de meest gevraagde drummers van Engeland, woont al in Dalston. Om de hoek bij Vortex. Een telefoontje, en daar komt de 34-jarige Schot met de van verre herkenbare wilde haardos aangelopen. De vier Afrikaanse mannen die eerder over het plein waren geslenterd, en nu op het terras genieten van grote glazen Italiaans bier, groeten hem routineus.

Hoe verklaart de vriendelijke verlegen drummer het succes van de Britse jazz? ‘Muziek heeft alles te maken met je omgeving. Londen is een troubled place op het moment. Duur om te wonen, veel agressie in het verkeer, criminaliteit, strenge regels. In zo’n situatie bloeit creativiteit op, als uitlaatklep. Ik vind het volkomen logisch dat jazzmusici zich laten beïnvloeden door rock. Vergelijk het met Amerika, daar is soul en blues de populaire traditie. In Engeland zijn indiebands de basis. Daar zijn we goed in. Hier in Dalston hoor je de hele dag dubstep en grime om je heen. Als muzikant ga je daar vanzelf iets mee doen.’

Heeft het lang geduurd voor de open aanpak van Rochford een voedingsbodem vond? ‘Ik ben twee keer afgewezen voor het conservatorium. Maar ondertussen heb ik met veel traditionele helden gespeeld. Stan Tracey, Peter King. . . Het is gewoon nooit in me opgekomen niet mijn eigen muziek te spelen. Charlie Parker en Miles Davis zijn voor mij geen standaard waarbinnen je je zou moeten bewegen. Zij legden zichzelf geen beperkingen op in hun experimenteerdrift. Waarom zouden wij dat nu wel doen?’

De volgende dag ligt de nieuwe editie van de wekelijkse uitgaansbijbel Time Out in de kiosk. Op de cover: ‘Revealing the new East London... cultural awakening of the Cockney heartland.’ The Vortex wordt genoemd als belangrijke hotspot. Dalston is het helemaal.

Terwijl The Vortex met de blik vooruit opereert, is een ander jazzpodium met succes teruggekeerd naar de basis. Ronnie Scott’s is één van de beroemdste jazzclubs ter wereld, centraal gelegen in de altijd hippe wijk Soho. Volgend jaar bestaat de zaak van de in 1996 overleden saxofonist een halve eeuw. Het was van oudsher dé plek om bekende Amerikanen te zien, samen met de top van de traditionele Britse scene. De laatste jaren leek Ronnie’s op zijn retour. Het muffe oude interieur piepte en kraakte, de bediening liet te wensen over en er was erg veel soul, r & b en populaire wereldmuziek te horen. Toen Scotts oude zakenpartner de zaak drie jaar geleden besloot te verkopen had dat het einde kunnen betekenen.

Maar de club kreeg de best denkbare nieuwe eigenaar: Sally Greene, impresario en eigenaresse van onder meer theater The Old Vic en de Cheyne Walk Brasserie. Zij liet de club grondig renoveren en opnieuw inrichten door de vermaarde Franse interieurontwerper Jacques Garcia.

Als je nu Ronnie Scott’s binnenstapt, is een vette glimlach moeilijk te onderdrukken. Veel beroemde New Yorkse clubs als de Village Vanguard ademen een sfeer van versleten romantiek en oude glorie. In Londen niets van dat alles. Nadat je de gang met kleden bent doorgelopen, die van de ingang aan de drukke Frith Street leidt tot het hart van de club, dan kom je in een ruimte die aan alle clichés beantwoordt die je van een old school jazztent verwacht. Maar dan wel fris en tot in de puntjes verzorgd uitgevoerd. Tafels met kaarsjes rond het subliem uitgelichte podium. Koperen relingen. Rijen trapsgewijs geplaatste, knus duistere banken met schemerlampjes. Aan de donkere muren hier en daar een foto van een jazzheld. Niets is opdringerig aan deze club, en daardoor voel je je er meteen thuis. De service is soepel, de cocktails zijn heerlijk. Je waant je al in het jazzparadijs voor er ook maar een noot is gespeeld.

En ook de muziek is voor elkaar. Sinds kort is de programmering in handen van James Pearson. De 37-jarige, blondgekuifde pianist is een van de meest spelende musici van Engeland. Hij begeleidde zo’n beetje iedereen die er toe doet in de Britse jazz, en hij geniet respect als klassiek pianist. Vanavond komt Pearson bezweet binnen vallen. Net nog een klassieke gig gedaan in Barbican Hall, en nu snel met de Ronnie Scott’s All Stars spelen in het naprogramma van hoofdact Pete Long, die met drie andere tenoren een tribute heeft gespeeld aan de Britse saxofonist Tubby Hayes.

[Zie verder pagina K04]

Hier is jazz geen reservaat

Hier is jazz geen reservaat
[Vervolg van pagina K03]

Hier is jazz geen reservaat
Het is onderdeel van het nieuwe beleid: de hoofdact wordt voorafgegaan en afgesloten door lokale musici. ‘Dat maakt Ronnie Scott’s meer dan een presenteerblaadje voor bekende acts, het geeft de club een functie in de Londense scene. Daarnaast ligt de nadruk weer op echte jazz, modern en traditioneel, uit Amerika en Engeland. Afgelopen maand speelden onder meer Benny Golson, Christine Tobin, Pharoah Sanders en Kenny Garrett.’ Ook zogenoemde Vortex-bands spelen in Ronnie Scott’s. ‘Polar Bear heeft hier onlangs drie uitverkochte avonden achter elkaar gestaan. Seb Rochford had bedongen dat de toegangsprijs omlaag ging, in ruil voor minder gage.’

Hier is jazz geen reservaat
Nadat Pearson met speelse intensiteit zijn set heeft afgesloten is het vlug naar de bovenverdieping van Ronnie Scott’s. Het is woensdagnacht, dus er is sessie. Voor vijf pond kun je in de misdaadfilmgenieke bar met hoogpolig tapijt, leren zitjes en Italiaans bier genieten van jonge muzikanten die elkaar gretig het vuur na aan de schenen leggen. Een trompettist die er uitziet als dertien staat waanzinnig beheerst te spelen. Een Australische saxofoniste met de looks en outfit van een supermodel komt Pearson even gedag zeggen. ‘Dit is de manier om een jong publiek aan de club te binden. Die connectie was kwijtgeraakt. Het gaat erom dat je laat zien dat er wat aan de hand is, dat de muziek leeft en beweegt.’

Hier is jazz geen reservaat
De combinatie van publiekstrekkers met hardcore jazzacts die in Ronnie Scott’s voor verwatering zorgde, blijkt op een andere plek wel te werken. In de levendige wijk Camden ligt The Jazzcafé, een soort kleine Melkwegzaal waar je ongedwongen staand luistert en eventueel aan tafel kunt eten op het balkon. De ene dag spelen de hiphoppioniers van De La Soul, de week erop kun je bij souljazzdinosaurus Lou Donaldson horen waar ze hun beats vandaan hebben. Je kunt er naar jazzdanceicoon Roy Ayers en naar de nieuwe creatieve dansbare jazz van Nostalgia 77 Octet. The Jazzcafé heeft een reputatie opgebouwd die garant staat voor kwaliteit. Je hoeft eigenlijk niet op de agenda te kijken, er speelt altijd wel iets leuks. Het publiek van twintigers en dertigers weet dat, en laat zich al lang niet meer afschrikken door het ouderwetse idee dat jazz gecompliceerd zou zijn. ‘Als de muziek goed is, ben je helemaal niet bezig met of het ingewikkeld in elkaar zit’, aldus twee vaste jonge bezoekers van The Jazzcafé. In Londen is de jazz niet weggestopt in een reservaat, het is verweven in het uitgaansleven. Seb Rochford: ‘De muziek van Thelonious Monk en Led Zeppelin zal ik altijd mooi blijven vinden.’

Meer over