Universiteit wil relaties verbeteren

Na jaren van geklaag over de lange arm van de overheid hebben de universiteiten eindelijk een concreet voorstel gedaan om wat losser van hun baas te komen staan....

Van onze onderwijsredactie

AMSTERDAM

De bedoeling is niet, zo benadrukt de commissie, dat de universiteiten dan ook maar mogen doen wat ze willen. De overheid kan nooit van haar plicht worden ontslagen borg te staan voor goed en toegankelijk onderwijs.

Het doel van privatiseren en verzelfstandigen van overheidsdiensten is vaak vergroting van de doelmatigheid. De academies worden lang niet altijd efficiënt bestuurd en beheerd. Vaak ligt dit aan mensen daar, soms aan de democratische bestuursstructuur waardoor iedereen over een besluit moet hebben gesproken alvorens het kan worden uitgevoerd. Maar dikwijls komt het doordat de universiteit worstelt met de vele regels die de overheid heeft opgelegd.

Daarbij kwamen nog eens de bezuinigingen van een half miljard gulden op het hoger onderwijs die het paarse kabinet oplegde, tot woede van de instellingen. De universiteiten vonden de balans tussen uit te voeren taken en de financiering 'verstoord'. Daarom zetten de Samenwerkende Nederlandse Universiteiten eind 1994 de commissie-Akkermans aan het werk, genoemd naar haar voorzitter prof. P. Akkermans, rector magnificus van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

De universiteit leeft vandaag de dag in twee werelden. Bijna eenderde van haar inkomsten komt van commercieel onderzoek. Veel van die commerciële activiteiten zijn ondergebracht in stichtingen en besloten vennootschappen. Universiteiten hebben holdings opgericht om nieuwe markten te betreden.

Het voorstel van de commissie-Akkermans komt erop neer hetzelfde te doen met het geld dat van de overheid komt. In een contract zou moeten worden geregeld aan welke voorwaarden de universiteiten moeten voldoen, willen ze recht hebben op een bepaald bedrag aan overheidsgeld. De constructie lijkt op wat in het bedrijfsleven gebruikelijk is: de academie levert een bepaalde prestatie, waarover na onderhandelingen overeenstemming is bereikt, en de overheid betaalt daarvoor. Na een jaar of vijf wordt gekeken of de universiteit zich aan de afspraken heeft gehouden.

In zo'n contract wordt onder meer geregeld dat de universiteit niet al te veel collegegeld mag vragen (maar het wel zelf mag bepalen), dat de studiebegeleiding adequaat is, dat er geen drempels zijn opgeworpen om de universiteit te betreden, en zo verder.

Nu is dat vaak uniform geregeld. Een student scheikunde in Groningen betaalt even veel collegegeld als een student geneeskunde in Leiden. De universiteit in Maastricht heeft op alle niveaus een zelfde soort bestuur als de universiteit in Utrecht. Toch zijn het heel verschillende organisaties, die verschillende soorten onderwijs aanbieden met meer of met mindere kwaliteit.

De universiteiten willen bewegingsruimte. De relatie tussen hen en de overheid wordt vooral gekenmerkt door wantrouwen. Dat resulteert erin dat de minister van Onderwijs zijn greep versterkt op de bestedingen van de universiteiten, die daarop geïrriteerd reageren.

De opstelling van de minister is niet geheel onbegrijpelijk. De universiteiten doen er in de regel lang over om verbeteringen door te voeren. De discussie over de verhoging van de kwaliteit van het onderwijs is al tien jaar aan de gang, maar veranderingen worden langzaam doorgevoerd. Dat komt, zeggen de universiteiten, doordat ze met handen en voeten zijn gebonden aan regels van de overheid en telkenmale worden geconfronteerd met bezuinigingen.

Een mooi voorbeeld is het onlangs gesloten pact tussen minister, studenten, hogescholen en universiteiten over het zogeheten kwaliteitsplan. Na een forse bezuiniging op de academies en een fikse collegegeldverhoging stelde de minister eenmalig vijfhonderd miljoen gulden beschikbaar voor de verhoging van de kwaliteit van het onderwijs. Een sigaar uit eigen doos, vonden de universiteiten, waarvoor ze ook nog een gedetailleerd plan in elkaar moesten draaien. Te veel bureaucratie, zeiden ze, maar ze kozen alsnog eieren voor hun geld, omdat vijfhonderd miljoen toch wel heel veel geld is.

De studenten op hun beurt zetten de minister onder druk om de universiteiten te dwingen nu maar eens aan te geven hoe en waar ze de kwaliteit gingen verhogen. Studenten hebben er weinig vertrouwen in dat de academies veel aan kwaliteitsverbetering doen als er geen grote druk op ze wordt uitgeoefend.

Rest de vraag of universiteiten wel klaar zijn voor zo veel verantwoordelijkheid. De commissie-Akkermans wil de universiteiten achttien maanden geven om over te stappen van een publiekrechtelijke organisatie naar een privaatrechtelijke. Een raad van toezicht zou ze daarin moeten begeleiden. Die tijd is kort, maar voor een betere verhouding zullen alle partijen zeker bereid zijn veel te investeren.

Jan 't Hart

Meer over