'Universiteit is geen spectaculaire werkgever'

Academici nemen op een dusdanig grote schaal de wijk naar het bedrijfsleven dat de universiteit nog met moeite aan personeel kan komen....

DAT STUDENTEN - techneuten in het bijzonder - en masse bezwijken voor de verlokking van goedbetaalde banen in het bedrijfsleven, is de Technische Universiteit Delft (TUD) bekend. Vorig jaar nam de brain drain echter zodanige proporties aan dat de TUD de eigen vacatures niet langer kon opvullen.

De belangstelling voor een aio-schap was al enige jaren tanende, maar nu lieten ook de UD's (universitair docent) en UHD's (universitair hoofddocent) het afweten.

Het probleem was 'heel ernstig', en bracht de bedrijfsvoering in gevaar, zegt collegevoorzitter dr. N. de Voogd. Werving van aio's in China moest de ergste nood lenigen. Een externe consultant rekende uit hoe groot de voorsprong van het bedrijfsleven per salarisgroep was.

Hoewel De Voogd rekening hield met aanzienlijke verschillen, heeft de uitkomst van het vergelijkend onderzoek hem toch geschokt.

'Dat de aio's ver onder het salarisniveau van beginnende academici zaten, wisten we natuurlijk al. Wat ons echter verraste, was de grote achterstand die onze decanen hebben opgelopen ten opzichte van hun evenknieën in het bedrijfsleven. UD's en UHD's komen nog het dichtst in de buurt van wat aan researchmedewerkers in industriële laboratoria wordt betaald, en ook hoogleraren beginnen achterop te raken.'

Inmiddels is het salaris van de aio's 'tot een concurrerend niveau' opgetrokken. De mogelijkheden om hetzelfde te doen bij UD's en UHD's zijn echter beperkt. Zoiets kost nu eenmaal geld, en bovendien is de TUD niet autonoom bij de vaststelling van de arbeidsvoorwaarden. Daarover moeten afspraken worden gemaakt met de zusterinstellingen.

'Voor de universitair docenten zijn we nog steeds geen spectaculaire werkgever', geeft De Voogd toe. 'Maar daar gaan we in de loopbaansfeer wat aan doen. De onderzoeker moet weer het idee krijgen dat hij binnen deze universiteit vooruit komt. Dat gebeurt ten dele vanzelf als straks, binnen een jaar of zes, 20 procent van het huidige personeel met pensioen gaat. Daarnaast willen we scouten onder academisch talent. Wie cum laude afstudeert, moet bij ons carrière kunnen maken.'

Maar de hamvraag blijft of de betrokken onderzoekers daar ook voor voelen zolang ze buiten de universiteit onder gunstiger (materiële) condities aan de slag kunnen. De Voogd put echter hoop uit de overweging dat de universiteit zich in één belangrijk opzicht onderscheidt van het bedrijfsleven: ze legt zich meer toe op fundamenteel onderzoek, en daaraan is voor de rechtgeaarde academicus meer lol te beleven dan aan het praktijkgerichte werk waarop hij zich in de industriële laboratoria zou moeten toeleggen. 'Het onderzoek dat daar wordt verricht, heeft vooral betrekking op de korte termijn, op het toepassen van bestaande kennis. Wíj ontwikkelen nieuwe kennis, waarvan zelfs de direct betrokkenen de praktische betekenis niet altijd kennen. Die gedijt het best in een klimaat van academische vrijheid.'

De Voogd meent dat de universiteiten tot dusverre te veel de neiging hebben gehad om die verschillen met het bedrijfsleven te verdoezelen.

'We hebben nogal defensief gereageerd op de kritiek die op ons is geuit. De universiteit gold als een soort vrijstaat waar veel wordt geklaagd en matig wordt gepresteerd.

'Daarop heeft zij gereageerd door het bedrijfsleven overmatig ter wille te zijn. In de sfeer van de bedrijfsvoering kan dat geen kwaad, maar voor onderwijs en onderzoek is dat funest. Onze horizon ligt verder dan die van het bedrijfsleven, en dat verschil moeten we niet wegpoetsen, maar benadrukken.'

Dat vereist een zelfvertrouwen waaraan het de universiteit nu nog wel eens ontbreekt, geeft De Voogd toe. Maar voor een universiteit die handelt in overeenstemming met haar eigen opdracht, liggen gouden tijden in het verschiet, zo meent hij.

'In de zeventiende eeuw zijn hier universiteiten gesticht om de Republiek te voorzien van nieuwe kennis. Die rol zal ook in de nabije toekomst voor ons zijn weggelegd.'

Meer over