Uniforme asielregels EU zijn ramp

Uniforme Europese regels voor asielbeleid zijn praktisch niet toepasbaar. Ze zijn niet in het belang van Nederland en moeten daarom in Brussel worden geblokkeerd, vindt Anton van Schijndel....

Anton van Schijndel

Nederland staat op het punt het asielbeleid uit handen te geven aan Europa. Naar alle waarschijnlijkheid zullen de Europese ministers van Justitie op 20 december gemeenschappelijke regels vaststellen. Die regels zullen voor Nederland rampzalig uitpakken. Sinds begin vorig jaar kent Nederland een strengere Vreemdelingenwet. Daardoor is de toestroom van asielzoekers verminderd. Velen van hen zochten hun heil in andere Europese landen. Sommige hebben vervolgens hún regels aangescherpt. Zo proberen ze elkaar te overtroeven in strengheid, waardoor het effect van onze Vreemdelingenwet op den duur teniet zal worden gedaan. De Nederlandse regering trekt hieruit de conclusie dat in de EU uniforme asielregels moeten komen. Maar daarmee miskent de regering dat het asielvraagstuk eerder een mondiaal dan een Europees probleem is.

Asielmigratie is een grensoverschrijdend probleem, maar dat betekent niet dat het in Europees verband kan worden opgelost. De beste aanpak is om in de toekomst asielaanvragen alleen nog maar te toetsen in buurlanden van het land van herkomst. Het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties (Unhcr) zou dat kunnen doen, en Hoge Commissaris Lubbers heeft zich hiervoor uitgesproken. Erkende vluchtelingen die niet in de regio kunnen worden opgevangen zouden vervolgens moeten worden verdeeld over de westerse landen. In feite betekent 'toetsing in de regio' dat Nederland geen asielprocedures meer hoeft aan te bieden.

Heilzaam aan deze aanpak is dat de markt voor mensensmokkelorganisaties (die veel criminaliteit oproept) wegvalt. Bovendien verdwijnt het geld niet langer in de Nederlandse asielbureaucratie. De directe kosten voor ons asielbeleid belopen nu 2,2 miljard euro per jaar. Dat is anderhalf keer zoveel als het budget waarmee Unhcr voor 21 miljoen vluchtelingen in de hele wereld zorgt.

Toch kiest de regering voor een Europese en niet voor een mondiale aanpak. Door het stellen van gemeenschappelijke regels denkt ze het opvangniveau en de rechtsbescherming in andere Europese landen te kunnen opkrikken. Andere landen worden zo aantrekkelijker als asielbestemming, zodat de asielstroom naar Nederland kan worden afgeremd. In Den Haag is men dan ook blij dat komende vrijdag in Brussel een pakket asielregels wordt afgehamerd. Die regels voorzien in gratis rechtsbijstand, een betere rechtsbescherming, toegang tot de arbeidsmarkt, recht op onderwijs en beroepsopleiding, recht op een 'toereikende levensstandaard', en recht op gezinshuisvesting en op medische en therapeutische zorg. De Europese richtlijnen geven asielzoekers eveneens het recht de hun toekomende opvangvoorzieningen in juridische procedures af te dwingen.

Maar papier is geduldig in Europa. Alleen al vanwege de enorme kosten zullen de meeste landen zich al deze maatregelen absoluut niet kunnen veroorloven. In de praktijk komt er dus niets van terecht. Ook juridisch zitten er adders onder het gras. Het Europese beleid betekent dat een nieuwe batterij regels wordt toegevoegd aan het toch al dichte regelwoud van ons asielrecht. Dat biedt talloze aanknopingspunten om langdurige procedures verder te compliceren.

Belangrijker nog, uit de nu bij de Raad van Ministers van Justitie liggende teksten blijkt dat het gaat om - vaag geformuleerde - minimumnormen. Zulke minimumnormen zullen het afwentelingsgedrag tussen de landen eerder versterken dan beperken, want daar bieden ze alle ruimte toe. Landen met een legalistische cultuur zoals Nederland zullen de Europese regels naar letter en geest proberen uit te voeren; onze rechterlijke macht zal daar nauwlettend op toezien.

Andere landen zullen die regels minder serieus nemen (of er geen geld voor hebben), hetgeen die landen in staat stelt een minder aantrekkelijke asielbestemming te blijven. Vanuit Nederland bekeken betekenen de nieuwe regels dus een onomkeerbare inperking van onze vrijheid van handelen, waardoor de beleidsverschillen met andere lidstaten (in opvangniveau en rechtsbescherming) juist worden geaccentueerd. De nog steeds onevenredig hoge toestroom naar Nederland wordt zo juridisch verankerd. Dit is niet in het belang van Nederland.

Alleen een Europese aanpak waarbij alle lidstaten erop vooruit gaan kan werken. Toetsing in de regio voldoet aan die eis. Nederland zal binnen de EU een onderhandelingspositie moeten opbouwen om onze partners hiervoor warm te maken. Dat kan door de nu op tafel liggende voorstellen te blokkeren, omdat de uniforme toepassing van de Europese asielregels praktisch onmogelijk is.

Net als bij de euro dreigt Nederland weer in een Europese fuik te zwemmen. Het is merkwaardig dat LPF-minister Nawijn dit heeft laten gebeuren. Als we de nieuwe asielregels laten passeren, zitten we er nog heel lang aan vast.

Meer over