Unieke graftoren verrijst alsnog

Reden voor opwinding: voor het eerst is op het platteland in Nederland een Romeinse graftoren ontdekt...

De Kaboutersberg in Hoogeloon bij Eindhoven had al eerder Romeinse oudheden prijsgegeven. In de jaren tachtig van de vorige eeuw waren er in de buurt van de berg fragmenten blootgelegd van een grafveld en een villa uit het begin van de 2de eeuw. Maar pas een half jaar geleden ontdekten archeologen van de Vrije Universiteit in Amsterdam dat er in de directe nabijheid ook nog een Romeinse graftoren had gestaan, een rechthoekig stenen monument van zo’n 7 meter hoog op een fundament van 1,75 bij 3,5 meter. Een unieke vondst, volgens prof. Nico Roymans, leider van het onderzoek: het monument is de eerste Romeinse graftoren die op het Nederlandse platteland is aangetroffen.

Maar er is meer. Tussen de kalkstenen resten van de toren, stukken beeldhouwwerk van de grafbeelden, een deel van een hand en een kledingplooi ontdekten de archeologen ook fragmenten van een bronzen militair diploma, een bewijs van eervol ontslag uit het Romeinse leger. ‘Het is de eerste keer’, zegt Roymans, ‘dat we zoiets tegenkomen . En het mooie is dat we door de vondst van dat diploma en de graftoren samen meteen goed zicht krijgen op de persoon van wie die toren en villa vermoedelijk zijn geweest.’

Veteraan
Volgens de archeologen moet de eigenaar een militaire veteraan zijn geweest, een ex-officier die carrière had gemaakt in het Romeinse leger en zich na zijn ontslag had teruggetrokken in zijn geboorteplaats op het platteland bij Eindhoven. Iemand van lokale origine. ‘Ja’, zegt Roymans, ‘want een Romein is het waarschijnlijk niet geweest. Die zou zich niet hebben gevestigd op het Nederlandse platteland, maar in zijn eigen land.’

Romeinse graftorens zijn al langer bekend van het Duitse Rijnland, waar ze tot in de vroege 2de eeuw vooral door hoge ex-militairen bij bosjes werden opgetrokken in de buurt van steden. In Nederland zijn fragmenten van soortgelijke monumenten teruggevonden in Nijmegen en Maastricht. Maar nooit op het platteland.

Gezien het materiaal van de toren, een dure steensoort die volgens Roymans vermoedelijk uit Keulen is geïmporteerd, moet de opdrachtgever/eigenaar een gefortuneerd man zijn geweest die tot de sterk geromaniseerde elite behoorde. Zijn villa was zo’n 50 meter breed, omvatte vertrekken voor zo’n tien tot vijftien personen (inclusief personeel), een aantal badkamers, een centrale verwarming en een ruim erf. Ook de boerderijen in de directe omgeving behoorden direct of indirect vermoedelijk tot dit domein.

De naam van de man is onbekend. Op de fragmenten van het militair diploma is alleen een tekst teruggevonden die erop duidt dat hem het Romeinse recht van Conubium was toegekend, de erkenning van een wettig huwelijk, waardoor de Romeinse status bij overerving automatisch op zijn kinderen zou overgaan.

Kabouterkoning
De graftoren stond op een kwartier wandelen van de Hoogeloonse dorpskern naast de Kaboutersberg, een grafheuvel of tumulus, die in de loop van de 19de eeuw is afgegraven. Volgens een sage die volgens Roymans in tal van varianten is terug te voeren op middeleeuwse volksverhalen, ligt in de grafheuvel de kabouterkoning Kyrië begraven. Kyrië leefde volgens de sage samen met zijn nijvere, zorgzame kaboutervolkje in de Kempen en had zijn hoofdkwartier in Hoogeloon. Op een dag werd hij geraakt door het schot van een jager en stierf hij aan zijn verwondingen, waarna hij in de berg zijn laatste rustplaats vond. Een standbeeld van de kabouterkoning staat nu op het Valensplein in Hoogeloon. Een plaatselijke kruidenbitter draagt zijn naam.

Wat is het belang van de vondst van de toren? De archeologen van de VU zijn kortgeleden met een vierjarig onderzoek begonnen naar de nationale en internationale betekenis van de opgravingen in Hoogeloon. Bij dit onderzoek, dat gefinancierd wordt door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en de provincie Noord-Brabant, worden eerder opgegraven Romeinse oudheden uit Hoogeloon opnieuw tegen het licht gehouden.

‘In de jaren tachtig van de vorige eeuw wisten ze kennelijk niet precies wat ze met die sporen en fragmenten van de toren aanmoesten’, zegt Roymans. ‘Wij zijn erin geslaagd om mede op basis van die opgravingen de toren alsnog te reconstrueren. Je kunt dus nu al zeggen dat het belangrijk is gebleken om oude ontdekkingen opnieuw te onderzoeken.’

Omdat het waarschijnlijk om een en dezelfde eigenaar gaat, is de vondst van de toren volgens Roymans bovendien van belang voor verder onderzoek naar de villa, die in de jaren tachtig van de vorige eeuw ‘heel zorgvuldig is opgegraven en van internationale betekenis is’.

Op de plek van de opgraving is overigens niets te zien. ‘Maar misschien dat er nog iets gaat komen’, zegt Roymans. ‘Er zijn verschillende lokale groeperingen in Hoogeloon die de graftoren willen laten herbouwen op dezelfde plek. Ik juich dat van harte toe, omdat je op die manier een belangrijk onderdeel van onze geschiedenis blijvend kunt etaleren.’

Meer over