Ulysses

Het is een koude morgen in Parijs, 2 februari 1922. Op één van de perrons van het Gare de Lyon staat een jonge vrouw kleumend te wachten op te trein uit Dijon....

Hans Bouman

Een Amerikaanse vrouw die op een Parijs perron een in Dijon gedrukt boek van een Ierse schrijver in ontvangst neemt, op een wijze die suggereert dat het om de klandistiene overdracht van staatsgeheimen gaat. Het is een mooi verhaal voor de overlevering, maar eigenlijk te gek voor woorden. Meteen nadat Beach het pakket in ontvangst had genomen, nam ze een taxi naar het adres rue de l'Université 9, waar Joyce woonde. Het was zijn veertigste verjaardag, en hij had zijn uitgeefster bezworen dat hij - lichtelijk bijgelovig als hij was - die bijzondere dag wilde vieren met een bijzondere gebeurtenis: het in handen krijgen van het eerste exemplaar van zijn meesterwerk, gehuld in een zorgvuldig gekozen 'Grieks-blauw' stofomslag, een verworvenheid die nogal wat voeten in aarde had gehad, zoals trouwens alles rond de publicatie van Ulysses.

Joyce was acht jaar eerder aan deze roman begonnen en had er verschillende fragmenten van voorgepubliceerd. Hij moest wel, al was het maar om puur financiële redenen. Een van zijn voornaamste mecenassen was de Engelse Harriet Weaver, uitgeefster van zijn eerste roman A Portrait of the Artist as a Young Man (1916) en hoofdredacteur van het literaire tijdschrift The Egoist. Weaver was afkomstig uit een rijke familie en stopte de schrijver regelmatig geld toe, niet zelden onder het mom dat het van 'anonieme schenkers' afkomstig was. Nadat ze enkele fragmenten van Ulysses in The Egoist had gepubliceerd, moest ze constateren dat de ene drukker na de andere bezwaar maakte tegen Joyce's 'aanstootgevende', 'onoirbare' teksten, met hun vrijmoedige verwijzingen naar seksualiteit en onverhulde beschrijvingen van damesondergoed. Ook abonnees van het tijdschrift protesteerden.

Hierop besloot Weaver te stoppen met de voorpublicaties en Ulysses in boekvorm te publiceren. Van dit voornemen moest zijn echter afzien, toen bleek dat er niet één drukker te was vinden die het boek aan zijn persen wilde toevertrouwen. Een bezoek aan Leonard en Virginia Woolf, met het verzoek Ulysses te publiceren bij The Hogarth Press, waarvan beiden de eigenaars waren, liep op niets uit. De Woolfs beweerden dat het drukken op hun handpers wel twee jaar zou duren, maar uit Virginia's dagboeken bleek dat ze Ulysses, net als zovelen, simpelweg 'indecent' vond. Op dat moment kwam het Amerikaanse tijdschrift The Little Review in beeld. Dat publiceerde tussen 1918 en 1920 verschillende fragmenten van de roman, totdat een rechter in New York verdere publicaties verbood wegens 'te vrijmoedige beschrijving van vrouwenkleding'. De New York Times meesmuilde dat de etalages van kledingszaken in Fifth Avenue vrijmoediger waren, maar het verbod was een feit. Daarmee was na een Engelse ook een Amerikaanse boekeditie van Ulysses uitgesloten. Joyce, die inmiddels naar Parijs was verhuisd, was zwaar getroffen door dit nieuws. Tegen zijn mentor en voorvechter Ezra Pound liet hij zich laconiek ontvallen dat 'geen land buiten Afrika het zal laten drukken', maar aan Sylvia Beach gaf hij blijk van zijn verslagenheid. Beach, een Amerikaanse domineesdochter, had niet lang daarvoor haar in Engelse publicaties gespecialiseerde boekwinkel annex uitleenbibliotheek Shakespeare & Company geopend. Toen zij de gedesillusioneerde Joyce in haar winkel ontving, vroeg Beach hem: 'Zou u Shakespeare & Company de eer willen gunnen Ulysses te publiceren?' Joyce nam het aanbod onmiddellijk aan en Beach maakte plannen voor een uitgave die bij de bevriende drukker Maurice Darantière in Dijon zou worden gedrukt.

Beach liet een druk van 1000 exemplaren opleggen, en opende een intekenlijst, waarop onder andere Valery Larbaud, André Gide, Ezra Pound, Robert McAlmon, Ernst Hemingway, Winston Churchill, Wallace Stevens, William Carlos Williams en William Butler Yeats intekenden. Overigens werd Beach' ijver Joyce's meesterwerk gepubliceerd te krijgen niet alleen ingegeven door liefde voor de letteren. 'Ulysses betekent duizenden dollars publiciteit voor me', schreef ze in haar dagboeken, en 'Ulysses zal mijn winkel beroemd maken'. De geschiedennis heeft haar inmiddels gelijkgegeven, want hoewel Shakespeare & Company in de Tweede Wereldoorlog werd gesloten, is het adres rue de l'Odéon 12 nog altijd een literair bedevaartsoord.

Nadat Ulysses eenmaal goed en wel was gedrukt, ontstond een nieuw probleem: hoe het naar het overgrote deel van de (potentiële) lezersschare te krijgen? Voor de Britse markt liet Harriet Weaver door Darantière een tweede editie drukken. Een exemplaar daarvan werd echter op Croydon Airport in Londen in beslag genomen, waarna het boek 'obsceen' werd verklaard en alle Britse havens werden gewaarschuwd. Vijfhonderd exemplaren van de derde editie werden vervolgens in Folkstone in beslag genomen en eindigden in de King's Chimney, zoals de officiële verbrandingsoven werd genoemd. In de loop van 1922 namen Ierland, Canada en Australië het Brits-Amerikaanse verbod over, zodat tegen het einde van dat jaar zo ongeveer de hele Engelssprekende wereld van het boek was uitgesloten.

Om de Amerikaanse intekenaars te bedienen, werd een speciale, zij het nogal bescheiden smokkelroute ingesteld. Eerst werden veertig exemplaren naar Canada verscheept, waar de douane-autoriteiten gemakkelijker om de tuin waren te leiden dan in de VS. Vervolgens smokkelde de jonge kunstenaar Barnet Braverman de boeken stuk voor stuk per veerpont van het Canadese Windsor, waar hij werkte, naar zijn woonplaats Detroit. Daar deed hij ze op de post. Regelmatig moest Braverman de pakjes waarin de boeken zaten van de Amerikaanse douane openmaken, maar niet één keer werd een exemplaar in beslag genomen. New York, waar het verbod was uitgesproken, en Detroit lagen ver van elkaar.

In de loop der jaren maakten lezers langs allerlei vernuftige wegen (bijvoorbeeld valse omslagen met titels als Shakespeare's Works en, niet onaardig, Merry Tales for Little Folks) kennis met Ulysses. Toch duurde het tot december 1933 voordat een Amerikaanse rechter, na een door uitgeverij Random House uitgelokt proces, het boek 'niet legaal obsceen' verklaarde en het verbod op het boek beëindigde. Ook ditmaal volgden de andere Engelssprekende landen het Amerikaanse voorbeeld; Ierland als eerste in 1934, Groot-Brittannië in 1936 en Australië in 1937 (om in 1941 overigens weer tot een kortstondige herinvoering over te gaan). Het land waar vandaan kunstenaar Braverman zijn veertig exemplaren de VS had binnengesmokkeld, sloot de rij. Pas in 1949 was Ulysses ook legaal verkrijgbaar in Canada.

Meer over