Uitzichtloze burenruzie

Britten en Fransen: kat en hond sinds eeuwen. Het begon al met Willem de Veroveraar in 1066. Jeanne d'Arc maakte het niet beter....

ALS EEN BIZAR ritueel laait steeds weer de eeuwige ruzie op tussen de Engelsen en de Fransen. Want al haten de Britten Frankrijk niet meer dan een ander buitenland, niets vinden zij zo leuk als de Fransen haten, constateerde The Economist. In hun befaamde tabloidpers schelden ze er op los als derderangs volgelingen van John Cleese in Fawlty Towers. De Fransen reageren verrast, boos, beledigd, maar vooral verbaasd: blijft de Gekke-Engelsenziekte dan altijd bestaan?

Jazeker, maar in steeds mildere vorm en de voorpaginakoppen als: 'Why oui hate them' (Daily Star) en 'Just say Non' (Daily Mail) zijn toch niet echt origineel. Bij een vorige oprisping, negen jaar geleden, was er meer geestdrift en vulde de Sun zijn voorpagina in vette letters met 'UP YOURS DELORS'. De lezers werd dringend verzocht 'de Franse dwaas' die de volgende dag naar Engeland zou komen te vertellen waar hij zijn ecu kon stoppen. In een begeleidend hoofdartikel werd de Fransen, bijgenaamd Frogs, kikkers, verzocht 'to FROGG off', op te lazeren. 'Zij beledigen ons, zij verbranden onze lammeren, overstromen ons land met dubieus voedsel en proberen ons goede oude pond sterling af te pakken: 'Now it's your turn to kick them in the GAULS.' De commentatoren van de Sun kennen hun Asterix.

In de jaren zestig, toen de Fransen wél koeien, kalveren, lammeren en schapen uit Engeland haalden, was het ook niet goed. Toen veroorzaakten zij tekorten op de Britse markt en ook daar kregen zij ongezouten de schuld van. Dat was in de tijd van de Gaulle's veto over Engelands toetreding tot de Europese Unie, die toen nog EEG heette. De Gaulle werd beschouwd als de kwade genius achter de devaluatie van het pond, hij veroorzaakte de rampzalige handelstekorten en strooide gif in alle Britse vriendschappen en allianties.

Paul Johnson, de schrijver die in zijn omstreden The Offshore Islanders wil bewijzen dat Engeland niet in Europa thuis hoort, plaatst de eerste berichten over fel anti-Franse gevoelens al rond 1050. Een Frans-sprekende hofkliek bedreigde koning Edward de Belijder. Dat was dus nog vóór de komst van Willem de Veroveraar die in 1066 vanuit Normandië overstak. Nauwelijks had Willem zich in Westminster Abbey laten kronen, of hij lanceerde een politiek van 'verbeten vijandschap jegens de Fransen', schrijft Johnson. 'De Fransen, meer dan wie ook, symboliseerden de xenofobie van de opkomende Engelse natie.'

Zo nu en dan werd er gevochten tegen de Spanjaarden en de Hollanders, maar steeds weer draaide het kompas naar Frankrijk, de allernaaste buur. 'Het is', schrijft Johnson, 'een van de grote tragedies der mensheid, deze zinloze agressie en rivaliteit tussen twee hoogstbegaafde en intens geciviliseerde volkeren. En wie kan zweren dat de vijandelijkheden niet weer uitbreken?'

Een nieuwe Franse film over Jeanne d'Arc brengt de herinnering terug naar de Honderdjarige Oorlog (1337-1453), die ook wel de Tweede Honderdjarige Oorlog wordt genoemd, omdat de twee vijanden al eerder een eeuw lang met elkaar hadden gevochten om de heerschappij van wat nu Frankrijk is. Die tweede oorlog was, schrijft Norman Davies in zijn standaardwerk Europa, 'een orgie van eindeloze moordpartijen, dwaas bijgeloof, trouweloze ridders en talloze voorbeelden van eigenbelang, waarbij het algemeen belang volkomen werd genegeerd. De Engelsen hebben heel lang de theorie gehuldigd dat oorlogvoeren het land niet verarmt, maar verrijkt, zeker de edelen en huurlingen.

In 1558 verloren de Engelsen hun laatste bolwerk, Calais. Maar in de folklore blijft Calais een grote rol spelen en daar halen de dagtoeristen nu hun goedkope drank. Het is de toegangspoort tot Europa, het begin van de 'Grand Tour'. Wie kent de spotprent niet van de lord die bij aankomst in Calais vraagt: 'Wat stinkt hier zo?' Waarop de bediende zegt: 'Het continent, mylord.'

Eindelijk, in 1904, kwam de verzoening en sloten de twee rivalen de Entente Cordiale waarmee de Fransen het steeds krachtiger Duitsland hoopten te isoleren. In de Eerste Wereldoorlog kwamen de Britten de Fransen te hulp. Maar de sympathie was gering. De schrijver en dichter Robert Graves, die in de Franse loopgraven vocht, schrijft in Goodbye to All That dat, toen hij aan het eind van de oorlog in Oxford ging studeren, de anti-Franse gevoelens onder de ex-militairen bijna een obsessie waren. 'Sommige eerstejaars hielden vol dat we aan de verkeerde kant hadden gevochten: Onze natuurlijke vijanden waren de Fransen.' In de Tweede Wereldoorlog, vertelde de historicus A.J.P. Taylor, konden de Britten na de landing in Normandië niet aan Frankrijk wennen. Pas in Duitsland voelden de Tommies zich op hun gemak.

MAURICE DRUON, president van de Académie Française, zei als minister van Culturele Zaken over beide landen: 'De elite bewondert elkaar, het volk veracht elkaar.' Daarmee, schrijft Jeremy Paxman in The English, sloeg hij de spijker aardig op de kop. Duizenden Britten gaan in Frankrijk met vakantie, kopen er huizen en hopen er hun oude dag te slijten. Maar wie de bestseller Een jaar in de Provence van Peter Mayle goed leest, moet tot de conclusie komen dat Mayle de Fransen als inboorlingen beschrijft en in feite haat.

De afgelopen weken heeft wat men in Frankrijk 'de intellectuelen' en in Engeland 'de kletsende klasse' noemt, geprobeerd de diepere oorzaken van de voortdurende onmin te vinden. Zonder zijn naam te noemen, komen velen tot dezelfde conclusie als de Franse antroploog Lévi-Strauss, die eens zei dat de Fransen met elkaar overhoop liggen, maar de Engelsen met zichzelf. De Engelsen worstelen met hun identiteit en de vleesoorlog was een nieuwe poging met zichzelf in het reine te komen over Engelands rol in Europa.

Willen de Britten Europeaan worden? De euro-sceptici zetten zich bij voorkeur af tegen de Fransen, die zij als de grote tegenpool beschouwen. Het is bijna een strijd tussen 'de ratio' en 'het instinct'. William Hague, de Conservatieve leider, die alleen met anti-Europese gevoelens Tony Blair kan bedreigen, zei onder luid applaus op het jaarlijkse partijcongres dat de Britten op hun best zijn als zij hun instinct volgen. Ook Churchill had dat al gezegd.

Illustratief voor de cultuurverschillen blijft dat de Fransen met een tot in alle details uitgewerkte blauwdruk van de Kanaaltunnel begonnen, terwijl de Engelsen, zoals de leider van het project, de Zuid-Afrikaan Alastair Morton, zei, de Engelsen aan hun kant onvoorbereid en wild als rugbyspelers tijdens een scrum een gat in de grond hakten. Als de Fransen vast kwamen te zitten, deden ze een beroep op de Britten, die improviserend een oplossing vonden. 'De Britten sloegen er zich doorheen, omdat stompzinnigheid, net als in een sprookje, vaak wordt beloond door de godin van het geluk die neerkijkt op de godin van de ratio', meent Anthony Burgess, auteur van A Clockwork Orange. Hij had het over de Tweede Wereldoorlog waarin 'de Britten het tot stomme verbazing van de weldenkende Fransen op durfden nemen tegen een superieure vijand.'

Dat was de ware John Bull-mentaliteit, die in de vleesoorlog nieuwe kracht zocht. De gezaghebbende politieke commentator Andrew Marr verwijst naar de spotprent 'De poort van Calais' van de achttiende-eeuwse tekenaar William Hogarth. Temidden van arrogante Franse soldaten en uitgemergelde boeren geeft een koksmaat een groot stuk vlees aan Engelse reizigers - als symbool van vrijheid en geluk, in tegenstelling tot de Franse tyrannie. Rosbief veredelde de Engelse harten, verrijkte het bloed en gaf de soldaten moed.

De rosbief en John Bull zijn, volgens Marr, verworden tot het symbool van de reactionaire krachten die Europa nog steeds als een bedreiging ervaren. Tony Blair hoopt dat de Anglo-Franse verhoudingen niet hebben geleden onder de oorlogskreten van de vaak beschamend nationalistische tabloidpers. Maar John Bull brak niet toevallig los op het moment dat Blair een landelijke campagne begon waarin hij samen met Europees gezinde Conservatieven de Britten wil overtuigen dat Engelands bestemming in Europa ligt.

Over het inruilen van het pond sterling voor de euro - waarover in een referendum besloten moet worden - durft Blair niet te reppen. De vleesoorlog beperkte zich tot wat vrolijke schermutselingen, maar The Economist schreef: 'De Britse schizofrenie over Europa zal voortduren tot lang nadat de laatste gekke koe is geslacht.'

Meer over