Uitverkoopdorpen

NEDERLANDERS KUNNEN BINNENKORT TERECHT IN EEN VIERDE OUTLETDORP. WE ZITTEN GRAAG EEN UUR IN DE AUTO VOOR EEN CALVIN KLEIN-BH VAN VORIG SEIZOEN....

Het is deze warme woensdagmiddag rustig in Batavia Stad. Op de terrasjes in het met pittoreske houten winkeltjes ingerichte winkelcentrum bij Lelystad zitten maar een paar groepjes mensen, de winkels zelf zijn bijna leeg. Maar bijna niemand verlaat de grote poort met lege handen.

Een clubje vrouwen heeft vier keer de stuntaanbieding van de Bijenkorf aangeschaft – een paars poefje met daarop een houten dienblad, dat weer voorzien is tweemaal een kop en schotel, samen 5 euro –- jonge meisjes lopen met tasjes van Nike en Levi’s, een jongen heeft een enorme sporttas van Reebok gescoord.

Batavia Stad, in Lelystad, is dan ook geen gewoon winkelcentrum. Het is wat officieel een factory outlet center heet, een winkelcentrum waar fabrikanten tweede-keus producten en spullen van vorige seizoenen verkopen met grote korting. De minimum korting die wordt gehanteerd is 30 procent, en daar wordt zorgvuldig op gecontroleerd. Ook zijn er merken die speciaal voor de outlets spullen produceren, vaak uit overgebleven materialen. Maar ook dan geldt: wat in de outlet hangt, hangt niet in de gewone winkel, en het is altijd goedkoper.

In het buitenland zijn outlets al vele jaren een instituut. In Italië, waar nog altijd een groot deel van de bekende luxemerken wordt geproduceerd, vormen ze zelfs een van de grootste toeristische attracties. In de hotels in Florence liggen bijvoorbeeld folders die busreizen aanbieden naar de outletcentra die zich zo’n veertig minuten rijden van de stad bevinden.

Voor 21 euro kun je een halve dag doorbrengen in The Mall, waar zestien topmerken – onder meer Gucci, Yves Saint Laurent Rive Gauche, Tod’s en Armani – een deftige marmeren outletwinkel hebben. Zeven euro meer en de bus rijdt daarna door naar de enorme hal van het Prada-concern, waar je op drukke dagen nummertjes moet trekken om naar binnen te mogen, en naar de outlet van Dolce & Gabbana.

In Nederland is de outlet nog een nieuw verschijnsel. Er waren wel al langer winkels die oude collecties aanboden tegen sterk gereduceerde prijzen. De uitverkoopkelders van designwinkels als Kiki Niesten in Maastricht en Van Ravenstein in Amsterdam bijvoorbeeld, en Megazino in Amsterdam, een winkel die onderdeel uitmaakt van een Italiaanse keten die oude designercollecties aanbiedt.

Maar pas in 2001 werd hier het eerste echte outletcentrum geopend, Batavia Stad, eigendom van vastgoedbelegger Rodamco. Later dat jaar volgde het factory outlet center van Roermond, dat onderdeel is van McArthurGlen, met dertien vestigingen Europa’s grootste outletbedrijf.

Dat het zo lang geduurd heeft in Nederland, heeft te maken met de ‘fijnmazige net van retail in Nederland’, zegt Willem Sorel, directeur van Batavia Stad. ‘Er zijn veel winkels per vierkante kilometer, er is altijd een winkel in de buurt, er is veel keuze. Bovendien is het hier het hele jaar door uitverkoop.’

Roermond is het meeste succesvolle centrum van Nederland, en zelfs van de Benelux. Het heeft op dit moment 75 winkels, die allemaal zijn verhuurd, in september worden nog eens vijftig nieuwe geopend. Per jaar komen er 2,3 miljoen bezoekers, waarvan tweederde afkomstig is uit Duitsland. ‘In Noordrijn-Westfalen wonen 17 miljoen mensen, en daar zit niet een outletcenter. Bovendien zijn de winkels er nog dicht op zondag, en wij zijn 363 dagen per jaar open,’ zegt general manager Marc Bauwens. De aanbiedingen schallen dan ook zowel in het Duits als in het Nederlands door de intercom.

Roermond heeft ook de meeste gegevens over het gedrag van de bezoekers paraat. Ze komen gemiddeld met 2,4 man, doorgaans eigen familie, en rijden tot anderhalf uur om het centrum te bezoeken. Bauwens: ‘En dat doe je niet om binnen twintig minuten weer buiten te staan en 20 euro achter te laten’.

Het outletdorp, waarvan de architectuur bijna even popperig is als die van Batavia Stad, heeft dan ook een McDonald’s en een espressowinkel. Bovendien, zegt Bauwens, ‘promoten wij het stadje Roermond samen met het centrum. We maken er een echt dagje uit van.’ De Duitse bezoekers gaan gemiddeld twaalf winkels in, de Nederlanders bezoeken er acht. Zowel de Duitsers als de Nederlanders gaan in drie winkels tot aankoop over.

Batavia Stad (57 winkels), waar in het eerste jaar 2,5 miljoen mensen op af kwamen, trekt nu 1,8 miljoen mensen per jaar, de meeste afkomstig uit plaatsen rond het IJsselmeer of uit de Randstad. Gemiddeld zitten ze een uur in de auto, 80 procent van de aankopen bestaat uit kleding. Door de week komen er vooral vrouwen, in het weekeinde zijn het gezinnen, waarvan de mannen zich kunnen terugtrekken op de nabijgelegen werf met klassiek zeilschip.

Dan is er nog, net over de grens bij Maastricht, Maasmechelen Village, onderdeel van Value Retail, dat zeven centra in Europa heeft. Van de 1,9 miloen bezoekers die het vorig jaar aandeden, was 20 tot 25 procent afkomstig uit Nederland. Die komen tot uit Groningen toe, want Maasmechelen Village (85 winkels) is verreweg de chicste outlet in de omgeving. Meer topmerken dan in Nederland, en die merken hebben hun winkel ingericht in hun eigen huisstijl. De Dolce & Gabbanawinkel in Roermond ziet er uit als een outletwinkel: kale muren en confectierekjes. Maar de winkel die deze zomer in Maasmechelen opengaat, heeft het zwartglimmende interieur van Dolce & Gabbana. En McDonald’s komt er, in tegenstelling tot Roermond – niet tussen in Maasmechelen. Daar eet je in een Italiaans restaurant of in een Belgische Brasserie.

Met Maasmechelen Village, Batavia Stad (gespecialiseerd in sportmerken en casual) en Roermond (wat duudere modemerken, veel Duitse confectionairs als ook sportmerken) lijkt Nederland wat betreft outlets nu redelijk gecoverd, maar volgend jaar gaat in Brabant een derde Nederlands outletcentrum open, op initiatief van een aantal gemeenten uit West-Brabant, die vonden dat dit gedeelte van Noord-Brabant wel een economische impuls kon gebruiken. Er was een felle strijd tussen Etten-Leur en Roosendaal, maar inmiddels is die laatste met de bouw begonnen. De Amerikaanse projectonwikkelaaar MacMahon Development Group verwacht, ondanks een bouwstop wegens luchtvervuiling, in 2006 klaar te zijn.

Het merkenaanbod zal tussen dat van Roermond en Maasmechelen zitten; Roosendaal gokt ook op Belgen, en die houden van chique merken. Een derde van de tachtig geplande winkels is al verhuurd.

Een middagje of dagje outlet wordt dus ook in Nederland een gebruikelijk uitstapje. De vraag is natuurlijk: koop je omdat je dat hele stuk hebt gereden, of krijg je er ook echt waar voor je geld?

Wie merken belangrijker vindt dan de laatste mode, kan gelukkig worden in een oulet. In de Polo-outlet in Roermond vind je een spijkerbroek van 20 euro. Nike hardloopschoenen gaan weg voor de helft van de prijs (gezien in Roermond en Lelystad), een sexy Dolce & Gabbanajurk voor een kwart voor de prijs (Roermond), bij Levi’s in Batavia Stad krijg je twee damesspijkerbroeken voor 25 euro.

Aan de andere kant: lang niet alle spullen zijn zo betaalbaar. Bij de Calvin Klein-ondergoedwinkel in Roermond wordt bij de meeste spullen de minimum korting van 30 procent gehanteerd. Voor een beha die minstens een halfjaar oud is, die waarschijnlijk een complete uitverkoopronde heeft overleefd (waarbij de korting doorgaans oplopen tot veel meer dan dertig procent) is dat niet echt wat je noemt een goede prijs.

Maar ook de echt goedkope spullen zijn niet altijd geweldige koopjes. Veel zaken liggen vol met winkeldochters van vele seizoenen geleden, waarbij vooral de niet-gangbare maten goed zijn vertegenwoordigd.

Silta Jhorai (32) uit Lelystad koopt bijna al haar kleren in Batavia Stad – ook de modieuze spijkerbroek en het witte topje die ze vandaag aanheeft. ‘Maar toen familie uit Den Haag ook een keer kwam kijken, waren ze teleurgesteld. Je moet echt regelmatig gaan om iets te vinden.’

Meer over