UITSTERVEN IN SIBERIË

DE OEDEGEJ De laatste sjamaan van de Oedegej is al dood; de taal van het kleine Siberische volk van vissers en pelsjagers wordt nog maar door vijftig mensen gesproken....

Door Corine de Vries

Valentina Kjaloendzjoega heeft de gave. Ze geneest zieken met kruiden, heeft visioenen, kan met behulp van takjes communiceren met geesten en kent alle sjamanistische rituelen. Maar toen haar grootmoeder haar meer dan vijftig jaar geleden wilde inwijden in het sjamanisme, weigerde ze. 'Ik was bang dat ik het verkeerd zou doen. Bang dat ik het kwaad zou oproepen.'

Met Valentina's grootmoeder stierf de laatste sjamaan van de Oedegej – een klein Siberisch volk van vissers en pelsjagers dat leeft in de ondoordringbare taiga. Valentina is nu 64 jaar en woont in Gvasjoegi, een idyllisch dorpje aan een woest stromende bruine rivier diep in de moerassige bossen in het Verre Oosten van Rusland, vlak bij China en Japan. 'Ik heb nooit spijt gehad van mijn besluit mijn grootmoeder niet op te volgen', zegt ze heel beslist. 'Sjamanen hebben een roeping. Ik voelde die roeping niet.'

Als hoofd van de Oedegej-gemeenschap in Gvasjoegi (260 van de 350 inwoners) zet Valentina nu alles op alles om te voorkomen dat de Oedegej hun taal en cultuur verliezen. Ze ontwierp een alfabet, schreef sprookjesboeken en richtte een klein museum in. Valentina staat voor een zware taak, want de Oedegej is een verdwijnend volk. Er zijn nog maar 1500 Oedegej in leven en hun aantal daalt snel. Allereerst de taal dreigt uit te sterven. Nog ongeveer vijftig mensen spreken vloeiend Oedegej en die zijn allemaal oud.

Omdat de Oedegej-nomaden in een moeilijk bereikbaar gebied leefden, werden deze lesnije ljoedi (bosmensen) door de tsaren met rust gelaten. Ze hadden wel contact met de buitenwereld. Af en toe zakten ze in hun boten van populierenhout de rivier af om met de Chinezen huiden te ruilen tegen zijden stoffen en garen. Ook voeren ze soms de zee over naar Japan.

Zorgeloos

'De Oedegej zijn een vreedzaam en zorgeloos volk. Ze zijn vriendelijk en communicatief tegen vreemdelingen. Als ze jagen, zijn ze opvallend alert, geduldig en vindingrijk. Jagen ze niet, dan zijn ze zeer passief. Dan liggen ze het liefst in hun hutten, waar ze slapen of een pijp roken', zo schreef in 1901 de Russische etnoloog S. N. Brailobski in het tijdschrift Zjivaja Starina (Levende Oudheid). Brailobski was een van de eerste buitenstaanders die een tijdje bij de Oedegej verbleven. Hij kreeg 's nachts vrouwen als gezelschap aangeboden. Mogelijk kwam hij daarom tot de volgende conclusie: 'In een confrontatie met een dominante cultuur zullen de Oedegej zich snel onderwerpen. Ze zijn niet zuinig op hun fysieke erfgoed .'

In de jaren dertig van de vorige eeuw werden de Oedegej net als alle andere inheemse Siberische volkeren door de Sovjets gedwongen hun nomadenbestaan op te geven. Bannelingen uit de goelag-kampen legden wegen aan in de moerassige bossen. De Oedegej moesten zich in dorpen vestigen en werden aan het werk gezet in collectieve bedrijven. Het sjamanisme werd onderdrukt. Kinderen kregen op school les in het Russisch. Geleidelijk vergaten de Oedegej hun taal en veel van hun nomadische gebruiken.

Toch koestert Valentina geen wrok tegen de communisten. 'Voor de komst van de Russen was het leven heel zwaar. Onze hutten waren erg koud, als we wakker werden, was ons haar bevroren. Mijn moeder is heel jong overleden, omdat ze zo'n moeilijk leven had. Als klein meisje mocht ik werken in de kolchoz, in ruil waarvoor ik drie keer per dag te eten kreeg. Anders had ik het zonder moeder misschien niet eens overleefd', vertelt ze.

De Oedegej hadden het goed in de Sovjet-Unie, waar inheemse volkeren bevoorrecht werden, legt Valentina uit. 'De Sovjets wilden ons leven verbeteren en tegelijkertijd onze nationaliteit bewaren. Ze hielpen ons bij de bouw van huizen, bij reparaties en onderhoud. Er was gratis kinderopvang, we kregen voedsel, kleding en medicijnen. Als er iemand ziek was, kwam er een helikopter. We hadden nooit ruzie met de Russen.'

Vingerhoedje

Ze kan zich slechts één negatieve bijkomstigheid van de Russische overheersing herinneren. 'De Russen brachten ons alcohol. Daar kunnen Oedegej heel slecht tegen. Wodka heeft ons niets goeds gebracht. Het maakt dat mensen niet meer weten wat ze doen. Aanvankelijk mochten jongeren en vrouwen niet drinken. Mannen dronken wodka uit vingerhoedjes.'

Het gaat volgens de inwoners van Gvasjoegi pas slecht met de Oedegej sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. Kolchozen werden gesloten, de prijs voor bont zakte enorm, dorpelingen verloren hun inkomen en voorrechten, ze raakten aan de drank. Het inwoneraantal van Gvasjoegi is afgenomen. Vrouwen krijgen hooguit één kind en mannen sterven jong. De oudste man in het dorp is 55 jaar.

'Alleen dankzij het vlees en de vis van de taiga hebben onze families het overleefd', zegt de 57-jarige Onisja Kjaloendzjoega, directeur van het kinderdagverblijf en lerares Oedegej op de lagere school, waarop slechts drie kinderen zitten. 'Na de roebelcrisis in 1998 is bijna iedereen een groentetuin begonnen. Het leven is nu iets beter dan begin jaren negentig.' Met haar twee banen verdient Onisja maandelijks 170 euro.

Alleen bewoners die in dienst zijn van de staat, zoals de dokter, de lerares en enkele ambtenaren, krijgen een salaris. Dat zijn bijna allemaal vrouwen. De twee winkels in het dorp zijn eigendom van Russische inwoners. Veel Oedegejmannen gaan van november tot februari, net als vroeger, op jacht naar pelsdieren, die ze in de lente aan handelaren verkopen. In de zomers zijn ze werkloos. En dronken.

Volgens Onisja drinken ook de jongeren in Gvasjoegi veel te veel. 'Ze weten niet meer wat respect is. Ze vloeken, roken en drinken', klaagt ze. 'Onze jongeren willen niets meer, alleen dansen in de club .'

Drie puberende jongens hangen rond voor het houten schoolgebouwtje in het centrum van het dorp. Een van hen is de 18-jarige Ilja Kjaloendzjoegov, in een grijs T-shirt van Adidas, zijn gezicht verwond door een val van de motor. 'Ach ja, de ouderen klagen altijd over ons', lacht hij. 'We zijn soms dronken, maar niet heel vaak.' In Gvasjoegi wonen tien pubers van ongeveer zijn leeftijd, zegt Ilja. 'Er is hier niets te doen. De club is zelden open.' De club is een houten gemeenschapsgebouwtje, waar een kaal peertje aan het plafond hangt en een cassetterecorder in de hoek staat. 'Het stelt niets voor, en toch moeten we 10 roebel (28 eurocent) entree betalen.'

Zatlap

Ilja is werkloos. 'Ik jaag een beetje op vogeltjes, om mijn moeder aan eten te helpen.' Zijn vader heeft hij nooit gekend, zijn stiefvader is 'een waardeloze zatlap'. Ilja zou graag naar Chabarovsk willen, doorleren voor treinconducteur. 'Ik wil hier weg, wat van de wereld zien.'

Toch is hij er trots op zijn afkomst. 'Onze grootouders konden in hun boten tegen de stroom in varen. Dat kan tegenwoordig niemand meer. Ze waren ontzettend sterk .'

Volgens de 53-jarige pelsjager Radik Kamzjiga – de op een na oudste man in het dorp -zullen er over twintig jaar geen Oedegej meer zijn in Gvasjoegi. 'Dat komt door de nieuwe autoriteiten, die geven niets om ons. Onze huizen zijn sinds 1981 niet meer gerepareerd en vallen bijna uit elkaar. In de winter bevriezen we, omdat we geen brandhout meer krijgen. Vroeger kwam de hout-sovchoz dat afleveren. Niemand heeft werk, mannen sterven jong omdat ze te veel drinken, pillen slikken en lijm snuiven. Vorige week hebben we nog een man van 30 jaar begraven. Zelf heb ik ook een alcoholprobleem. In de winter niet, dan ben ik op jacht. Maar in de zomer heb ik niks te doen.'

Het is de schuld van het communistische systeem dat de Oedegej het nu zo slecht hebben, meent Dmitri Kiseljov (33) hoofd van de culturele afdeling op de regionale administratie in Perejaslavskaja. 'De Sovjets hebben de inheemse volkeren zo verwend, dat ze niet meer voor zichzelf kunnen zorgen. Daar komt bij dat de Oedegej van nature liever lui zijn dan moe.' Hij is met ons meegereden naar Gvasjoegi, een stoffige tocht van drie uur over een hobbelig bospad, omdat het contact met de Oedegej onder zijn verantwoordelijkheid valt. Telefoon is er niet in Gvasjoegi,

dus hij moet er af en toe langs. Dmitri zal vandaag proberen de enige computer in het dorp te repareren. Daarvoor moet speciaal de dieselgenerator worden gestart, die normaal gesproken alleen 's avonds het dorp een paar uur van stroom voorziet.

Hangbrug

Hoofdschuddend wijst Dmitri ons op de vier verroeste palen die aan weerszijden van de rivier de grond uitsteken. 'Voor 1990 waren de autoriteiten begonnen daar een hangbrug te maken.' Gvasjoegi ligt aan weerszijden van de rivier, maar een brug is er niet. Bij hoog water is de overtocht per boot gevaarlijk. Kinderen kunnen dan niet naar school. 'Die palen zijn heel stevig', zegt Dmitri, 'de mannen in het dorp hadden met wat kabels en hout makkelijk zelf een brug kunnen maken. Maar ze voeren niets uit. Ze kunnen niet eens hun eigen huizen repareren. En ze klagen over gebrek aan brandhout, terwijl ze midden in het bos wonen. Het probleem is natuurlijk dat ze geen tractors en motorzagen meer hebben. Die hebben ze verkocht om drank te kunnen kopen.'

Het is typerend voor de Russische houding om zo neerbuigend te doen, zegt Kira van Deusden, een Canadese verhalenvertelster die zich gespecialiseerd heeft in Siberische volkeren. Van Deusden kent de Oedegej goed en is vaak op bezoek geweest in Gvasjoegi. 'Ik zie de Oedegej als vindingrijk en energiek. Ze hebben veel gevoel voor humor. Dat geldt vrees ik vooral voor de vrouwen, de mannen zijn meer beschadigd door de val van het communisme. Zeker in Gvasjoegi. In de andere twee Siberische dorpen waar Oedegej wonen, zijn de mannen iets beter af. Veel van hen werken er in de houtvesterijen.'

Van Deusden trekt in eigen land volle zalen met verhalen die ze onder andere van Valentina Kjaloendzjoega heeft geleerd – over de strijd tussen ijverige en luie zusters, over wedstrijden tussen sjamanen en over mannen die in vissen of vogels veranderen en zeeën oversteken op zoek naar een geschikte echtgenote. In Canada, waar de noordelijke volkeren in de verte verwant zijn aan de Oedegej, zijn inheemse culturen heel populair. 'Noord-Amerikanen voelen zich schuldig over de manier waarop ze de inheemse volkeren behandeld hebben. Ze proberen dat nu een beetje goed te maken. Dat zie ik onder Russen totaal niet. In Rusland overheerst nog de idee dat alle inheemse volkeren zich vrijwillig en blij bij de Sovjet-Unie hebben aangesloten.'

Meer over