Uitlevering Duitsers aan Russen 'verraad aan de overwinning'

HET IS makkelijker een oorlog te beëindigen dan te beginnen. Nadat de Duitse generaal Alfred Jodl op 7 mei 1945 in Reims de onvoorwaardelijke overgave van alle Duitse troepen had ondertekend, werd een dag later in Berlijn voor de tweede keer gecapituleerd....

Vlak voor deze ondertekening op 8 mei 1945 ontdekten de Fransen dat de Franse driekleur in de zaal ontbrak. Geen nood. De Russen haalden het rood uit een nazi-vlag, het wit uit een beddelaken en het blauw uit een overall. De Russische naaisters hadden alleen de drie kleuren niet verticaal aan elkaar genaaid, maar horizontaal, zodat Nederland opeens tot de status van geallieerde grootmacht was gepromoveerd. Maar ook dat werd op het laatste moment door de bereidwillige Russen verholpen. Om acht uur 's avonds hing de Franse tricolore tussen de Engelse Union Jack en de Amerikaanse Stars and Stripes. En boven die drie: het Russische rood.

Dit is een van de faits divers waarmee Tobias Brand zijn beschrijving van de historische dag 7 mei 1945 in De dag van het einde - Europa 7 mei 1945 kleur geeft. De onverwachte dienstbaarheid van de nazi-vlag mag symbolisch worden genoemd voor de hulp die de geallieerden nog van de nazi's zouden krijgen. Want de geallieerden mochten dan de Good War hebben gevochten tegen totalitarisme en onderdrukking, het 'verraad' van de overwinning kondigt zich al aan in dit boeiend vertelde verhaal over de laatste akte van de oorlog.

Waar in grote delen van Europa de bevrijding een feit was, heerste op andere plaatsen chaos. Breslau was een van die ongelukkige steden die zwaar moesten boeten voor de zestigduizend doden en gewonden die de verovering van deze stad het Rode Leger had gekost.

In Praag was de bevolking in opstand gekomen tegen de Duitse bezettingsmacht, daarbij geholpen door de anti-communistische Russen van generaal Vlassov. De Amerikaanse generaal George Patton was met zijn tanks nog maar vijftig kilometer van Praag verwijderd en wilde de opstandelingen te hulp komen, maar dat werd hem door Eisenhower verboden.

De nieuwe grenzen van Europa waren in Jalta al vastgesteld en Brand laat zien hoe soldaten en burgers zich daarvan die zevende mei 1945 bewust werden. Hun reacties varieerden afhankelijk van het standpunt dat zij 'toevallig' innamen: ten westen of ten oosten van de demarcatielijn. Lübeck en Triest konden nog net voor de vrije wereld behouden blijven.

Ook op andere gebieden was het een race tegen de klok. Terwijl bijvoorbeeld de door nazi's geroofde kunstschatten op het laatste moment door toegewijde museummensen van de vernietiging werden gered, ontkwamen niet zo ver daarvandaan duizenden overlevenden uit Auschwitz in het concentratiekamp Ebensee bij Mauthausen op het nippertje aan een slachtpartij door de SS. De wraak op ex-beulen en bewakers in Ebensee was gruwelijk.

Hevig was de strijd vooral in Kurland (Letland) en het gebied rond Danzig, waar de afgesneden Duitse legers alles op alles zetten om met de laatste boten naar het westen te ontsnappen. De Oostzee was in die dagen vol met zwoegende schepen, van ijsbrekers tot plezierjachten, op weg naar het vaderland.

In heel Midden-Europa dachten Duitse commandanten maar aan één ding: 'Hoe geraak ik met mijn troepen in Amerikaanse krijgsgevangenschap?' De uitlevering van honderdduizenden Duitsers aan de Russen, alleen omdat zij er niet in waren geslaagd vóór het staakt-het-vuren op 9 mei om 00.01 uur de geallieerde linies te bereiken, werd ook toen door velen ervaren als een verraad aan de overwinning.

Brand beschrijft hoe tienduizenden Russen van generaal Vlassov, als ze niet al waren afgeslacht door het Rode Leger of door Tsjechische partizanen, werden uitgeleverd aan de Sovjets, evenals veertigduizend kozakken. Zij hadden de zijde van de Duitsers gekozen in de hoop Rusland van Stalin's juk te kunnen bevrijden; hun nederlaag was nu compleet. Van de Joegoslavische barbarij vijftig jaar later werd al een voorproefje gegeven met de dodenmars waarbij Tito's soldaten ruim 300 duizend Kroaten de dood in dreven en dertigduizend Slovenen afmaakten in de bossen rond Kosevje.

Het is een beproefd recept verschillende dramatische gebeurtenissen die zich tegelijkertijd afspelen, tot leven te wekken en er wordt ook in deze herdenkingsgolf graag naar gegrepen. Wat bijvoorbeeld bekende Duitsers van de achtste mei 1945 is bijgebleven, valt te lezen in 'Als der Krieg zu Ende war' - Erinnerungen an den 8. Mai '45 (Insel), dat de herinneringen bevat van onder anderen Ignatz Bubis, Iring Fetscher, Ralph Giordano, Ernst Gombrich, Walter Jens, Graf von Krockow, Gräfin von Stauffenberg en Helmut Schmidt.

Brand heeft bij het oproepen van de grote èn de kleine evenementen bewust op een breed publiek gemikt. Hij schrijft meer dan duizend bronnen van verschillende aard verwerkt te hebben. Dat heeft hem er overigens niet voor behoed Karl Hermann Frank, de Reichsminister für Böhmen und Mähren, te verwarren met Hans Frank, de Generalgouverneur ('koning') van Polen.

Toen veldmaarschalk Keitel in Berlijn de capitulatie had getekend, ging de strijd in het oosten voort. Meer dan een kwart miljoen Amerikanen en Japanners bevochten elke meter op het eiland Okinawa, Japans laatste defensielinie, waar honderdvijftigduizend burgers het leven verloren.

Dit strijdtoneel is tot nog toe opvallend buiten de publieke belangstelling gebleven, ondanks levendige beschrijvingen zoals bijvoorbeeld die van George Feifer: Tennozan - The Battle of Okinawa and the Atomic Bomb (Ticknor & Fields, 1992).

Na al de herdenkingsliturgieën rond de Duitse capitulatie kan echter moeilijk meer aan de Japanse capitulatie van 15 augustus voorbij worden gegaan.

Dick van Galen Last

Tobias Brand: De dag van het einde - Europa, 7 mei 1945.

Fibula; ¿ 37,50.

ISBN 90 269 6363 7.

Meer over