Uitkomst van Indonesië-debat staat nu al vast

Een maatschappelijk debat over de politionele acties is overbodig en kan slechts tot één conclusie leiden, namelijk dat Nederland nooit aan het avontuur had moeten beginnen....

IS ER nog één Nederlander die vindt dat wij terecht twee politionele acties in Indonesië hebben ondernomen? Zelfs rechts is tegenstribbelend tot de conclusie gekomen dat het gezien de omstandigheden misschien een vergeeflijke, maar toch een historische blunder was. We kunnen hoogstens nog ruziën over details, zoals bijvoorbeeld over de vraag of het terecht is dat Westerling nooit is vervolgd. Een maatschappelijke discussie heeft dus geen zin; de eindconclusie staat al lang vast.

Het is bovendien in zijn algemeenheid onjuist om te zeggen dat de media het verleden hebben verzwegen. Dat gold inderdaad tot 1968, maar na de uitzendingen van Achter het Nieuws kwam een stroom publikaties los (ik heb ergens nog vier plakboeken vol met krante- en weekbladartikelen als gevolg van deze uitzending).

Vooral radio en televisie hebben ook daarna nog verschillende uitzendingen aan het Indonesië-conflict gewijd, zowel aan het politieke als het militaire kant aspect.

De enige die in gebreke is gebleven, is de politiek. In 1968 bleek dat slechts drie leden van de Tweede Kamer ooit de moeite hadden genomen het geheime rapport over Westerling -alleen toegankelijk voor kamerleden- in te zien.

Er is geen behoefte aan dat regering en parlement door het stof kruipen en mea culpa roepen om wat wij Indonesië hebben aangedaan. Die gedachte komt voort uit dezelfde overschatting van onze positie als waaruit ons militaire optreden is voortgevloeid. Alsof de wereld of Indonesië daarop zit te wachten. Indonesië is tevreden met haar historische gelijk en heeft ons daarvoor niet nodig.

Zelf was ik in de jaren 1946-1949 een overtuigd tegenstander van het Nederlandse optreden en ik zou een mea culpa dan ook nog als een persoonlijke genoegdoening kunnen opvatten. Maar ik zou al snel de neiging hebben om te zeggen dat Indonesië ook niet brandschoon is en ook maar eens een mea culpa zou moeten uitspreken over de gebeurtenissen in 1965.

Toen zijn naar schatting een half tot een miljoen mensen in koelen bloede vermoord, minstens net zo erg als wat Nederland Indonesië heeft aangedaan, en waarvoor de huidige Indonesische leiders verantwoordelijk zijn.

Staten zijn zelden een voorbeeld van moreel handelen; zij moeten dan ook niet willen wedijveren in morele schuldbekentenissen. Het zou voldoende zijn als de regering zou uitspreken dat Nederland nooit aan het Indonesische avontuur had moeten beginnen.

Dat zou een genoegdoening betekenen, niet zoals gezegd voor Indonesië, noch voor hen die tegen de oorlog protesteerden. Maar wel voor al die beroepsmilitairen en dienstplichtigen die wij toen hebben uitgezonden op een mission impossible. Het zou ook een gebaar zijn naar degenen die toen dienst weigerden.

Natuurlijk weten de veteranen als ieder ander dat ons optreden fout was, maar het is onrechtvaardig juist van hen te verlangen dat zij openlijk tot die conclusie komen. Niemand geeft graag toe dat hij de beste jaren van zijn leven heeft verdaan met te vechten voor een verkeerde zaak. Door het angstvallige zwijgen van de regering verkeren zij in het luchtledige.

Zo er sprake moet zijn van een verontschuldiging, is het wel tegenover degenen die wij hebben uitgezonden. Nederland wilde in de jaren 1946-1949 een grote broek aantrekken, maar we konden dat alleen door de lasten af te wentelen op tienduizend jonge jongens die wij er - hetzij als vrijwilliger, hetzij als dienstplichtige - op een slof en een schoen naar toe stuurden.

Ik laat daarbij nog buiten beschouwing dat dit alleen kon omdat in Nederland de vreemde situatie bestaat dat regeringsbesluiten niet aan de Grondwet kunnen worden getoetst, zoals in de VS en Duitsland. Ook dr L. de Jong heeft in het deel van zijn geschiedschrijving over het koninkrijk in de Tweede Wereldoorlog dat handelt over Indonesië, zijn twijfels geuit of de uitzending van dienstplichtigen naar Indonesië zonder hun toestemming wel in overeenstemming was met de Grondwet.

Onvoldoende getraind, onvoldoende uitgerust en bewapend, met een aan alle kanten rammelende verzorging, vervoerd met transportschepen die daar niet op waren berekend, zonder voldoende kennis van het land, moesten zij het maar uitzoeken.

HET is de reden waarom ik altijd geïrriteerd raak als Drees - die ik bewonder om zijn zuinige beheer van overheidsgelden - de hemel in wordt geprezen. Hij was het voor het hele Nederlandse volk het symbool van het fatsoen. Als hij ervoor tekende, moest het wel goed zijn (het is een argument dat letterlijk tegen me werd gebruikt toen ik kritiek uitoefende op de eerste politionele actie). Hij was de legitimatie van die politiek, ook al behoorde hij niet tot de die-hards.

Ik ben zelf verantwoordelijk voor het aansnijden van oorlogsmisdaden, begaan door Nederlandse troepen in Indonesië, maar ik ben me er altijd van bewust van geweest dat de ware schuldigen in Den Haag zaten - Romme, Beel en helaas ook Drees.

Wie de verantwoordelijkheid voor een guerilla-oorlog aanvaardt, dient ook de verantwoordelijkheid voor de gevolgen te aanvaarden. Dan kan men niet zijn handden in onschuld wassen en zeggen: dat hebben we niet gewild. Wanneer de regering eerder de moed had gehad te erkennen dat Nederland niet aan het Indonesische avontuur had moeten beginnen, had waarschijnlijk die rare discussie nooit plaatsgevonden over het bezoek van Poncke Princen (45 jaar na dato!). Een man, wat men ook van zijn desertie moge denken, die zich in ieder geval heeft gerehabiliteerd door bereid te zijn terwille van de mensenrechten jaren in gevangenissen door te brengen; ik zie het zijn critici nog niet doen.

Er is geen behoefte aan een maatschappelijke discussie: er is behoefte aan dat de regering, zonder op de kniëen te vallen, erkent dat Nederland fout zat en zijn soldaten nooit aan dat avontuur had mogen opofferen.

Herman Wigbold is freelance journalist en was van 1963 tot 1970 eindredacteur van VARA's actualiteitenrubriek Achter het Nieuws.

Meer over