Uitgangspunten van PvdA-nota over defensie zijn twijfelachtig

In haar notitie over de krijgsmacht pleit de PvdA onder andere voor een aanzienlijke uitbreiding van het aantal parate eenheden bij de landmacht....

DE in etappes uitgelekte nota Een plan voor de krijgsmacht die PvdA-fractieleider Melkert woensdag in zijn definitieve vorm presenteerde, heeft reeds tot vele reacties geleid. De belangrijkste maatregelen die de nota bepleit, zijn een aanzienlijke uitbreiding van de landmacht met een verschuiving van mobilisabele naar parate eenheden, forse reducties bij de marine en een verregaande integratie ('jointness') van de krijgsmachtdelen.

De PvdA-nota berust echter voor een belangrijk deel op een paar twijfelachtige uitgangspunten en maakt sommige consequenties niet expliciet.

Evenals de eerder dit jaar verschenen Clingendael-notitie Krijgsmacht of Vredesmacht pleit de PvdA voor opheffing van het Duits-Nederlands Legerkorps, zij het dat de samenwerking met de Duitsers in een andere vorm zou moeten worden voortgezet. Minister De Grave heeft in een lezing op het Instituut Clingendael op 20 april jl. al fors afstand genomen van dit idee. Hij bepleitte zelfs een versterking van het binationale hoofdkwartier in Münster. Gezien de overige reacties op dit PvdA-voorstel is hier sprake van een non starter.

Het streven naar meer parate eenheden bij de landmacht verdient uiteraard alle steun. Voor wat betreft de werving van het personeel getuigt de nota echter van een grenzeloos optimisme. De PvdA wil de parate sterkte van de landmacht op niet minder dan 26 bataljons brengen. Hiervoor is een uitbreiding van dit krijgsmachtdeel met 5.000 man/vrouw vereist waarvan 2.250 uit de (onwaarschijnlijke) opheffing van het Duits-Nederlands Legerkorps moeten komen.

De landmacht heeft nu al problemen met het vullen van haar huidige sterkte. Dit probleem doet zich overigens bij alle westerse landen voor met een vrijwilligerskrijgsmacht. Zo kan in Engeland – waar in tegenstelling tot in Nederland de belangstelling voor de krijgsmacht naar aanleiding van Kosovo juist toe in plaats van afnam – de landmacht 6.000 functies niet vervullen.

Oplossingen in de vorm van langere contracten, betere arbeidsvoorwaarden, (nog) verdere verlaging van de keuringseisen en de vorming van reservisten-eenheden bieden wellicht enig soelaas. Er is de komende jaren echter sprake van een arbeidsmarkt die alleen maar krapper wordt.

Bovendien zal gezien de Nederlandse cultuur het aantal werkgevers dat hun werknemers voor langere termijn als reservist voor een vredesmissie beschikbaar wil stellen vrij beperkt zijn. Overigens is sinds kort met de uitbreiding van de NAVO met Polen, Hongarije en de Tsjechische Republiek de landstrijdkrachten-component binnen het bondgenootschap al aanzienlijk uitgebreid.

De nota voorziet daarnaast in forse aderlatingen voor de marine. Er verdwijnen 1.500 functies en het aantal fregatten vermindert van zestien naar acht. De nota voorziet wel in de bouw van vier kustwachtfregatten. Beseft moet worden dat deze laatste fregatten alleen inzetbaar zijn in kustwateren en niet voor NAVO-taken geschikt zijn. Een en ander betekent dan ook dat de taken uit de Prioriteitennota en de toezeggingen aan de NAVO niet meer volledig uitvoerbaar zijn.

Met de maatregelen voor de marine maakt de PvdA impliciet een strategische keuze die het einde van de marine-scheepsbouw met bijbehorende hoogwaardige kennis-infrastructuur in Nederland betekent. Dit heeft uiteraard ook belangrijke gevolgen voor de werkgelegenheid in deze defensie-industrietak.

Voor wat betreft de luchtmacht stelt de nota voor het aantal F-16 vliegtuigen niet te reduceren. Dit in tegenstelling tot de Hoofdlijnennotitie die de opheffing van een squadron F-16's (achttien vliegtuigen) bepleit. Zonder iets te willen afdingen op de zeer professionele en succesvolle inzet van de luchtmacht in het Kosovo-conflict lijkt bij de PvdA toch de waan van de dag te domineren. Conflicten zijn onvoorspelbaar en het generaliseren op grond van het meest recente conflict is gevaarlijk, zo leert de geschiedenis.

De uitbreiding van de luchtmacht met vier C-130 Hercules vliegtuigen die de PvdA voorstelt, is mede gezien het gebrek aan strategische transportcapaciteit in Europa een verstandige zaak. Dat geldt overigens ook voor de bouw van een tweede amfibisch transportschip.

Wat de voorstellen tot verandering in de defensie-organisatie betreft, lijkt de PvdA-nota gedeeltelijk een kloon van de vorig jaar verschenen Britse defensienota, de Strategic Defence Review. De PvdA verlaat in feite het pad dat de Defensienota 1991 insloeg met zijn streven naar 'decentralisatie' en het bedrijfsconcept van 'integrale verantwoordelijkheid' want de nota bepleit een verregaande centralisatie.

Zo stelt de nota voor de chef defensiestaf de operationele bevelhebber van alle onderdelen van de krijgsmacht te maken, die beschikt over een operationeel hoofdkwartier met officieren uit alle krijgsmachtdelen. De laatste jaren zijn naar aanleiding van de ervaringen met vredesoperaties de bevoegdheden van deze functionaris reeds sterk uitgebreid.

De bijdragen aan vredesoperaties, de logistieke ondersteuning en dergelijke, zijn gebieden die zich zeker lenen voor meer afstemming, waardoor met dezelfde middelen een grotere effectiviteit kan worden bereikt. De nota reikt hier interessante ideeën voor aan.

De Defensiestaf kan daarbij uiteraard een belangrijker rol spelen. Maar het instellen van een 'opperbevelhebber', gaat te ver en doet geen recht aan de realiteit. De operationele bevoegdheden bij operaties liggen voor Nederland altijd bij een multinationaal commando. Het opperbevel ligt dan ook in Brussel, in Mons, of in Washington, maar zeker niet in Den Haag.

Het voorstel tot het instellen van een nieuwe functionaris, de Corporate Planner, die belast is met de conceptuele en beleidsmatige planning voor de hele krijgsmacht verdient serieuze overweging. Deze functionaris dient zich wel te beperken tot de hoofdlijnen en de verfijning hiervan over te laten aan de krijgsmachtdelen.

Resumerend is sprake van een prikkelende nota die echter nogal nationaal en centralistisch van aard is en waarvan de haalbaarheid zeer twijfelachtig is. Maar een aantal bruikbare elementen zullen ongetwijfeld terug te vinden zijn in de komende Defensienota 2000.

In ieder geval is de PvdA de enige politieke partij die tot nu toe een substantiële bijdrage heeft geleverd aan de discussie over de toekomst van onze krijgsmacht.

Meer over