Uiterwaarden worden aantrekkelijk natuurgebied

De interesse voor de omzetting van landbouwgrond in natuur neemt toe, zelfs voor grotere oppervlaktes. Een mooi voorbeeld ligt in de Stokebrandsweerd bij Zutphen....

De reiger is rijkelijk vroeg, want pas over twee jaar is deze uiterwaard ontwikkeld tot nieuw natuurgebied. Niet door een natuurbeschermingsinstantie, maar door Arend Jan Breukink, boer in het verderop gelegen buurtschap Rha, die daarvoor speciaal grond koopt van de gemeente.

Tot voor een paar jaar melkte Breukink op zijn bedrijf nog tachtig koeien, maar dat kostte te veel tijd in combinatie met zijn florerende forellenvisvijver. De koeien ruimden het veld.

'De langetermijnvooruitzichten voor de boer zijn niet bepaald rooskleurig', constateert hij, 'door de globalisering worden landbouwproducten meer en meer geproduceerd op de plaats waar dat het goedkoopst kan. Dus je moet uitkijken naar producten die je niet kúnt importeren.

'Ik verwacht goede kansen voor groene en blauwe diensten, natuur en water aanleggen en beheren. Ik denk dat de agrarische sector daar tot nu toe veel kansen heeft laten liggen.'

Het toeval wilde dat de gemeente Zutphen een Masterplan in de kast had liggen voor natuurontwikkeling in de uiterwaarden, waar weinig van terecht dreigde te komen. In de Stokebrandsweerd, legt wethouder Adriaan van Oosten uit, had de gemeente te maken met veel diverse grondeigenaren, maar de aankoop van agrarische grond voor natuurdoeleinden is bevroren: minister Veerman van Landbouw vindt dat ook particuliere grondeigenaren een bijdrage aan de Ecologische Hoofdstructuur mogen leveren.

Breukink, eigenaar van wat grond in deze uiterwaard, beschouwde dat als een uitdaging. 'Die paar hectare waren toch niet rendabel; ik ben toen gaan denken: kan ik zelf niet wat doen?' Jaren overleg leidde vorige week tot het besluit van B en W van Zutphen om ruim achttien hectare voor een milde prijs aan Breukink te verkopen. Onder de voorwaarde dat die in twee jaar het Masterplan van de gemeente uitvoert.

Breukink, die zelf ook al wat grond had bijgekocht, komt door de overdracht boven de dertig hectare, de overige twintig hectare worden ingebracht door andere boeren. En dat is niet alleen goedertierendheid; de Stokebrandsweerd wordt een soort modern gemengd bedrijf met drie pijlers: delfstoffenwinning, extensieve veehouderij en natuursubsidies.

Het Masterplan voorziet in het uitgraven van twee nieuwe geulen – waarvan de langste ongeveer een kilometer is – onder de 'nieuwe' brug over de IJssel. Daarbij komt tot 150 duizend kuub grond vrij, niet allemaal even goed te gebruiken maar het kleipakket kan waarschijnlijk voor een paar euro per kuub worden verkocht.

Met de klei-opbrengst verwacht Breukink de grondaankopen en de overige inrichtingskosten er op zijn minst uit te hebben. De verdere exploitatie is gebaseerd op twee natuursubsidies: de waardevermindering van de grond door de omzetting van landbouw naar natuurgrond wordt betaald door het rijk in de vorm van een vergoeding over dertig jaar.

Daarnaast kan Breukink voor het gedeelte van de grond waar koeien komen te grazen – het is namelijk niet de bedoeling dat de uiterwaard dichtgroeit – subsidie krijgen voor aanpassingen in de bedrijfsvoering.

Volgens Gerry Bulten van Dienst Landelijk Gebied, dat de subsidieaanvragen begeleidt, is die laatste uitkering afhankelijk van de resulaten, 'Dat wordt elk jaar grutto's en plantjes tellen', maar door de bank genomen gaat het om een bedrag van een paar honderd euro per hectare per jaar.

Volgens haar is Breukink een voortrekker, maar groeit langzamerhand de belangstelling voor omzetting van landbouwgrond in natuur. Niet zoals voorheen bij alleen kleine percelen, maar ook voor grotere oppervlaktes. Zo loopt er in Gelderland volgens haar nog een forse aanvraag: een akkerbouwer met 45 hectare bij Renkum. 'Maar in de uiterwaarden is het wel extra gecompliceerd, onder meer vanwege de veiligheid. Je mag bewondering hebben voor Breukinks doorzettingsvermogen.'

Meer over