Uit welk sprookje komt de dakloze Janneman?

In de nachtopvang voor daklozen is het Lachende Karel die steevast moppen tapt. Als iemand zich daaraan stoort, zegt Karel: 'Als we zó gaan beginnen, ga ík naar huis.'..

Daklozenhumor. Het morgen te verschijnen boekje Steppen met één been (Barjesteh van Waalwijk van Doorn & Co's) staat er vol mee.

Met dertig korte verhalen, columns en portretten hoopt auteur Sander de Kramer, hoofdredacteur van het Rotterdamse Straatmagazine, het beeld van daklozen wat bij te stellen.

'Het is niet alleen ellende', zegt De Kramer. 'Er wordt ook gelachen, ook al zijn de grappen vaak cynisch, sarcastisch en boordevol zelfspot.'

Hij tekende veel van de grappen, slimmigheden, anecdotes en het jargon op na de wekelijkse 'Paperpub', waar straatkrantverkopers koffie, een shaggie en een koekje krijgen. De 27-jarige De Kramer vervult dan een soort vaderrol. 'Als het café dicht gaat, staan er altijd nog wel een paar verkopers op me te wachten. Willen ze een krantje extra om te verkopen. Mannen van 50 die mijn vader hadden kunnen zijn.'

Vooral de portretten maken Steppen met één been bijzonder. Iedere Rotterdammer heeft Willem de Wielrenner wel eens gezien op zijn skates. Maar wie weet dat die kromgebogen man ooit wereldkampioen bij de amateurs was en nu Rotterdam probeert te beschermen tegen de Romeinen?

Of Janneman, ooit veelbelovend tennisser, die iedere ochtend minstens drie broeken over elkaar aantrekt, een dozijn fopspenen om zijn vingers heeft en twee kleine keien in zijn mond 'omdat het zo lekker aanvoelt'.

Janneman die tijdens een uitstapje naar de Efteling werd aangezien voor een der attracties, ook al kon een geraadpleegde vader zijn dochter niet vertellen uit welk sprookje hij nou precies was weggelopen. Janneman die regelmatig bij De Kramer komt aankloppen om 'effe m'n e-mail te checken', en vervolgens met zijn fopspenen over de toetsen glijdt.

'Die portretten zijn bedoeld om de daklozen uit de anonimiteit te halen', zegt De Kramer, die volmondig toegeeft dat het beeld dat hij in zijn boekje schetst tamelijk eenzijdig is. De rottigheid, de diefstallen en de vechtpartijen heeft hij buiten beschouwing gelaten.

'Als ik een feestje heb met IT'ers, staan ze allemaal om me heen, willen ze verhalen van de straat horen. Maar als ik dan vraag of ze de Straatkrant wel eens kopen, zeggen ze nee. Die mensen wil ik bereiken.'

Daklozen vormen een dankbaar onderwerp voor de media. De onderkant van de samenleving fascineert, zeker in deze tijden van overvloed. De Kramer wenst niet in het kamp wij-maken-geld-dankzij-de-sloebers geplaatst te worden. 'De complete opbrengst gaat naar de Stichting Straatkrant. Ik werk daar zeventig uur per week aan. Ik wil hier geen dubbeltje aan over houden.'

Meer over