Analyse

Uit Kabul geredde Afghanen maken kennis met het vastgelopen Nederlandse asielsysteem

De Afghanen die Nederland hielpen en op het nippertje hebben kunnen vluchten voor de Taliban, hebben inmiddels kennisgemaakt met de Nederlandse opvang, een systeem dat door de overvolle asielzoekerscentra piept en kraakt.

Afghaanse evacués komen aan bij het Marineterrein in Amsterdam, dat deels als noodopvanglocatie beschikbaar is gesteld door Defensie. Beeld ANP
Afghaanse evacués komen aan bij het Marineterrein in Amsterdam, dat deels als noodopvanglocatie beschikbaar is gesteld door Defensie.Beeld ANP

De ruim tweeduizend bedreigde Afghanen die te elfder ure wél uit Kabul zijn gehaald, hebben de afgelopen maand kennisgemaakt met het vastgelopen asielsysteem in Nederland. Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) erkende dinsdag dat het inmiddels hotels en vakantieparken aanschrijft om de opvangcapaciteit te vergroten. Een dag later maakte het kabinet bekend dat de Afghaanse vluchtelingen langer op het legerterrein in Harskamp moeten blijven, omdat de asielzoekerscentra overvol zitten. In het landelijke aanmeldcentrum in Ter Apel sliepen 150 asielzoekers noodgedwongen een paar nachten op veldbedden en stoelen.

Het antwoord op de vraag hoe het (weer) zo ver heeft kunnen komen dat alle opvanglocaties volgens het COA momenteel ‘100 procent vol zitten, dus niet 99,8 procent’, gaat terug tot vier jaar geleden. Door de forse bezuinigingen op het COA en de Immigratie- en Naturalisatiedienst duurden asielprocedures almaar langer. Sommige asielzoekerscentra gingen op slot, personeel werd naar huis gestuurd en bewoners werden samengevoegd in andere azc’s.

De ruim 15 duizend achterstallige asielaanvragen zijn na de komst van een taskforce in 2020 grotendeels weggewerkt, maar er kwamen amper huurwoningen voor statushouders bij. Daardoor wachten in de asielzoekerscentra 11 duizend vluchtelingen met een verblijfsstatus tot er voor hen een huurwoning beschikbaar komt. Ze houden bijna een derde van alle opvangplekken bezet.

Ziedaar het probleem in een notendop: omdat er aan de achterkant niemand uitstroomt, drukt de instroom bovenmatig op de asielketen. Zo lijkt elke vluchteling er al snel een te veel en kan een kortstondige piek, zoals in het aanmeldcentrum in Ter Apel, niet goed worden opgevangen.

‘Niet flexibel’

Toch is dat niet het hele verhaal. De toestanden in Ter Apel worden maar deels veroorzaakt door het stijgende aantal asielzoekers, volgens de woordvoerder van Vluchtelingenwerk. ‘De aantallen zijn inderdaad iets hoger’, bijvoorbeeld doordat er meer mensen uit Afghanistan, Libanon, Turkije en Belarus naar Nederland komen de laatste maanden. ‘Maar de opvang zit al jaren vol en is niet flexibel ingericht.’

Staatssecretaris Ankie Broekers-Knol moest vorig jaar september al uitleggen waarom er in Ter Apel asielzoekers op de grond hadden geslapen. Ook eind vorig jaar hing het COA bij de hotels aan de lijn, in een uiterste poging de opvangcapaciteit uit te breiden.

De coronapandemie leidde de aandacht tijdelijk af van de krapte in de opvang. Vanwege reisbeperkingen kwamen er het laatste anderhalf jaar veel minder asielzoekers naar Nederland – in 2020 ongeveer 40 procent minder dan in 2019. Nu komen ze alsnog, bijvoorbeeld om zoals verwacht te worden herenigd met hun familie.

Zo zijn er dus ‘te veel’ asielzoekers, en is er van al het andere te weinig. Het ontbreekt aan huurwoningen om statushouders te huisvesten, aan azc’s die door de jaren heen werden wegbezuinigd, en simpelweg aan bedden in Ter Apel.

Geen snelle oplossing

Een snelle oplossing is niet voorhanden. Het inrichten van tijdelijke noodopvang, zoals in Goes gebeurde met de Zeelandhallen, moet de ergste druk verlichten. Op het Amsterdamse Marineterrein worden noodgedwongen opnieuw asielzoekers opgevangen. In het Friese Heeg vangt het COA sinds deze week 150 asielzoekers op in een voormalig hostel. Nog eens 150 verblijven er in een voormalig kantoorgebouw in het Groningse Farmsum. ‘Maar we zitten nog lang niet aan de vierduizend bedden die we nodig hebben’, erkent het COA.

‘De sleutel ligt bij de gemeenten’, stelt Vluchtelingenwerk. ‘Tegelijk is dat ook ontzettend lastig. We zitten in een enorme woningcrisis, wat het vinden van huurwoningen moeilijk maakt. Gemeenten zijn ook vrij laat pas geïnformeerd over het aantal statushouders dat ze dit jaar moeten huisvesten, daar waren ze dus niet goed op voorbereid. Tegelijkertijd hebben ze voor hetere vuren gestaan: in 2015 en 2016 moesten er voor 40 duizend vluchtelingen woningen worden gezocht. Dat lukte toen ook.’

Toch lijken nog maar weinig gemeenten gehoor te hebben gegeven aan de noodkreet van het kabinet eind augustus, toen de Afghaanse luchtbrug kort in bedrijf was, om acute opvang mogelijk te maken. Achter de schermen gebeurt volgens het COA genoeg – de woordvoerder wijst op een interne lijst met toekomstige opvanglocaties. ‘Gemeenten zijn echt wel bezig, aan de colleges van B en W ligt het vaak ook niet. Alleen kunnen wij een opvanglocatie pas bekendmaken als de gemeenteraad er toestemming voor heeft gegeven.’

Juist daar zit vaak de kramp. Tijdens de Europese vluchtelingencrisis in 2015 en 2016 kregen gemeentebesturen het met veel pijn en moeite voor elkaar dat er in hun buurt asielzoekers gehuisvest konden worden. Alleen vergaten ze daarbij soms de inwoners (op tijd) te informeren, waardoor een storm van protest opstak over de komst van een azc.

Gemeenten deden daarom destijds harde beloften aan hun inwoners: bijvoorbeeld dat het asielzoekerscentrum maximaal vijf jaar zou bestaan. Nu de opvang aan alle kanten uitpuilt, komen sommige gemeenten liever niet meer op die afspraak terug. Toch is dit wel wat het kabinet van ze vraagt. De gezamenlijke opdracht is immers nog even urgent en onveranderd: zo snel mogelijk vierduizend asielzoekers onderbrengen. Zonder dat ze op een stoel hoeven te slapen.

Meer over