Uit het alfabet valt veel gein te persen

Reinder van der Naalt met Pendelen, De Kleine Komedie Amsterdam. Tournee. Arno van der Heyden met Vanzelfsprekend, Theater Pepijn Den Haag....

Reinder van der Naalt heeft zich na 1990, toen hij werd gekroond op het Amsterdams Kleinkunst Festival, opgewerkt van marge-krabbelaar tot een echte aanwinst. Hij behoort tot de slinkende groep cabaretiers die louter onzin verkoopt. Deze sector heeft een aantal jaren onder een hinderlijke wildgroei geleden. Veel te veel dachten dat ze leuk waren. Maar het kaf lijkt inmiddels van het koren gescheiden en enkele grootheden van het eerste uur, zoals Brigitte Kaandorp, hebben hun werkterrein aanzienlijk verbreed.

De voormalige leraar en computerprogrammeur ('toen moest iedereen al om mijn programma's lachen') oogt sloom en niet al te snugger. Maar hij zet zijn klunzigheid niet te vet aan. Van der Naalt is een onvervalste meelbiet en steekt met zijn onzinnige flauwiteiten soms zelfs Herman Finkers naar de kroon. Net als zijn grote voorbeeld is Van der Naalt gek op technische effecten. Vooral de geluidsman heeft een belangrijk aandeel in het succes van Pendelen.

Om af te wijken van de geijkte cabaretonderwerpen heeft hij lukraak bij de A in de encyclopedie geprikt. Deze methode is niet alleen verrassend, maar heeft ook het voordeel dat hij nog 25 programma's vooruit kan. Van der Naalt kwam uit op Aristoteles en Archeologie. En inderdaad, uit die woorden valt een hoop gein te persen. Zonder al te ver van zijn onderwerp af te wijken, kan hij uitweiden over het opzetten van dieren, de snelheid van de veilingmeester, en prins Bernhards laatste vlucht.

Ofschoon Pendelen een vrolijk en grotendeels geslaagd programma is, heeft Van der Naalt nog niet de kracht om twee helften lang flauwekul op hoog niveau te debiteren. Vooral na de pauze zakt hij soms diep weg, met een mislukt verhaal over de evolutie en een onbenullige uitweiding over een man met meerdere persoonlijkheden.

Ook Arno van der Heyden is er niet in geslaagd zijn top een hele avond vast te houden. Maar bij hem is het zorgelijker, want zijn onmiskenbare talent prikt slechts enkele keren door de middelmatigheid heen. Dat gebeurt als hij ad rem een reactie uit de zaal pareert.

En als hij muziek maakt. Met het trio Kloosterboer beweegt hij zich in de slipstream van het Rosenberg Trio. Zijn Kloosterboer-maatje Rob Elzenga verzorgt de techniek bij Vanzelfsprekend en speelt in de liedjes mee. Dan lukt het: stem, tekst en muziek vormen een puik geheel. In het slotlied, over eenzaamheid, raakt hij de kern.

Maar dan is al een hoop treurnis gepasseerd. Net als Jenny Arean vijf jaar geleden in Het Huishoudschoolsyndroom kookt Van der Heyden een pan soep op het toneel, die aan het publiek als beloning voor het uithoudingsvermogen wordt uitgeserveerd. Als kok wordt een type Braakhekke gebruikt. Een soort Harm met het harpje van Henk Elsink, enkele decennia terug. Makkelijk, hebben we al gehad.

Een paar conférences beginnen hoopvol, zoals het Freudiaans analyseren van sprookjes, maar verzanden al spoedig in effectbejag. Van der Heyden zet nergens stevig door. De soep smaakte pittig, het programma daarentegen is laf.

Patrick van den Hanenberg

Meer over