Uit bloed en chaos verrijst een islamitisch Irak

De droom van Al Qa’ida – een radicaal-islamitisch Irak – heeft met de dood van Abu Musab al-Zarqawi een klap opgelopen....

Het gebied waar Al-Zarqawi opereerde, de soennitische driehoek, is in die optiek een nieuw Afghanistan. Er wordt voor de jihad geronseld en getraind en van daaruit moeten jihad-strijders over de wereld uitzwermen. Al-Zarqawi moest daarvoor zorgen.

Uitgerekend een niet-Irakees, de Jordaniër Al-Zarqawi, moest Irak in een burgeroorlog storten. Uit de chaos zou een islamitisch rijk verrijzen, met soennieten als heersers. Voor Koerden of shi’ieten is geen plaats.

Het masterplan van Al Qa’ida, zoals op internet gepubliceerd, is duidelijk: etnische conflicten aanwakkeren tussen Koerden en Arabieren, en de sektarische strijd tussen shi’ieten en soennieten op de spits drijven. Daarbij ging Al-Zarqawi zelfs naar de smaak van Osama bin Laden te ver. Voor de Jordaniër zijn shi’ieten ketters die de dood verdienen.

Dood, verderf, meedogenloosheid en opportunisme kenmerkten de tactiek van Al-Zarqawi. Waar nodig zocht Al Qa’ida aansluiting bij voormalige aanhangers van Saddam Hussein, die over grote hoeveelheden wapens kunnen beschikken. Zelfmoordstrijders uit Irak en buurlanden toonden zich tot slot bereid dood en verderf te zaaien om zijn plannen ten uitvoer te brengen.

Al Qa’ida heeft een klap opgelopen, maar het is de vraag of de dood van Al-Zarqawi voor Irak zelf een fase inluidt met minder geweld. De opstand kent intussen talloze partijen en facties, waarvan Al Qa’ida er slechts één is. Volgens het Center for Strategic and International Studies (CSIS) in Washington vormen de aanhangers van Al-Zarqawi tussen de 4 en 10 procent van de opstandelingen. Het totale aantal wordt op dertigduizend geschat.

Zelfs toen Al-Zarqawi een aantal islamistische organisaties in Irak bundelde in een Raad van Jihad-strijders bleven zijn aanhangers een beperkte groep. De meeste weerstand komt nu van Arabische stammen die geen shi’itische heerschappij wensen, iets waarop Al Qa’ida handig inspeelt.

Hoever de persoonlijke greep van Al-Zarqawi op het terreurnetwerk reikte is moeilijk in te schatten. Hij begon als een kleine crimineel, die ervaring opdeed in de strijd tegen de Russen in Afghanistan, in Jordanië tevergeefs poogde een islamitisch rijk te stichten en uiteindelijk in Irak belandde. Daar riepen de Amerikanen hem uit tot levend bewijs van de link tussen Al Qa’ida en Saddam Hussein, terwijl Al-Zarqawi zich eerder een concurrent van Bin Laden voelde. Hij rook zijn kans en werkte zich op tot de Bin Laden van Irak. De meerderheid van Al Qa’ida in Irak bestaat inmiddels uit Irakezen en niet langer uit buitenlandse vechters. Plaatselijke emirs (prinsen) leiden het netwerk.

Intussen zijn de milities in Irak een minstens zo grote bedreiging geworden voor de stabiliteit van het land als Al-Zarqawi, met minder spectaculair maar even gruwelijk geweld. Hij was het gezicht van de opstand, maar het geweld gaat even hard door. Radicale shi’itische geestelijken nemen het op tegen soennitische (stam)leiders.

Het grote verschil tussen Al Qa’ida en shi’itische en soennitische milities en facties is dat de islamisten nooit het geweld zullen inruilen voor de politiek. Het adagium van Al-Zarqawi en de zijnen is doden of gedood worden. Zij willen een burgeroorlog, ook al zullen ze die nooit winnen.

Radicale soennieten sluiten politiek overleg niet principieel uit, mits ze een substantiële rol krijgen in het nieuwe Irak. Voor shi’itische milities geldt hetzelfde. Mochten radicale soennieten en shi’ieten ooit tot samenwerking komen in Irak, dan rest hen nog een klus van even groot formaat: Al Qa’ida uitroeien.

Meer over