'Uiltje is evenbeeld van euro'

Suppoosten van over de hele wereld over het lievelingswerk in hun eigen museum. Aflevering 4: Krijn van Stuyvenberg over de Tetradrachme van Athene.

Krijn van Stuijvenberg (66) is suppoost bij het GeldMuseum in Utrecht (gelmuseum.nl). Zijn kunstwerk: de Tetradrachme van Athene, geslagen 449-393 v. Chr. (zilver; 17,13 gram; 25 mm). Aan de ene kant staat een uil, met olijventakje en maansikkel. Aan de andere kant staat de godin van de wijsheid Pallas Athene. Dezelfde uil siert als een van de acht afbeeldingen de Griekse 1 euromunt.

Museum GeldMuseum in Utrecht Suppoost Krijn van Stuyvenberg Kunstwerk Tetradrachme van Athene

Tetradrachme van Athene, 449-393 v. Chr.

Geld. Lyrisch kan gepensioneerd gemeente-ambtenaar Krijn van Stuijvenberg ervan worden. Neem het bundeltje in hun vitrinekast glimmende schelpen, cuprea moneta. Hoewel geen wettig betaalmiddel in Nederland, trokken VOC schepen er in de 17de eeuw op uit om ze met duizenden tegelijk te verzamelen. 10 duizend tot 20 duizend schelpen betaalde de VOC in Afrika per slaaf, om deze mensen vervolgens in Suriname, de Nederlandse Antillen of Amerika in te ruilen voor munten. 'Geld raakt direct aan de samenleving en aan het leven. Dat levert duizenden verhalen op, en niet alleen leuke', zegt Van Stuijvenberg (66), suppoost bij het GeldMuseum in Utrecht.

Na zijn vervroegde pensioen zat hij thuis duimen te draaien, totdat zijn vrouw hem op een advertentie attendeerde. Hij was erbij toen de grotendeels tot museum omgebouwde Muntfabriek in 2007, waar ook nog altijd munten worden geproduceerd, werd geopend door prins Willem Alexander. Net als twintig collega-vrijwilligers is Van Stuijvenberg naast suppoost ook gids. Het verschil: een suppoost beschermt de collectie, waakt voor diefstal en vandalisme. Een gids leidt rond en vertelt verhalen.

Zijn fascinatie voor geld is in zijn jeugd ontstaan en is toegenomen door zelfstudie die met zijn werk in het GeldMuseum gepaard gaat. Als boerenzoon wilde hij dolgraag een keer een briefje van duizend gulden zien. Helaas verdween het geld elke keer dat zijn vader een koe of varken verkocht zo snel onder tafel, dat hij het duizendguldenbiljet nooit heeft kunnen aanschouwen.

Onder de 400 duizend verzamelobjecten van het GeldMuseum, waarvan maar een deel op zaal ligt, heeft de boerenzoon meerdere liefdes. Zijn grootste liefde gaat, niet geheel toevallig, uit naar drie eeuwenoude klompjes edelmetaal met dieren erop. Ze liggen op een minisokkel, achter glas, in de Schatkamer. Van de drie is de uil zijn favoriet. Omdat dat oude Griekse muntje zoveel gelijkenis vertoont met de huidige Griekse euro, die de gemoederen nu dagelijks bezighoudt.

Zoals zijn vader vroeger voor het slapen gaan controleerde of alles rustig was op de boerderij, zo checkt Van Stuijvenberg tijdens zijn ronde of de uil nog op zijn plek ligt.

Door de uil komt het verleden tot leven. Hij ziet de 'muntmeester' met zijn stempelstok en het zilveren plaatje voor zich op de grond en de 'muntgezel', die met een klap van de hamer op de stok de afbeelding tevoorschijn wekt. 'Dat ze 2.500 jaar geleden al zulke mooie munten maakten', verzucht hij.

Daarnaast ontroert het hem dat de Grieken bij de introductie van de euro naar hun verre verleden hebben gekeken en precies deze oude uil op hun nieuwe euro hebben gezet. 'Als ik de bankdirecteur of president was geweest die dit had bedacht, was ik van trots naast mijn schoenen gaan lopen.'

Behalve deze overeenkomst is er ook een verschil. De Tetradrachme, zoals het oude uilenmuntje heet, is erg lang in gebruik geweest als betaalmiddel. Honderden jaren hebben dergelijke klompjes zilver in het Middellandse Zeegebied hun waarde en vertrouwen erin behouden. Kom daar nu nog eens om.

Van Stuijvenberg hoopt dat de wankele Griekse euro overleeft. Maar afgezien daarvan zal geen enkele munt, hoe stabiel ook, het eeuwen uithouden. Dan heeft de munt namelijk allang plaatsgemaakt voor niet-tastbaar elektronisch geld en betalen we met kaartjes of chips.

Net als de toekomst van de Griekse euro, is de toekomst van het GeldMuseum allerminst zeker. Nog geen vijf jaar na zijn oprichting op initiatief van de ministeries van Financiën en OCW heeft de Raad voor Cultuur aan staatssecretaris Zijlstra geadviseerd om slechts de helft van de aangevraagde subsidie toe te kennen. Als dat scenario zich inderdaad voltrekt, zou het kunnen dat het museum moet sluiten. 'Onvoorstelbaar, vindt Van Stuijvenberg. 'Zo'n uniek museum mag toch niet verloren gaan?'

undefined

Meer over