Ufo Van Eyck

Het werk van schilder Jan van Eyck (circa 1380/90 - 1441) is zo goed, dat het een scharnierpunt in de geschiedenis vormt. Buitengewoon slim en brutaal bracht Van Eyck het wereldse naar de schilderkunst, dat was het begin van een stille revolutie.

WIETEKE VAN ZEIL

Het was een sleutelstuk. De code die het Van Eyck Mysterie zou kunnen kraken, wellicht. In 1902 ontdekte de Franse graaf Durrieu een laat-middeleeuws manuscript in de Nationale Bibliotheek in Turijn, met daarin een miniatuur Het gebed op het strand. Een ongelooflijk mooi geschilderd landschap, waarin hertog Jan van Beieren - dat weten we zeker, want er is een vaandel met zijn familiewapen op te zien - met zijn gevolg op een Hollands strand staat. Jan van Beieren was hertog van Holland en woonde in Den Haag, dus misschien is dat strand wel Scheveningen. De details in de kleding en vooral het landschap zijn fenomenaal - realistisch, zoals je ze in het echt ziet; wat in de verte staat, is vager dan wat op de voorgrond staat.

In 1902 liet de graaf het hele manuscript, alle bladen, fotograferen. Een dure klus, want fotografie was toen nog een nieuw medium. Godzijdank dat hij dat deed: in 1904 ging het manuscript in vlammen op. Weg. En daarmee de drie, mogelijk zelfs vier afbeeldingen die misschien de oudste zijn die Jan van Eyck (circa 1380/90-1441) maakte, tien jaar vóór het grote Lam Gods altaar. Vooral dat Gebed op het strand geeft inzicht in het geniale brein van de schilder, de miniatuurschildering was van een kwaliteit waarmee het tegenwoordig misschien wel een sterrenstatus zou hebben gehad.

Mysterieus

Het kan verkeren. Maar bij Jan van Eyck verkeerde het wel erg: zo veel ging verloren, zo weinig weten we van hem, dat hij er, wonderlijk en mysterieus als hij al was voor kenners in vroeger eeuwen, alleen maar onbegrijpelijker op is geworden. Karel van Mander, biograaf van kunstenaars, omschreef het al in 1604: hoe is het mogelijk dat de schilderkunst met Van Eyck uit het niets zo volmaakt verschijnt in de Nederlanden.

Dus toen conservator Friso Lammertse van Museum Boijmans Van Beuningen een paar jaar geleden aan zijn grote project, de tentoonstelling De weg naar Van Eyck begon, dacht hij 'dit gaan we oplossen'. Het werd wel eens tijd het Van Eyck Mysterie te ontkrachten, vond hij. Zo uit de lucht gevallen kan een kunstenaar toch niet zijn? Er is vast een heleboel kunst uit de tijd voor Jan van Eyck, die verklaart hoe Van Eyck tot zijn naturalisme kwam. Dat viel tegen, vertelt de conservator nu. Hoe meer de voorbereidingen vorderden, hoe revolutionairder de kunstenaar in zijn ogen werd. Twee maanden voor de tentoonstelling, die op 11 oktober opent in Rotterdam, is hij ervan overtuigd en zegt het onomwonden: 'Jan van Eyck is de grootste revolutie in de kunstgeschiedenis'. Rembrandt? Ongelooflijk goed, maar niet revolutionair. Leonardo da Vinci? Zijn werk is een vervolgstap op dat eerste; dat wat Van Eyck begon.

Nou krijgt een conservator in de aanloop naar een tentoonstelling - die jaren zwoegen, zweten, en leuren om bruiklenen los te krijgen kost - wel vaker de trekken van een vader die in zijn eigen kind een wereldwonder ziet. Dus, voor we in oktober gaan bekijken wat er vooraf ging aan Jan van Eyck - want De weg naar Van Eyck is géén monografische Jan van Eyck-tentoonstelling! - eerst alvast deze vraag: wat maakt deze schilder zo goed, dat zijn werk een scharnierpunt in de geschiedenis werd?

De tijd hielp mee. Die was rijp voor twee dingen: de wereld in zijn kunst toelaten (in een tijd dat schilderkunst nog in het teken van christelijke symboliek stond), en zichzelf in zijn kunst toelaten. Van Eyck schildert zijn naam en zijn aanwezigheid in zijn kunstwerken. In het beroemde Arnolfini-portret (in de Londense National Gallery - komt niet naar Rotterdam in oktober), een opdracht die Van Eyck voor een Italiaanse koopman Giovanni Arnolfini en zijn vrouw maakte, zet hij niet alleen de tekst 'Johannes de eyck fuit hic 1434' (Jan van Eyck was hier 1434) , waarmee de kunstenaar als een graffiti-artiest met zijn naam pronkt, maar beeldt hij ook in de spiegel zichzelf minuscuul af. Een ongelooflijk brutale stellingname, als een cameraman die zichtbaar is in de spiegel in een film. Van Eyck geeft de illusie van echtheid, en neemt die meteen weer weg door zichzelf af te beelden. Hij was daarmee een van de eersten die het kunstenaarschap uit de anonimiteit trokken. Het begin van een kunstenaarsimago.

Creativiteit

De samenleving was er blijkbaar klaar voor om niet alleen de creativiteit van God te roemen, maar ook die van de kunstenaar zelf. Terwijl iedereen een geportretteerde tegen een gouden achtergrond zette, schilderde Jan van Eyck een wolkenlucht, een landschap, en nog een echt landschap ook. Dat is niet zomaar een stap in vorm, maar ook een schakeling van de geest die iets zegt over de samenleving, zegt Friso Lammertse: 'Het goud dat andere kunstenaars gebruikten, had een symbolische betekenis, het stond voor het hemelse. Van Eyck vervangt dat voor het wereldse, dat heeft grote inhoudelijke betekenis.'

Van Eyck had daarnaast mazzel, omdat hij hofschilder was. Die hadden meer vrijheid dan gewone schilders. Geliefd was hij ook; nadat zijn opdrachtgever Jan van Beieren was vergiftigd door de inkt van een manuscript, die hij bij het omslaan van de pagina's aan zijn vingers kreeg (dan weten we ook waar Umberto Eco in De naam van de roos zijn inspiratie vandaan heeft), werd Van Eyck binnengehaald door de hertog van Bourgondië als hofschilder. Dat was de hoofdprijs, voor een kunstenaar in Europa.

Zien

Van Eyck had aandacht voor hoe de wereld eruitziet, maar hij schildert ook hóé de dingen in het licht zichtbaar worden, legt Lammertse uit: 'Dat ziet bijna niemand. Ook nu niet, wie beseft echt wat hij ziet? Van Eyck brengt de tijd in de schilderkunst.' Het is gedaan met de platte kleurvlakken in de kunst. Brokaat is echt brokaat, fluweel herken je als fluweel. Zijn schilderijenlijsten, altijd van hout, lijken van steen. Maar het is verf, allemaal. Het is bijna beangstigend eenvoudig, deze slimheid. Neem het oog: Van Eyck is de eerste die ogen schilderde met een héél klein wit puntje erin: een glimlicht, door het licht dat erop valt. Lammertse: 'Technisch niets ingewikkelds, maar een enorm verschil. Een persoon gaat erdoor leven.'

Dat maakt die ene verbrande miniatuurvoorstelling op het strand ook zo'n sleutelstuk: het is zo naturalistisch geschilderd als alleen Jan van Eyck kon, en omdat Jan van Beieren staat afgebeeld, die in 1425 doodging, moet het wel een vroeg werk van Van Eyck zijn. Ver voor het Lam Gods, dat in 1432 af was.

In oktober zijn er twee wél bewaarde miniaturen uit de andere helft van dit 'Turijn-Milaan getijdenboek' in Rotterdam te zien, naast een aantal andere Van Eyck-schilderijen. Maar vooral wordt daar zichtbaar wat er aan hem vooraf ging. En hoezeer daarmee Van Eycks kunst, volgens Lammertse, op een shocktherapie in de geschiedenis lijkt. De stap lijkt gewoon te groot: 'Stel dat Cézanne er niet was en dat je dan ineens Picasso ziet. De stap naar abstracte kunst is dan volkomen onbegrijpelijk. Voor zo'n verbazing staan we met Jan van Eycks kunst.' Lammertse sluit niet uit dat er 'Cézannes' zijn geweest; tussenfiguren die de ontwikkeling geleidelijker zouden maken. Het is immers zeshonderd jaar geleden en er is veel verloren gegaan: 'Hollanders gingen bepaald niet zorgvuldig met hun kunstwerken om. Maar vooralsnog ziet het ernaar uit dat Van Eyck als een ufo landde en de kunst naar het hier en nu haalde.'

Geheime reizen

Verschillende 'geheime reizen' maakte Jan van Eyck voor zijn opdrachtgevers. Dat klinkt zo mysterieus als het is. In de documenten staat dat Van Eyck werd betaald voor een pelgrimstocht en voor 'un certain loingtain voiage secret' in 1426. Een zekere lange, geheime reis dus. Misschien geven zijn schilderijen antwoord.

Op de werken van Jan van Eyck die worden gedateerd na 1426, hebben de bergen besneeuwde toppen. Die vind je niet in het Limburgse Maaseik, waar hij vandaan kwam. De paar miniaturen die bekend zijn van daarvóór hebben dat niet en ook de bergen op schilderijen van zijn collega's vlak na hem niet. Om bergen te schilderen met sneeuw moet je ze zelf hebben gezien, concluderen kenners. De kans is groot dat hij over de Alpen naar het Zuiden is getrokken, misschien naar Italië.

Maar er zijn meer clous voor de geheime reisbestemming: de drie Maria's aan het graf, op het schilderij uit de Boijmanscollectie, zijn afgebeeld tegen de achtergrond van Jeruzalem. Geen hemels Jeruzalem, maar de echte stad: met de Rotskoepel en de Heilig Grafkerk. Ook die moet Van Eyck zelf hebben gezien, óf hij beeldde ze af van een tekening van iemand anders die er is geweest. Van zijn opdrachtgever Filips de Goede is bekend dat hij droomde van een kruistocht om Jeruzalem te heroveren op de Turken. Het is dus niet ongebruikelijk, dat De Goede zijn hofschilder vooruit heeft gestuurd om alvast een beeld te krijgen waar hij naartoe wilde reizen.

De weg naar Van Eyck. Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam, 13 oktober - 10 februari. boijmans.nl

undefined

Meer over