'U ziet er helemaal niet uit als een dakloze'

Het idee was fantástisch en schìtterend. Op oudejaarsmiddag hielden de daklozen die een slaapplaats hebben gevonden in een pand aan de Brigittenstraat in Utrecht open huis....

ROB GOLLIN

NIEUWSGIERIG werpt de dame in winterjas, het handtasje onder de arm, een blik in het kale vertrek. Op de vloer liggen oude matrassen. Het zeil op de grond vertoont gaten en scheuren. Enkele plafondplaten ontbreken.

'Hier slapen we dus.' Martin (26) klinkt trots. Spijkerjack, halflang blond haar, welbespraakt. 'U verwachtte waarschijnlijk junks, alcoholisten, a-socialen. Maar denk erom: er zijn ook mensen bij zoals u. Het enige verschil is dat er bij hen een keer iets is goed mis is gegaan.'

Mevrouw knikt begripvol. 'Nou, veel succes hier, hoor.'

Het is een beetje de omgekeerde wereld, oudejaarsnamiddag aan de Brigittenstraat in Utrecht. In een kloek pand in het hart van een chique wijk houden daklozen open huis. Enkele tientallen omwonenden wagen de stap en gaan met de bewoners aan de thee en oliebollen. Dat is pas drempels slechten voor het nieuwe jaar.

Nu valt er ook nog wel iets te winnen in de buurt. Tot grote schrik van veel omwonenden kraakten de daklozen het gebouw, in de vroege ochtend van 20 december, uit nijd over het uitblijven van een door de gemeente toegezegde uitbreiding van nachtopvang. Het wintert, en dan zijn de ruim honderd bedden in de Sleep-Inn, het Huis Vaartse Rijn en bij het Leger des Heils snel vol. Naar schatting heeft Utrecht ruim zeshonderd zwervers.

Binnenkomen was een koud kunstje. Aan de achterkant waren de ramen van het voormalige asielzoekerscentrum kapot. In het pand slapen nu elke nacht zo'n dertig daklozen, onder begeleiding van enkele, vooral jongere lotgenoten. Ze willen er tot 1 mei blijven.

De eigenaar van het pand, woningcorporatie Het Woningbedrijf, denkt er anders over. Als een gesprek met bezetters en gemeente maandag niks oplevert, is het dinsdag inpakken en wegwezen.

Maar rond het pand speelt zich iets opmerkelijks af. Wat een aantal omwonenden betreft, mogen de daklozen er wel blijven tot de lente. Het open huis, deze middag, is een gezamenlijk initiatief: onder de uitnodiging staan de namen van daklozen en omwonenden.

Ondanks bol en thee is van echte verbroedering nog geen sprake. Omwonenden praten vooral met omwonenden. Van de gasten die er 's nachts verblijven, vertoont zich slechts een enkeling, die schuchter langs de muren schuift.

Architect Hubert Jan Henket, een van de wijkbewoners die de daklozen wel willen gedogen, staat er wat sipjes bij. De symbiose tussen de have's en have-nots blijkt wat in het slop geraakt. Henket had wat voorwaarden op papier gezet: de bezetters dienden overlast te voorkomen 'voor wat betreft lawaai, stank, ongedierte, brand e.d.'; elke eerste maandag van de maand verplicht vergaderen met de buurt; en als tweederde van de omwonenden het vertrouwen in de andere partij heeft verloren, verlaten de daklozen het pand. Als de leiders het document zouden tekenen, waren ze verzekerd van de steun van de buurt. 'Het klinkt nogal ondemocratisch', had hij enkele dagen geleden nog beaamd. 'Maar er zitten echt realo's tussen die dakozen, hoor. En het is de manier om de buurt mee te krijgen.'

Nu doet hij verslag. 'Ondemocratisch', had de woordvoerder van de daklozen, Hans Honders, inderdaad meegedeeld. Hij tekende niks. En voorlopig is het einde dialoog.

Eerder die week was de stemming nog opgewekter.

Ciel Heintz, management-adviseur, vindt het 'fantastisch' wat hier gebeurt. Ze zit op een oude stoel vlak naast een schaars behangen kerstboom.

'Bent u ook een dakloze? Ja? U ziet er helemaal niet uit als een dakloze.' Herman (25), de aangesprokene, lacht wat schaapachtig. Haar tot op de schouders, vlassig baardje. Hij is zoals hij is. 'Hoe moet ik er anders uitzien, dan?' Dakloos is hij 'vanaf m'n twaalfde, dertiende, veertiende, zoiets'.

DE VERWARMING staat hoog, de koffie pruttelt, en een 'zeg maar: sympathisant, of intermediair' loopt in en uit met een draadloze telefoon aan het oor.

Heintz, bewoonster van een monumentaal pand om de hoek, vindt het 'schìtterend' hoe die jongens met hun eigen marketing bezig zijn. Onmiddellijk na de bezetting nieuwsbrieven met een toelichting op hun motieven rondsturen, omwonenden uitnodigen voor koffie - 'hartstikke goed, toch?'

En zolang iedereen zich als volwaardig burger gedraagt, is er niks aan de hand. Slechts twee incidenten tot nu toe: iemand die 's morgens stond te schreeuwen omdat 'ie er niet in kwam, en een overbuurman en diens vriendin die op de straat van de fiets zijn getrokken; da's wel heel vervelend, natuurlijk. 'Maar waarom zou je altijd de confrontatie zoeken?'

Architect Henket: 'Je hebt kansarmen en kansrijken. Die groepen groeien steeds verder uit elkaar. Dan kun je twee dingen doen: de ogen sluiten met allerlei irritaties als resultaat, of proberen er samen iets van te maken.'

Ze zijn dan al enkele dagen bezig de buurt te bepraten: een antiquaar en een conservatoriumdirecteur behoren al tot hun geestverwanten, en - ze zeggen het triomfantelijk - óók de buurman die van z'n fiets was gesleurd.

Maar de schets blijkt te idyllisch. Een bewoner, die liever niet met zijn naam in de krant wil, waarschuwt: er leven andere gevoelens in de wijk. Er zijn twaalf omwonenden die een advocaat in de arm hebben genomen. Als het pand niet snel leegkomt, volgt er een kort geding. Ook deze gelederen hebben hun realo's.

Niet dat ze de daklozen maar in de kou willen hebben, beklemtoont de anonieme bewoner. Maar hier, aan de Brigittenstraat, horen ze niet. Heeft hij al veel klachten gehoord? Dat niet. 'Het gaat om de te verwàchten overlast. Het is smal en hoog daar. Elk geluid knàlt je woning binnen.'

Hij heeft nog hardere argumenten. Nachtopvang is in strijd met het bestemmingsplan. De wijk is al zwaar belast. Vlakbij is een dagopvang voor daklozen. Er is een crisiscentrum voor psychiatrisch patiënten. De methadonbus staat om de hoek. Gemeentebestuurders hebben herhaaldelijk beloofd dat er geen 'bovenwijkse voorzieningen' meer bij zouden komen. Bovendien is de opvangcapaciteit voor daklozen in de andere gelegenheden inmiddels uitgebreid; geen sprake van dat ze die arme sloebers de straat op sturen.

De toon wordt vervolgens iets vertrouwelijker: is het opgevallen dat veel daklozen er helemaal niet als daklozen uitzien? Jonger, verzorgder, en goed bij de tijd? Het heeft een lùchtje. Krakers? Stromannen voor onroerend-goedspeculanten? 'Ik heb er nog nauwelijks een echte zwerver gezien.'

Ciel Heintz voelt dat er op oudejaarsnamiddag nog wat argwaan dient te worden weggenomen. De aanblik van een recreatieruimte met matrassen beneden bevalt haar niet. 'Jongens, die sigarettepeuken moeten daar weg, hoor. De buurt is al zo bang voor brand. Een beetje de boel aanvegen, da's wel zo netjes. En vinden jullie ook dat het hier wat muf ruikt?'

Conciërge Willem knikt. Er zijn wat dekens aan verschoning toe, inderdaad. De matrassen gaan straks weg. De peuken worden tijdig opgeveegd.

Alsof Willem niet weet wat er op oudejaarsmiddag op het spel staat. Dit project verdient met steun van omwonenden een kans, vinden de daklozen. Anders wordt het weer Hoog Catharijne. Of de Sleep-Inn, waar, vinden ze, zo'n naar agressief sfeertje hangt. Of dan maar weer een portiek.

Dat enkele omwonenden sympathiseren is 'tof', maar nog veel opmerkelijker is, vinden ze zelf, hun organisatie. Hier komt tenminste geen hulpverlener, ja zelfs geen vrijwilliger aan te pas. 'Die zitten overdag toch alleen maar op hun computers te spelen.' Dit hier heet 'NachtOpvang In Zelfbeheer'. Een stichting is in oprichting. 'Dit is uniek, wat hier gebeurt.'

De regels zijn duidelijk: geen overlast, geen drank, geen hard drugs. Alleen een blowtje mag. Vanaf acht uur 's avonds naar binnen, maar niet rondhangen in de straat. En uiterlijk half tien 's morgens eruit.

Zeven daklozen zien toe op naleving van de regels. Wie kan het beter dan zij zelf? Martin, twaalf jaar op straat, en behorend tot het 'personeel': 'Je kunt je beter inleven in hun problemen. Je weet wat er op straat gebeurt. Je kent de omgangsnormen. We zijn heel close.

'Niet iedereen kan het. Een beetje zelfhygiëne is vereist. Iemand die uit vuilnisbakken eet en zes maanden zijn haar niet wast, kan moeilijk van een gast eisen dat 'ie de boel op orde houdt. Verantwoordelijkheidsbesef en wat overwicht op de groep zijn heel belangrijk.'

Herman: 'Er is meer sociale controle, op deze manier. Er komt hier iemand die in z'n broek poept. Daar wordt gewoon aan gevraagd of hij voortaan een sloop meeneemt als hij ergens gaat zitten. Of ze stoppen 'm wel eens onder de douche.'

ZELFBEHEER werkt, vinden ze. Trots leidt conciërge Willem de bezoekers door het pand. Vier slaapzalen op de eerste verdieping. Wasbakken, douches en toiletten. Hij rammelt met zijn sleutelbos. Kijk, een aparte zaal voor vrouwen. Het vertrek is van binnen af te sluiten. Vrouwen hebben recht op privacy. Een andere deur, een eigen kamertje voor een vrouw met een gat in haar long. Ze kan er altijd terecht.

Ze doen hun best overtuigd te klinken. Een blik in het logboek dat het personeel bijhoudt, leert dat de werkelijkheid niet altijd volgens de regels is. Iemand schrijft: 'Hectische taferelen vannacht. Volgens mij wordt er bij de beesten gebruikt.'

Herman zucht. Ja, bij een gast werd folie gevonden. Had heroïne zitten roken. Komt voor. Maar dan krijgt zo'n type wel te horen dat 'ie bij herhaling nooit meer binnen zal komen. Dat incident met de fietsers, 'bálen, natuurlijk'. Maar de dader was hier niet eens te gast geweest. Ze kunnen toch moeilijk verantwoordelijkheid gaan dragen voor alles wat er op straat gebeurt?

Op oudejaarsnamiddag toont Ciel Heintz een ongebroken geloof in een geslaagde symbiose. 'Het is een leerproces. Het is voor beide partijen wennen.'

Buiten, in de duisternis van de Brigittenstraat, jankt een elektrische gitaar. 'Wat een teringherrie', moppert een langsschuifelende dakloze.

Meer over