Twijfels over één groot WO II-museum

Het idee ontmoette enthousiasme in Nijmegen, bij de provincie en bij andere musea. Maar nu het tijd wordt voor actie klinkt er gemor.

GROESBEEK - 'Er is in Nederland nog geen museum dat het hele verhaal van de Tweede Wereldoorlog vertelt, van de jaren twintig tot de wederopbouw.' Ziedaar de samenvatting van het verhaal waarmee het Fonds voor Vrede, Vrijheid en Veteranenzorg (vfonds ) vier jaar geleden aanklopte bij drie oorlogsmusea in het oosten van het land. Het museum moest bij Nijmegen komen, een aantrekkelijke tussenstop in de met veel Europees marketinggeld opgetuigde Liberation Route Europe, halverwege tussen de stranden van Normandië en de Duitse hoofdstad Berlijn.

Het idee kon op enthousiasme rekenen in Nijmegen, bij de provincie Gelderland en bij oorlogsmusea. 'Overal waar een groot alomvattend oorlogsmuseum is gebouwd, in het Belgische Ieper bijvoorbeeld of in het Franse Normandië, leidde dat tot meer toerisme én een impuls voor de kleinere musea', zegt Wiel Lenders, directeur van het Nationaal Bevrijdingsmuseum 1944-1945 in Groesbeek.

Maar nu het tijd is voor politieke besluiten klinkt er gemor. De kunstbedrijfjes die in een oud-industrieel complex aan de Waal plaats moeten maken voor het museum, willen een referendum. Politici van gemeente en provincie vrezen dat de verwachtingen van bezoekersaantallen (200 duizend per jaar) veel te hoog zijn. En het Airborne Museum in Oosterbeek (80 duizend bezoekers) vreest bij nader inzien de concurrentie en is bij de plannenmakerij aan de zijlijn gaan staan.

Het zijn twijfels die op tafel liggen als Provinciale Staten van Gelderland vandaag beslissen over een eerste bijdrage van 200 duizend euro, als opmaat voor de schenking van 6 miljoen; en ook als de gemeenteraad van Nijmegen volgende week besluit over de overdracht van het oude Vasim-gebouw en over 1,7 miljoen euro om de desolate omgeving ervan op te knappen. Het vfonds draagt zelf ook 6 miljoen bij.

Het is nog nooit zo spannend geweest voor het Vrijheidmuseum, zegt Fokko Spoelstra van het vfonds. 'Er zijn in Nederland 67 oorlogs- en verzetsmusea, vaak opgezet door verzamelaars. Dat zijn er veel te veel. Nu er steeds minder mensen overblijven die de oorlog hebben meegemaakt, verwachten wij dat er een heel aantal zal omvallen. Onze opdracht is om het verhaal over oorlog en vrede levend te houden en wij denken dat dat het beste kan met een moedermuseum met een eigentijds presentatie, in nauwe samenwerking met kleinere site-musea die het regionale verhaal benadrukken, zoals over de Slag om Arnhem.'

Behalve met het Bevrijdingsmuseum in Groesbeek (40 duizend bezoekers) en het Oorlogsmuseum in Overloon (100 duizend bezoekers) hoopt Spoelstra ook Hotel De Wereld in Wageningen, net met geld van het vfonds aangekocht, bij de plannen te betrekken. Evenals het op de oorlog in Indië gerichte Bronbeek in Arnhem. Hij verwacht niet dat de site-musea er bekaaid vanaf komen. 'Om daar de presentaties weer op eigentijds niveau te krijgen, zijn ook investeringen nodig. Daar zullen we als fonds ook onze verantwoordelijkheid nemen.'

De besluitvorming stagneerde toen directeur Ton Heerts van het vfonds eind oktober naar Nijmegen kwam om gemeente en provincie tot spoed te manen met de politieke afhandeling. 'Is er voor het eind van het jaar geen definitieve beslissing dan trekt het vfonds de 6 miljoen weer terug', zei hij.

Spelbreker kan het correctief referendum zijn waarover de gemeenteraad van Nijmegen volgende week beslist. Als de aanvraag van een groep van veertig kunstbedrijfjes die nu zijn gehuisvest in de Vasim wordt gehonoreerd, gaat de beslissing over de overdracht van het gebouw voor een half jaar de ijskast in. De kunstenaars voelen zich gepasseerd door de verantwoordelijke wethouders en de gemeenteraad heeft opvallend unaniem steun voor deze groep uitgesproken: er moet eerst een goed huisvestingsalternatief komen, voordat het gebouw kan worden overgedragen.

Bovendien stelt de raad nog een eis: de zekerheid dat er geen verliezen optreden. De Nijmeegse politici willen niet de kans lopen dat ze gaten in de exploitatie van het museum moeten dichten. De eerste prognose gaat uit van een gat van 150 duizend euro, maar een op verzoek van de kunstenaars uitgevoerd onderzoek wijst op veel grotere financiële risico's. Volgens de initiatiefnemers van het Vrijheidsmuseum moet het ondernemingsplan nog verder worden uitgewerkt, bijvoorbeeld ten aanzien van de samenwerkingsvorm met de site-musea. Zij gaan ervan uit dat er een sluitende begroting komt.

Ook bij de provincie heerst twijfel over de financiën. Na de steeds uitgestelde ondergang van museum Oriëntalis zijn de statenleden sceptisch over rooskleurige toekomstplannen. 'Wij zijn niet tegen een museum, maar we willen niet dat het vfonds zelf de haalbaarheid laat onderzoeken', zegt SP-woordvoerder Peter de Vos. 'Ik vind bovendien dat er een begeleidingscommissie moet komen waarin ook tegenstanders zitting hebben. Dit gaat om heel veel geld; daar moeten we een goede afweging over kunnen maken.'

Bestuurslid Harm Altena van het museum in oprichting begrijpt de scepsis niet goed. 'De huidige plannen zijn al door allerlei deskundigen uit de museale wereld beoordeeld. Die lenen zich er echt niet voor om de cijfers mooier voor te stellen. Wij hebben er ook geen enkele invloed op gehad. Als we hadden gewild, hadden we dat exploitatietekort van 150 duizend euro makkelijk kunnen verbloemen. Ik ben ondernemer, dit bestuurswerk doe ik als vrijwilliger. Het zou toch te gek zijn als we ons rijk rekenen in de wetenschap dat het museum dan over een paar jaar een schone dood sterft?'

undefined

Meer over