Twijfels omtrent vracht El Al-Boeing worden niet minder

Blakend van zelfvertrouwen ging de enquêtecommissie Vliegramp Bijlmermeer afgelopen week op 'bezinning'. 'Wij hebben alle informatie', antwoordde voorzitter Theo Meijer stellig op de vraag of de waarheid nog te achterhalen valt in de wirwar van tegengestelde getuigenverklaringen....

MARC VAN DEN BROEK; MILJA DE ZWART

Van onze verslaggevers

Marc van den Broek Milja de Zwart

DEN HAAG

Zestig openbare verhoren onder ede hebben geen uitsluitsel, maar wel nieuwe onduidelijkheden gebracht over het grootste vraagstuk van de Bijlmerramp. Wat vervoerde de El Al-vrachtjumbo?

Meijer meldde vrijdag dat de commissie er veel energie in steekt om de vrachtdocumentatie compleet te krijgen. Maar ook gaf hij toe dat nooit zeker zal zijn of de papieren de werkelijkheid weergeven. De getuigenverhoren en de uitkomsten van eerder onderzoek leren dat er reden is voor twijfel. Een overzicht.

- Kolonel F. Maurer, die 22 jaar bij de luchtvaartpolitie op Schiphol werkte, zei tegen de enquêtecommissie dat verschillende luchtvaartmaatschappijen en ook El Al zich wel eens schuldig maakten aan vervoer van wapens onder de noemer sporting goods.

- De papieren over de vlucht Amsterdam-Tel Aviv vermeldden geen explosieven. Brandweerlieden vonden op de rampplek echter een kist patronen, metalen cilinders van ongeveer twaalf centimeter lang en drie centimeter doorsnee. Onderzoeker H. Pruis van de Rijksluchtvaartdienst zag zulke cilinders in hangar acht op Schiphol, waar de wrakstukken van het vliegtuig werden verzameld. Luchtvaartpolitieman H. Damveld, belast met de beveiliging van hangar acht, hoorde erover praten en dacht dat het 'afsluiters van koelkasten' waren.

- Politieagenten zagen kort na de crash een tiental beveiligingsmensen van El Al op de rampplek.

Volgens één agent liepen twee van hen in een warmtewerend wit pak rond het staartstuk van het wrak. Politieagenten, hulpverleners en bewoners hebben later op de avond en de volgende dag ploegjes 'mannen in witte pakken' de rampplek af zien speuren. Zochten ze resten van de lading? Of de cockpit voice recorder? In een besloten gesprek met de enquêtecommissie vertelde topambtenaar U. Yarkoni van de Israëlische luchtvaartdienst dat geen officiële delegatie van de Israëlische regering of El Al in een wit tenue op de rampplek is geweest.

- Om het verlies van het vrachtvliegtuig op te vangen, charterde El Al op maandag 5 oktober 1992 een Boeing 707-F van de op Cyprus geregistreerde maatschappij Avistar. De 707, die in Oostende was, vloog leeg via Schiphol naar Tel Aviv. Waarom vloog de 707 niet meteen van België naar Israël, als er toch niets werd ingeladen? Cargomanager I. Chervin kon dit mysterie niet ophelderen.

- Op de avond van de ramp kreeg luchtvaartpolitieman D. Nix opdracht van zijn chef J. Bloemen om de documenten over de vracht van de neergestorte El Al-Boeing op te halen. Nog steeds is onduidelijk of en wanneer dat is gebeurd. Bloemen, Nix, toenmalig El Al-medewerker J. Plettenberg legden daarover tegenstrijdige verklaringen af.

Feit is dat de Rijksluchtvaartdienst pas in 1996 in actie kwam om de documentatie over de vracht compleet te krijgen. Dat is nog steeds niet gelukt. Voorzitter Meijer rekent erop dat alle papieren boven water zijn voordat de enquêtecommissie op 31 maart het eindrapport inlevert.

De vraag is of die documentatie volledige duidelijkheid schept. Volgens de manifesten is in New York 35,3 ton vracht voor Tel Aviv ingeladen, maar de weegbriefjes vermelden 42,7 ton. Er gaapt een gat van 7,4 ton, dat maar voor twee ton wordt verklaard uit het gewicht van de pallets waarop de vracht staat. De rest is ongedocumenteerd.

- Ambtenaar R. Putters van de Rijksluchtvaartdienst riep in 1996 de hulp in van P. van der Lugt van de Economische Controledienst om de vrachtpapieren op te sporen. Van der Lugt had al eerder bewezen via informele contacten bij de Amerikaanse douane aan documenten te kunnen komen. Maar de samenwerking ketste af. Voor de enquêtecommissie gaven Putters en Van der Lugt elkaar daarvan de schuld.

- Een maand geleden onthulde de enquêtecommissie een geluidsband met schijnbaar cruciale informatie. Een half uur na de crash vertelde El Al-medewerker H. Aaij aan luchtverkeersleider D. Hendriks, naar later bleek abusievelijk, dat de vrachtjumbo 'explosieven, cartridges en gif' vervoerde. Ook vroeg Aaij dit niet aan de grote klok te hangen, wat ertoe leidde dat de luchtverkeersleiders zeiden de informatie 'onder de pet te houden'.

Voorlichter G. Knook van de luchtverkeersleiders vertelde de commissie dat hij directeur-generaal J. Weck van de Rijksluchtvaartdienst op de hoogte had gebracht. Weck ontkende dat. Ook de Amsterdamse brandweercommandant H. Ernst zei dat de informatie toch werd doorgegeven. Hij hoorde ervan via de luchtvaartpolitie. Vanuit het crisiscentrum in Amsterdam belde Ernst meteen met luchthavenmeester J. Diepenbrock en commandant W. Ewoldt van de brandweer Schiphol. Die zouden het verhaal hebben ontzenuwd. Diepenbrock en Ewoldt waren hogelijk verbaasd over deze verklaring. Zij hadden Ernst nooit aan de telefoon gehad, vertelden zij de commissie.

Meer over