Twijfelen tussen zeehond en pijplijn

Tot ongenoegen van veel dierenbeschermers, onder wie Prins Bernhard, is het Wereldnatuurfonds voor én tegen de zeehondenjacht. De populatie is groot genoeg en de inuit zijn ermee geholpen....

Door Jeroen Trommelen

HET Wereldnatuurfonds (WNF) heeft afgelopen week tientallen donateurs én de steun van haar beschermheer Prins Bernhard verloren vanwege haar standpunt over de zeehondenjacht. De Dierenbescherming, Greenpeace en de actiegroep Bont voor Dieren trokken gezamenlijk op tegen de gerenommeerde natuurorganisatie, die geen bezwaar blijkt te hebben tegen de jacht op zadelrobben en klapmutsen in Canada.

De bloedige jacht op die zeehonden begint traditioneel in maart en duurt tot eind april. Dit jaar mogen 350 duizend dieren worden geschoten en doodgeknuppeld, wat 75 duizend méér is dan in voorgaande periodes.

Na de stille jaren tachtig, toen de jacht vrijwel stil lag omdat niemand zich in zeehondenbont durfde te vertonen, neemt de activiteit sinds 1996 weer toe. Vooral in Aziatische landen ligt geen taboe op zeehondenbont. Daar wordt van zeehondenpenissen ook een drankje gemaakt dat lustopwekkend heet te zijn.

Het Wereldnatuurfonds is geen tegenstander van deze jacht, bevestigt directeur Natuurbescherming dr. ir. Gerhard van den Top van WNF. Zadelrobben en klapmutsen zijn geen bedreigde dieren. De populatie is de laatste decennia spectaculair gegroeid. Ze bestaat nu uit meer dan vijf miljoen dieren. De Canadese afdeling van het Wereldnatuurfonds vindt dat daaruit door Inuit (eskimo's) en bewoners van Newfoundland 'geoogst' mag worden. Daar is de Nederlandse afdeling het mee eens.

En dat heeft men geweten. Bont voor Dieren beschuldigde het WNF maandag van 'hypocriet beleid' over de 'barbaarse jacht' en adviseerde het Wereldnatuurfonds te bestoken met protest-mailtjes. Toen dat inderdaad gebeurde en de eerste opzeggingen binnenkwamen, reageerde de organisatie met een persbericht waarin haar eigen standpunt werd verloochend.

'Het WNF is géén voorstander van de commerciële zeehondenjacht in Canada. Ook wij zijn vol afschuw over de beelden daarvan. Het WNF maakt zich wel degelijk druk om de zeehonden in Canada', stond er. Vervolgens liet WNF-boegbeeld Prins Bernhard weten tot het kamp van tegenstanders te behoren - een publicitaire knuppelslag die hard aankwam.

Voor of tegen? Woordvoerster Lieke Keller van de organisatie Bont voor Dieren komt er niet meer uit. 'Van mij mag het Wereldnatuurfonds vóór de zeehondenjacht zijn, maar dan moet men dat wel zeggen. Veel donateurs van het WNF denken dat ze een dierenbeschermingsorganisatie steunen.'

Voor of tegen? WNF-directeur Den Top legt uit:'Als we zeggen dat we er niet tegen zijn, wil dat niet zeggen dat we er voor zijn'.

'We verzetten ons niet actief tegen deze jacht, maar als natuurbeheerder hou je geen droge ogen bij de beelden daarvan op televisie. Daar draait je maag van om. Niemand is vóór het weerzinwekkende doodknuppelen van zeehonden, maar ik kan niet beoordelen of dat de beste manier is om ze te doden. Persoonlijk denk ik dat er betere methoden moeten zijn, en ik hoop dat de dierenbeschermingsorganisaties naar aanleiding van deze actie erin slagen dat onderwerp op de agenda te krijgen.'

Maar de jacht zelf, nee. Daar is hij dus niet tegen.

Dat komt doordat WNF wil samenwerken met de inheemse volkeren van Canada, zegt hij. Voor de Inuit is de zeehondenjacht een traditionele bron van inkomsten. Dat die inheemse volkeren tegenwoordig rondrijden op sneeuwscooters, geweren gebruiken en oliekachels stoken, doet daar weinig aan af.

De bontboycot in de jaren zeventig en de Amerikaanse wetgeving die de import van alle zeehondenproducten verbiedt, heeft volgens WNF rampzalige gevolgen gehad voor de lokale gemeenschappen. 'In dat gebied is verder weinig te halen, dus worden er andere activiteiten ontplooid die écht schadelijk zijn voor de natuur, zoals olieboringen en de aanleg van oliepijpleidingen.' Kiezend uit twee kwaden, kiest het Wereldnatuurfonds dus voor de jacht.

Voor de komende drie jaar heeft het Canadese ministerie voor Fisheries and Oceans een quotum vastgesteld voor 975 duizend zadelrobben en klapmutsen. Daardoor zou de totale zeehondenpopulatie in 2006 dalen tot 4,7 miljoen. Dat is volgens vrijwel alle deskundigen nog ruim boven het niveau waarin de populatie stabiel blijft of zelfs kan groeien. Die grens wordt geschat op 3,85 miljoen.

Zelfs bij het doden van bijna één miljoen zeehonden, kan die vangst dus nog 'duurzaam' worden genoemd. Het bewaken van de aanvaardbare grens beschouwt Van den Top als een belangrijke taak voor het WNF. 'Onze geloofwaardigheid staat of valt bij het handhaven van de populatie op lange termijn.'

Wat het WNF betreft moet de discussie dus gaan over de dodingsmethoden tijdens de jacht. Maar de dierenbeschermers achten zo'n discussie zinloos, zegt Lieke Keller van Bont voor Dieren. 'Wij vinden dat die jacht sowieso niet moet plaatsvinden. En het verschil tussen schieten en knuppelen is ook niet zo groot.'

Ze wijst op een studie van vijf dierenartsen in opdracht van de invloedrijke Amerikaanse dierenorganisatie International Fund for Animal Welfare (IFAW). Daarin zou zijn vastgesteld dat 42 procent van de zeehonden niet echt dood is wanneer ze wordt gevild. De Canadese organisatie van dierenartsen Canadian Veterinary Medical Association (CVMA) concludeert daarentegen dat de overgrote meerderheid van de zeehonden, namelijk 98 procent, wel degelijk op 'acceptabele humane manier' wordt gedood.

Volgens Noorse en Canadese experts is een goed gerichte knuppelslag waarschijnlijk de beste manier om een zeehond om zeep te helpen. Schieten vergroot de kans op het verwonden van andere dieren. Bij het knuppelen staat de jager altijd dichtbij. Wanneer de juiste plek op de schedel wordt geraakt, raakt de zeehond bewusteloos. De directe nabijheid garandeert ook een grotere snelheid bij het opensnijden en verbloeden van het dier, wat direct moet volgen.

De Canadese dierenartsen houden vast aan het standpunt dat er over het algemeen zorgvuldig wordt gewerkt, zegt zeehondenspecialiste Alice Crook van de CVMA. 'De conclusie is gebaseerd op waarnemingen gedurende lange tijd vanuit vissersboten, onderzoek van zeehonden op het ijs direct nadat ze zijn gedood en onderzoek van honderden schedels en karkassen in het laboratorium.'

Het kritische rapport van de dierenartsen in opdracht van de dierenbeschermers daarentegen, is gebaseerd op waarnemingen gedurende enkele dagen vanuit een helikopter met een camera; een beoordeling van eerder gemaakte filmpjes van het IFAW en onderzoek van 76 karkassen op het ijs waarvan er slechts drie aan de hersens werden onderzocht. Inferieur onderzoek, vindt Crook.

Wel hebben de dierenartsen er nogmaals op aangedrongen dat de jagers feitelijk controleren of de dieren bewusteloos zijn voordat ze worden gevild. Daarvoor moet de oogreflex worden gecontroleerd. Dat de zeehondjes nog even doorspartelen is namelijk normaal, zoals ook een kip zonder kop nog even kan rondrennen.

Maar dat is een discussie waarin het Wereldnatuurfonds liever niet verzeild wil raken, denkt Lieke Keller van Bont voor Dieren. 'Het gaat hier om een overbodig product als bont, laten we dat niet vergeten.'

Maar Van den Top houdt vol: het verdedigen van de jacht op zeehonden is een daad van moed. 'In de golf van emoties is het gemakkelijk om dingen te roepen die mensen blij maken. Maar deze kwestie brengt ons terug bij de vraag waar we eigenlijk voor staan.'

Meer over