Twijfel topschaatsers nekt Terpstra

Na de kritiek van Sven Kramer eiste schaatsbondvoorzitter Doekle Terpstra excuses. Een dag later kwam het besef: wie afstand neemt tot zijn topsporters, heeft een probleem.

Had Doekle Terpstra zijn nieuwste aartsvijand Sven Kramer donderdag zelf horen fulmineren - o, wat was de Fries in klein gezelschap scherp en vilein over de geachte bondsvoorzitter - dan zou hij nog hetzelfde uur zijn opgestapt. Nu wachtte de geplaagde preses van de schaatsbond KNSB de ochtendkranten af voor hij vrijdag zijn ontslagbrief tikte.


Zelden oefende een sportman zo'n invloed uit op het beleid van zijn bond als Sven Kramer. Hij plaatste zijn olympische titel en zijn achttien wereldtitels achter de ferme uitspraken. De kern daarvan op zijn Kramers: oprotten.


Terpstra, een dag tevoren op basis van zijn 'integriteit' nog onvoorwaardelijk gesteund door een fors deel van de achterban, diende wat Kramer betreft op alle bestuurlijke fouten afgerekend te worden. 'Hij is de eindverantwoordelijke', zei Kramer. Als de schaatskampioen het voor het zeggen had gehad in de volgens hem zo laffe ledenraad, dan was de voorzitter buiten gegooid.


Terpstra maakte na de kritiek op zijn vermeende incompetentie de fout zich ongelooflijk boos te maken over de uitwaaierende berichtgeving. Hij eiste donderdag op hoge toon excuses. Een dag erna besefte Terpstra dat zijn twee uitgereden Elfstedentochten niet opwogen tegen Kramer.


Het pijnlijke was dat hij in zijn afscheidsbrief schreef dat hij en Kramer nooit een woord hadden gewisseld over 'vermeend ongenoegen'. Er bleek deze week op zijn minst een fnuikend communicatiegebrek tussen de voorzitter en zijn topschaatsers. Kramer werd in zijn kritiek gesteund door die andere olympische kampioen, Mark Tuitert, en door de atletenvereniging, aangevoerd door Jochem Uytdehaage.


Het besturen op afstand door Terpstra kwam daarmee tot uitdrukking. Sinds zijn beschamende verspreking bij het afscheid in 2010 van Carl Verheijen - hij noemde hem voor een vol Thialf Bob Verheijen - namen weinig schaatsers hem serieus. Imago wordt soms bepaald door een enkel moment. Dat moment kwam Terpstra niet meer te boven.


Zijn bond handelde veel zaken zwak af, zoals de keuze voor het ijsstadion van Nederland. Maar wie afstand neemt van de kern van zijn sport, de topschaatsers, heeft echt een probleem. Een van buiten gehaalde voorzitter is daarmee een risico.


Terpstra schreef vrijdag deemoedig dat hij begreep dat de twijfel bij de sporters over hem gevolgen moest hebben. 'Een bestuurder van een sportbond hoort zich ten dienste te stellen aan het belang van de sporter. Vanuit deze fundamentele grondhouding wil ik voorzitter zijn van de KNSB.'


De schaatsbond gaat, aan de vooravond van de olympische winter, een lastige tijd tegemoet. Er moeten budgettaire beslissingen worden genomen nu er minder geld binnen komt. De A-merkenteams hebben zichzelf deze zomer al afgewaardeerd tot de B-status, waarmee de bond tonnen misliep. Terpstra zou dat wel even terugdraaien bij TVM-directeur Arjan Bos, maar hij kreeg dat niet voor elkaar. Hij maakte minder deuren open dan verwacht.


De heetste kwestie blijft nog liggen. Dat is de selectie van de nationale topsporttrainingsaccommodatie, de strijd tussen Almere, Heerenveen en Zoetermeer. Het gedraai van Terpstra in die kwestie was de aanleiding tot het rumoer dat hem deze week velde.


Hij mag zich troosten met de woorden die een Drents lid van de ledenraad, Wim van de Kant, deze week sprak. 'Dat voorzitterschap van onze bond is een hondenbaan.' De vraag is wie zich, met de kritische Kramer over de schouder meekijkend, nog aan die klus durft te wagen.

undefined

Meer over