Twente Enschede olé olé (2 keer)

MENEER Serné bracht op een zaterdagochtend in 1967 de jeugdspelers van HFC Haarlem samen in het stadion, om ons te leren zingen....

Het was de bedoeling dat we onszelf ritmisch ondersteunden door de blokken tegen elkaar te slaan. Later, bij de eerstvolgende thuiswedstrijd van het eerste elftal van Haarlem, moesten we het geleerde in de praktijk brengen.

We hebben een H.

We hebben een A.

We hebben een A.

We hebben een R.

We hebben een L.

We hebben een E.

We hebben een M.

Haarlem! (Gelukkig was ik geen lid van De Volewijckers of Borussia Mönchengladbach).

Nog opzwepender was het tweede lied dat meneer Serné ons liet instuderen:

Eén twee één twee drie één twee drie vier rood blauw!

En wij maar klappen met die blokjes.

Het zingen in een voetbalstadion gaf me een ongemakkelijk gevoel. Ik heb het later ook nooit meer gedaan. In het gunstigste geval bromde ik wat mee.

Sinds de jaren zestig wordt er in West-Europa in de stadions gezongen. De aanzet werd vanzelfsprekend gegeven in Engeland.

Desmond Morris stelt in zijn boek Spel om de bal dat de opkomst van het 'stamritueel' onder invloed stond van de Victoriaanse gewoonte om voor sportwedstrijden te zingen; het gezang van Italiaanse supporters; de fanatieke Zuid-Amerikaanse spreekkoren én de Beatles-rage. 'Als een lopend vuurtje verspreidde het zich van club naar club over het hele land.' Geef toe, zó had u het nog nooit bekeken.

Popmuziek en voetbal smolten in een stadion voor de eerste maal samen in Liverpool dankzij een lied van Gerry and the Pacemakers, You'll never walk alone. Sindsdien zijn duizenden pogingen gewaagd bekende melodieën te combineren met een voetbaltekst.

In Dicks Out! , een geestig en informatief overzicht van Britse supportersliederen, wordt duidelijk gemaakt hoe fans te werk gaan. Ze kiezen een lied uit, bijvoorbeeld Lola van The Kinks, en passen de tekst aan.

Lola werd Zola (Chelsea), vanzelfsprekend, maar ook, toen hij nog bij Newcastle United speelde, Ginola, de Franse aanvaller:

Now, we are the world's most passionate fans,

And we look real cool 'cos the Geordies rule,

With Ginola, la, la, la, Ginola, he'll score us a goal-a.

En The Kinks zijn niet de enigen. Ook songs van onder anderen The Beatles, Bob Dylan, The Monkees, Status Quo, 2 Unlimited, The Rolling Stones, Mud, Bananarama, Pet Shop Boys, Spandau Ballet en Oasis werden aangepast, en niet altijd even fijnzinnig.

Het wemelt in Dicks Out! van de schapenneukers, rukkers en onwettige kinderen. Soms zijn de supporters van de tegenpartij gewoon dom, of lelijk.

In Nederlandse stadions wordt zelden gezongen. 'Veel wedstrijden (...) worden door de toeschouwers nagenoeg stilzwijgend, om niet te zeggen achterdochtig gevolgd. Even stijgt er wat gejuich op bij een doelpunt, bij een toegekende strafschop of bij een vliegend schot over de lat, maar dan vervalt men, op enkele heethoofden na die even iets roepen, weer in een afwachtend zwijgen', schreef Nico Scheepmaker in 1982.

En zo is het nog steeds. Iedereen stelt het zeer op prijs als er wordt gezongen, maar alleen de moedige supporters doen er aan mee - en zij die dronken of stoned zijn wellicht. In Nederlandse stadions is het vaak muisstil en kun je de aanwijzingen die de spelers elkaar geven, bijna woordelijk verstaan.

Uitzonderingen zijn Feyenoord, NAC en FC Utrecht en, sinds enkele jaren, FC Twente dat het meest gevreesde lied op zijn naam heeft staan, niet vanwege de tekst overigens.

Twente Enschede olé olé (2 keer)

Twente Enschede

Twente Enschede

Twente Enschede olé olé.

Twee jaar geleden brachten de Twente-supporters het lied negentig minuten lang ten gehore tijdens een wedstrijd in de Arena tegen Ajax. Ze overstemden de Ajax-fans voortdurend - dat is geen grote prestatie - en bij iedereen die in het stadion aanwezig was, bleef het lied nog dagenlang in het hoofd voortdenderen.

Supporters van NAC en FC Utrecht zijn het inventiefst, Feyenoorders vanwege hun aantal het luidruchtigst. Aan zelfcensuur doen ze bovendien niet, in de vakken S, T, R en U, en ze lijken daardoor het meest op Engelse supporters.

Tijdens wedstrijden tegen Ajax zingen ze bijvoorbeeld, op vrolijke kabouterdeun (jo ho, jo ho, enzovoort):

Hamas, Hamas,

De joden aan het gas.

La la la la la la la la

Hamas, Hamas. (Op schrift ziet het er nogal afschuwelijk uit, maar ik heb nooit de indruk gekregen dat Feyenoorders met joden iets anders bedoelen dan hun natuurlijke vijand, de Ajax-supporters.)

Kunt u nog zingen? Overwin dan uw schroom en zing tot slot mee met de Feyenoord-fans die woensdag in de Kuip tijdens het bekerduel met Vitesse het volgende lied ten gehore brachten, op de melodie van We love you England:

Het zijn de homo's, yes yes, het zijn de homo's, yes yes, het zijn de homo's, yes yes, de homo's van Vites.

Meer over