TWEEKOPPIG MONSTER

Romans worden niet uitsluitend door de schrijver gemaakt. Achter iedere schrijver staat een redacteur, een liefdevolle maar ook kritische lezer....

De dag dat K. Schippers zijn manuscript inleverde bij z’n redacteur, Patricia de Groot, kan hij zich nog precies herinneren. ‘Ik bracht het naar haar toe. Vertelde waar het over ging. En zij wilde daar direct meer van weten.’

De Groot: ‘Ik wilde het liefst dat hij gelijk weer naar huis zou gaan, zodat ik meteen zou kunnen lezen.’

Wat De Groot in handen kreeg, was het manuscript van Waar was je nou. Ze wist: dit wordt het. De Groot, sinds tien jaar redacteur bij uitgeverij Querido, kreeg gelijk. De roman werd bekroond met de Libris Literatuur Prijs 2006.

Wanneer je de boekhandel inloopt en stapels romans ziet liggen, met glanzende omslagen en met op de achterzijde dikwijls het portret van de schrijver, sta je er zelden bij stil dat die verhalen niet uitsluitend worden gemaakt door één man of vrouw. Achter iedere schrijver staat een redacteur. Samen buigen ze zich over een product, dat zo goed mogelijk moet worden. Spelling is niet het eerste, daar zijn andere lezers voor, maar het totaal in de gaten houden, ‘de stilistische balans, de toon, en het ritme, dáár gaat het om’, zegt K. Schippers.

Mirjam van Hengel, redacteur bij uitgeverij Van Oorschot, gebruikt vergelijkbare woorden. Als belangrijkste taak van een redacteur noemt ze het spiegelen. Het openen van de ogen voor blinde vlekken, waar iedere schrijver last van heeft. Bij ieder boek laat ze zich leiden door de vraag of het zo goed is als het zou kunnen zijn. Het maximale moet eruit komen. Hetzelfde geldt voor Elik Lettinga, hoofdredacteur bij uitgeverij De Arbeiderspers: ‘Een redacteur is de schrijver per definitie goed gezind. Samen probeer je het beter te maken. Niet door je eigen stempel op het werk te zetten, maar door binnen de visie van de schrijver te denken.’ Lettinga vergelijkt het werk van de redacteur met een enzym: ‘Je vormt je naar een stukje, naar een stofje; je optimaliseert het.’

Gevoelsproduct

Gevoelsproduct
Toch is een literaire roman niet zomaar een product. Het is een gevoelsproduct. Het zit dicht op de huid van de schrijver, is ontsproten aan diens verbeelding, en dus heeft het een liefdevolle, maar tegelijkertijd kritische lezer nodig. Al met al een behoorlijk tweeslachtige rol. Een tweekoppig monster, noemt Lettinga het. Dat tweekoppige toont zich niet alleen tijdens het creatieve proces, waarin de redacteur de ene keer moet pamperen en de andere keer streng moet zijn, maar ook in de periode daarna, als het boek in de wereld is en critici hun oordeel vellen. ‘Samenwerken aan een roman stelt andere eisen aan een redacteur dan het vertegenwoordigen van dat werk naar de buitenwereld’, zegt Lettinga. ‘Het zijn ook niet altijd de prettigste boodschappen die je een auteur moet brengen.’

Gevoelsproduct
Je kunt je er van alles bij voorstellen; een schrijver in zak en as die aanmoediging behoeft, peptalk, troost bieden. Toch klappen de redacteuren hierover niet uit de school. Wanneer een aantal onfortuinlijke gevallen ter sprake komt, wordt er niet één schrijver met name genoemd. Het redacteurschap vergt overduidelijk een bepaalde vorm van discretie, en alle drie brengen ze die moeiteloos op, alsof het artsen zijn die een beroepsgeheim hebben.

Gevoelsproduct
De vergelijking met de medische sector doet zich in meer gevallen voor. Zoals de vroedvrouw helpt bij het baren, zo begeleidt de redacteur een boek zo goed mogelijk naar buiten. Interviews worden geregeld. Optredens, en meer van dat soort wereldse dingen. De concrete uitvoering laten ze aan anderen over, maar ze denken wel verder over zaken als marketing. Zo ontwikkelde Patricia de Groot het plan om met K. Schippers op tournee te gaan nadat hij de Libris had gewonnen. Talloze boekhandels deden ze aan. De Groot reed hem door heel Nederland en wisselde op de plaats van bestemming haar rol van chauffeur in voor die van interviewer. Inmiddels is de Libris-drukte wat geluwd, en werkt Schippers weer aan een nieuw boek. De titel is er al: Stil maar.

Gevoelsproduct
Eerdergenoemde discretie laat zich ook op een ander vlak zien. Mirjam van Hengel en schrijver Stephan Enter werken samen sinds Enter debuteerde met de verhalenbundel Winterhanden (1999). ‘De verhouding tussen redacteur en schrijver strekt zich uit over alle terreinen van het boek’, zegt Van Hengel. Vanaf de conceptie tot en met de uitverkoop. Maar omdat zo’n boek een deel van de schrijver is en zo van binnenuit komt, heeft het haast vanzelf alles met de persoon van de schrijver te maken. Het is een heel intieme verhouding, bevestigt Van Hengel. ‘En ik vind het nog altijd bijzonder dat ik daar met mijn neus bovenop mag staan. Soms praten we wel over persoonlijke dingen, maar in het algemeen zijn we daar allebei terughoudend in. Je kent elkaar eigenlijk heel goed, maar wij zullen dat zelden hardop bevestigen.’

Gevoelsproduct
Toch, hoe goed ze elkaar vaak ook kennen, het blijft een raar soort contact tussen redacteur en schrijver. Het is hollen of stilstaan: het ene moment is het vrij intensief en intiem, maar het volgende kunnen er makkelijk maanden, soms jaren voorbijgaan eer ze elkaar weer zien. Het heeft een volstrekt grillig verloop.

Gevoelsproduct
Er zijn auteurs die ook tussen twee boeken in veel zorg en aandacht nodig hebben van hun redacteur. Maar niet allemaal. Maria Barnas is zo iemand. ‘Zij heeft een zelfstartend mechanisme’, zegt Lettinga, die Barnas al tien jaar begeleidt. ‘Ik weet dat ze altijd wel ergens mee bezig is.’

Gevoelsproduct
Maria Barnas debuteerde in 1997 met de roman Engelen van ijs. Aanvankelijk had ze geprobeerd om door de kleine maar prestigieuze uitgeverij van Van Oorschot uitgegeven te worden. Dat leek te lukken. Totdat J.J. Voskuil op de proppen kwam met zijn lijvige romanreeks Het bureau. Voor Barnas zou gedurende negen maanden geen tijd zijn, wat ze toen onoverkomelijk lang vond. Nu denkt ze daar anders over.

Gevoelsproduct
Toch is er destijds wel naar haar werk gekeken. Het werd zelfs helemaal omgegooid. Dat was Barnas’ vuurdoop. Toen ze later bij De Arbeiderspers onderdak vond, veranderde de volgorde van haar verhaal opnieuw. ‘Het is er wel beter van geworden’, vertelt de schrijfster, maar de eerste keer moest ze wel even slikken. Die ervaring hebben meer schrijvers gehad. De meeste redacteuren kennen wel zo’n geval. ‘Ik vergeet soms tegen een debutant te zeggen dat ik ga redigeren. Ik begin gewoon’, zegt Lettinga. ‘Ik lever commentaar en vergeet ook te zeggen wat er dan wel deugt. Als iemand me dan steeds glaziger begint aan te kijken, weet ik dat ik voorzichtiger moet zijn.’

Amputeren

Amputeren
Niet alleen debutanten krijgen adviezen om compositie te wijzigen. Uit het later bekroonde Waar was je nou verdween in een vroege fase een heel hoofdstuk. De Groot vond het prachtig, daar lag het niet aan, maar het was boven de maat. Schippers moest eerst aan het idee wennen: ‘Het was een heftig iets, een heel hoofdstuk amputeren. Maar ik zag dat ze gelijk had. Dat ene hoofdstuk blokkeerde de boel. Toen het eruit was, kon het verhaal weer stromen. De balans zat er weer in. Dat had zij goed gezien.’

Amputeren
Stephan Enter verkeert, vindt hij, in een uitzonderlijke positie. Zijn werk wordt door drie personen bekeken. Niet alleen zijn redacteur, Mirjam van Hengel, levert commentaar, ook baas Wouter van Oorschot en z’n kompaan Gemma Nefkens lezen mee. Dat lijkt veel, drie van die lezers van formaat, maar Enter is er gelukkig mee. Hij zoekt juist zoveel mogelijk kritiek, om zichzelf te scherpen. ‘Ik houd van weerstand’, zegt Enter. ‘Ik ben niet ijdel over mijn artisticiteit. Ik geloof ook niet in een goddelijke vonk of iets dergelijks, in mijn verhaal mag zeker wel gehakt worden als het daardoor beter wordt.’

Amputeren
Het duo Enter en Van Hengel blijkt nu en dan flinke discussies te hebben. Op sommige momenten zijn ze het zelfs fundamenteel met elkaar oneens. ‘En dan heb ik ook nog eens een opvliegend karakter’, zegt Enter lachend. ‘Maar op een belangrijk punt zijn we het wel eens: mijn ironie.’ Van Hengel knikt tevreden.

Amputeren
Voor Maria Barnas bestaat het werk van haar redacteur niet zozeer uit het herschikken, schrappen en indikken, maar juist uit het vasthouden van bepaalde ideeën. Op het moment legt ze de laatste hand aan haar tweede dichtbundel. De titel kan ze wel al prijsgeven: Er staat een stad op. Mooie, sterke titel, vond ook Lettinga. Maar omdat Barnas zich ervan bewust is hoe bepalend een titel voor de eerste indruk van een bundel kan zijn, twijfelde ze toch. Steeds kwam er iets nieuws. Best aardig allemaal. Maar Lettinga hield toch vast aan dat eerste idee. Nu zijn ze het er wel over eens.

Amputeren
Patricia de Groot is inmiddels de derde schrijvende redacteur van Schippers. Haar voorgangers waren de dichter Jan Kuijper en de essayist Anthony Mertens. De Groot debuteerde zelf in 2002 met een literaire roman, De achteroverval. Haar eigen schrijverschap ziet ze als een voordeel bij het begeleiden van anderen. ‘Ik weet feilloos hoe een opmerking over je boek aankomt.’

Amputeren
Toch laat De Groot zich kennen als de meest schrappende redacteur van het genoemde drietal. ‘Korter maken, zegt ze, nooit langer’, vertelt Schippers. Het is wel eens voorgekomen dat er van een bepaalde schrijver een heel manuscript niet werd uitgegeven omdat het niet goed genoeg was en ook niet in het oeuvre paste. Een treurige beslissing op dat moment, maar bedoeld om de schrijver in kwestie te beschermen. Ook dat hoort bij de taak van een redacteur.

Amputeren
K. Schippers huivert – voor de grap. ‘Dat wacht mij dus. Ze begint met één hoofdstuk en ze schrapt uiteindelijk je hele boek.’

Snuffelen

Snuffelen
De relatie tussen redacteur en schrijver lijkt de afgelopen jaren intensiever geworden. De Universiteit van Amsterdam biedt studenten Nederlands tegenwoordig de mogelijkheid zich te verdiepen in het redacteursvak. Ze snuffelen aan het redigeren van teksten, en kunnen als ze willen stage lopen bij een uitgeverij.

Snuffelen
Maar De Groot, Lettinga en Van Hengel zijn er alle drie van overtuigd dat je het toch vooral in de praktijk leert. Je hebt veel leeservaring nodig. En een beetje levenservaring. Meer dan hebt als je net bent afgestudeerd.

Snuffelen
K. Schippers merkt op dat er vroeger helemaal geen redacteuren waren. ‘Dat wil zeggen: ik kan het me niet herinneren’, zegt hij. ‘Mijn gedichten werden pas vanaf eind jaren zeventig geredigeerd.’

Snuffelen
Interessante observatie. Dat zou betekenen dat boeken in de afgelopen decennia, in tegenstelling tot wat door veel recensenten beweerd wordt, beter zijn geworden, simpelweg omdat er meer mensen aan hebben gewerkt.

Snuffelen
Nu zou dat voor de drie kwaliteitsuitgeverijen De Arbeiderspers, Querido en Van Oorschot best eens kunnen opgaan. Maar bij andere uitgeverijen is daar niet direct iets van te merken. Commerciële motieven spelen een belangrijke rol. Titels worden soms al te haastig op de markt gebracht, met merkbaar slecht geredigeerde boeken als gevolg.

Snuffelen
Wie echter de solide huwelijken tussen deze drie redacteuren en hun schrijvers ziet, kan vertrouwen hebben. De koppels zijn gelukkig met elkaar. Via het werk hebben ze zich in elkaar verdieptin elkaar. De weerslag daarvan moet terug te vinden zijn in de boeken.

Snuffelen
Maar alleen voor wie het weet. De hand van een redacteur blijft voor de lezer onzichtbaar.

Meer over