Tweede Kamer vraagt hogere uitkeringen voor kunstenaars

Een meerderheid van de Tweede Kamer vindt dat de nieuwe uitkering voor kunstenaars moet worden verhoogd. Een voorstel van het kabinet voor de Wet Inkomensvoorziening Kunstenaars (WIK) voorziet in een inkomen van 60 procent van de normale bijstandsuitkering....

Van onze verslaggeefster

DEN HAAG

Minister Melkert van Sociale Zaken zal zich niet verzetten tegen de hoogte van 70 procent. Ook de VVD-fractie maakte donderdag in een kamerdebat over het wetsvoorstel duidelijk geen halszaak van de verhoging te zullen maken.

Volgens het wetsvoorstel krijgen werkloze kunstenaars (beeldhouwers, schilders, dansers, musici) vier jaar lang de gelegenheid een zelfstandig bestaan als kunstenaar op te bouwen. De WIK garandeert in die periode een basisinkomen van 60 procent van de bijstandsuitkering. De kunstenaar mag daarnaast bijverdienen tot 115 procent van het bijstandsniveau. Anders dan bij een gewone uitkering hoeft de kunstenaar vier jaar lang niet te solliciteren of een aangeboden betaalde baan te accepteren.

Minister Melkert gaat ervan uit dat vooral net afgestudeerden van kunstacademies gebruik zullen maken van de regeling. Het verschil tussen het inkomen als student en dat van de WIK-ontvanger is niet zo groot.

Oudere kunstenaars kunnen het zich minder veroorloven gebruik te maken van de regeling, zeker als ze in een vakgebied werken waarin de mogelijkheid voor bijverdienen gering is. Dat geldt bijvoorbeeld voor dansers, werd in het kamerdebat opgemerkt.

Verhoging van de WIK-uitkering hoeft niet te leiden tot hogere kosten voor de overheid, betoogden de kamerfracties. Een hogere WIK-uitkering zal meer kunstenaars verleiden deze voorziening aan te vragen in plaats van bijstand. Omdat veel werkloze kunstenaars nu bijstand ontvangen, zal de overheid hierdoor besparen. Minister Melkert wil niet ingaan op de wens van de Kamer om de marge voor bijverdiensten te verhogen naar 125 procent.

Meer over