Tweede Kamer moet zich tegen 'Nice' keren

Het Verdrag van Nice, dat de uitbreiding van de EU met nieuwe lidstaten mogelijk moet maken, moet vandaag niet door de Tweede Kamer worden geratificeerd, menen de europarlementariërs Michiel van Hulten, Lousewies van der Laan en Elly Plooij-van Gorsel....

IN december vorig jaar werden de Europese regeringsleiders het eens over het Verdrag van Nice. Dat moet de uitbreiding van de Europese Unie met nieuwe lidstaten mogelijk maken. Regeringsleiders bestempelden het daarom als historisch, maar in de meeste lidstaten werd het onderhandelingsresultaat onthaald op een storm van kritiek; de Ierse bevolking sprak zich er in een referendum zelfs tegen uit.

Toch is de Tweede Kamer, inclusief onze paarse collega's, van plan het verdrag deze week goed te keuren. Wij hopen dat de Kamer zich alsnog bedenkt, om drie redenen.

Ten eerste maakt het Verdrag zelfs zijn toch al beperkte ambities op geen enkele wijze waar. De toetreding van tien à twaalf nieuwe lidstaten maakt een ingrijpende hervorming van de logge Europese instellingen noodzakelijk. De lidstaten werden het in Nice weliswaar eens over een nieuwe stemverhouding in de Raad van Ministers, waarbij de zetelaantallen in het Europees Parlement als wisselgeld werden gebruikt, maar zij slaagden er niet in de uiterst complexe besluitvorming te vereenvoudigen. De lidstaten behouden op veel terreinen hun vetorecht. In gevallen waar sprake is van meerderheidsbesluiten leidt de nieuwe stemverhouding in de Raad ertoe dat een kleine groep landen de besluitvorming eenvoudig kan blokkeren.

In de tweede plaats blijft een aantal grote knelpunten bestaan. De afgelopen 45 jaar hebben de lidstaten van de EU tal van bevoegdheden overgedragen aan Brussel, zonder te zorgen voor de bijbehorende democratische controle. Wij vinden dat altijd sprake moet zijn van parlementaire controle, hetzij nationaal, hetzij Europees. Op de meeste beleidsterreinen beschikt het Europees Parlement inmiddels over het recht wetgeving te amenderen, en zonodig te verwerpen. Op een aantal andere terreinen beschikken de lidstaten nog over een veto, zodat de nationale parlementen in theorie hun controlerende taak kunnen uitoefenen. Op een derde categorie terreinen besluit de Raad bij meerderheid en beschikken nationale parlementen dus niet over de mogelijkheid ministers terug te fluiten, maar heeft ook het Europees Parlement niets in de melk te brokkelen. Het voornaamste voorbeeld is het landbouwbeleid, goed voor bijna de helft van de Europese begroting. Zo is het non-vaccinatiebeleid bij MKZ-uitbraken nooit door enig parlement goedgekeurd. Bij de ratificatie van Nice zal ook de belangrijke handel in diensten, inclusief intellectuele eigendom, onder deze procedure vallen. Het democratisch gat wordt dus groter. Zo'n stap achteruit is nieuw, maar de kritiek op het democratisch tekort niet: ook bij de ratificatie van de Verdragen van Maastricht en Amsterdam werd erover geklaagd. Iedere keer wordt deze klacht weerlegd met het simpele argument: stem deze keer maar voor, dan zullen we het de volgende keer beter doen.

Inmiddels moeten we vaststellen dat volksvertegenwoordigers onvoldoende serieus worden genomen, en dat zonder een duidelijk signaal aan de regeringsleiders van enige voortgang nooit sprake zal zijn.

In de derde plaats sprak de Ierse bevolking zich in juni van dit jaar in een referendum uit tegen ratificatie. Daarmee had politiek gezien het doek moeten vallen, aangezien EU-verdragen door iedere lidstaat geratificeerd moeten worden. Het besluit werd door Ierse en Europese politici echter toegeschreven aan 'onvoldoende informatie' en gebrekkige belangstelling. De verwachting is dat de Ieren begin volgend jaar opnieuw naar de stembus gaan om alsnog 'goed' te stemmen. Het doet denken aan Denemarken, waar het Verdrag van Maastricht in 1992 werd verworpen om bij een tweede stemming in 1993 alsnog te worden goedgekeurd. De boodschap van de politiek is duidelijk: de burger mag meebeslissen over Europa, maar alleen als hij ons standpunt volgt. Het hoeft geen verbazing te wekken dat burgers zich dan afwenden van de Europese integratie. De Ierse regering, en daarmee de Unie, had zich bij de uitspraak van de kiezers neer moeten leggen.

Wie zich uitspreekt tegen ratificatie van 'Nice', krijgt al snel het verwijt naar zijn hoofd de uitbreiding van de Unie tegen te houden. Dat is een onzinnig argument, zo gaf voorzitter Prodi van de Europese Commissie deze zomer in een onbewaakt moment zelf toe. Feitelijk bevat het Verdrag van Nice slechts twee afspraken die relevant zijn voor de uitbreiding: de nieuwe stemverhouding in de Raad van Ministers en de zetelverdeling in het Europees Parlement. Bij de toetreding van Finland, Oostenrijk en Zweden werden die zaken gewoon in de afzonderlijke toetredingsverdragen geregeld. Dat kan nu ook, dus zonder het Verdrag van Nice.

Door de gebeurtenissen van de afgelopen maanden lijkt Europa eindelijk doordrongen van de noodzaak van nauwere samenwerking op het gebied van buitenlands beleid, defensie, justitie en binnenlandse zaken. Niet alleen is het Verdrag van Nice daardoor nu al hopeloos achterhaald, maar ook lijkt er een momentum te ontstaan voor nieuwe, vergaande afspraken over Europese samenwerking. Het is zaak dat te benutten. Half december komen de Europese regeringsleiders in het Belgische Laken bijeen om zich te buigen over de aanloop naar alweer het volgende Europese verdrag. De blamage die Nice was, heeft er in ieder geval toe bijgedragen dat nu brede steun bestaat voor het pleidooi van het Europees Parlement om een volgend Verdrag niet door regeringsleiders achter gesloten deuren te laten opstellen, maar in een openbare conventie waarin regeringen, nationale parlementen en Europees Parlement zijn vertegenwoordigd.

Dat is winst. Nog beter is het om het niet geratificeerde Verdrag van Nice te laten voor wat het is. Als de Tweede Kamer het verdrag zou terugsturen naar de regering, met de opdracht in Laken met iets beters te komen, dan zou dat niets minder dan een democratische revolutie zijn. Dat is precies wat Europa nu nodig heeft.

Meer over