Nieuws

Tweede huis, forse beleggingsportefeuille: het nieuwe kabinet zit goed in de slappe was

Het overzicht van de financiële belangen van het nieuwe kabinet bevestigt wat we al wisten: privé bevinden bewindspersonen zich als vermogende elite in een andere wereld dan de meeste kiezers.

Yvonne Hofs
Koning Willem Alexander ontvangt het nieuwe kabinet op Paleis Noordeinde, 10 januari 2022. Beeld Brunopress / Patrick van Emst
Koning Willem Alexander ontvangt het nieuwe kabinet op Paleis Noordeinde, 10 januari 2022.Beeld Brunopress / Patrick van Emst

Een opvallend groot deel van het kabinet bezit een tweede huis, een flinke beleggingsportefeuille en zit goed in de slappe was. Dat geldt ook voor de meeste Kamerleden.

Terwijl de Kamer zich deze week vooral druk maakte over koopkrachtverbetering voor de laagste inkomens, is een vertegenwoordiger van die groep nergens te bekennen. Het Nederlandse parlement bestaat hoofdzakelijk uit hoogopgeleiden. Kamerleden verdienen bovendien een riant salaris van ongeveer 120 duizend euro per jaar (hoewel de SP’ers een groot deel daarvan in de partijkas storten).

Financiële belangen

De net aangetreden kabinetsploeg zit er gemiddeld nóg iets warmer bij, leert het overzicht van de financiële en zakelijke belangen dat premier Rutte naar de Kamer heeft gestuurd. Daarin maakt hij de financiële belangen van de nieuwe bewindslieden openbaar. Minstens dertien van de 29 bewindspersonen blijken twee of meer huizen bezitten, of ander vastgoed naast de eigen woning. Het gaat om elf (van de twintig) ministers en twee staatssecretarissen.

Waarschijnlijk is het tweedehuizenbezit onder bewindspersonen nog groter, want Rutte noemt niet alle kabinetsleden in zijn brief. Degenen die reeds lid waren van het kabinet Rutte III hebben hun bezittingen in 2017 al opgegeven. Toen waren de regels minder streng, waardoor over hun beleggingen minder details bekend zijn. Van de doorstartende bewindspersonen noemt Rutte alleen de ministers Sigrid Kaag en Kajsa Ollongren.

Vastgoed

De nieuwe bewindspersonen moesten voor half januari al hun bestuurlijke nevenfuncties melden en daar vervolgens afstand van doen. Het beheer over hun beleggingen, waaronder tweede huizen die verhuurd worden, moeten ze aan een onafhankelijke derde (geen familielid) overdragen. De standaardmanier om dat te regelen, is het onderbrengen van de beleggingen in een stichting.

Minister Henk Staghouwer van Landbouw lijkt op het eerste gezicht de grootste vastgoedbezitter te zijn. Volgens Ruttes brief is de Groninger eigenaar van ‘zeven registergoederen in Nederland’ die hij verhuurt. Een blik in het kadaster maakt duidelijk dat al die registergoederen waarschijnlijk één groot detailhandelspand in het centrum van Zuidhorn zijn. Staghouwer verhuurt winkelruimte aan onder andere een kringloopwinkel, een bakker, een slager en een sleutelmaker.

(Vakantie)huizen

Er zijn meer ministers die als vastgoedbelegger actief zijn. Minister Karien van Gennip van Sociale Zaken woont in Oegstgeest, maar bezit daarnaast een appartement in de chique Apollobuurt in Amsterdam. Dat werd in maart 2020 te huur aangeboden voor 2.500 euro per maand. Micky Adriaansens (Economische Zaken) heeft twee Nederlandse woningen in de verhuur, net als Liesje Schreinemacher (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking).

Sigrid Kaag (Financiën) verhuurt haar voormalige woning aan het Meer van Genève. Ook Adriaansens heeft een (vakantie)huis in Zwitserland, maar dat verhuurt zij niet. De andere bewindspersonen die naast hun woonhuis een of meer andere woningen bezitten zijn: Christianne van der Wal (twee, in Nederland), Wopke Hoekstra en Hanke Bruins Slot (Nederland), Marnix van Rij (Sint Eustatius), Kajsa Ollongren (Zweden), Dilan Yesilgöz en Gunay Uslu (Turkije).

Effecten

Een aantal bewindspersonen belegt daarnaast in effecten. Zo’n beleggingsportefeuille kan afhankelijk van de samenstelling een fors rendement opleveren.

Karien van Gennip, voormalig directeur Private Banking en Beleggen bij ING, lijkt over een indrukwekkend aandelenpakket te beschikken. Zij bezit niet alleen aandelen ING, maar investeert volgens Rutte in ‘openbare beleggingsfondsen met een brede spreiding (internationaal) bij banken in Nederland, Frankrijk en de VS’. Daarnaast deelt zij vanaf dit jaar waarschijnlijk mee in het rendement van de aandelenportefeuille van haar ouders.

Andere bewindspersonen met een substantieel effectenbezit zijn Adriaansens (beleggingsfondsen), Van Rij (aandelen in 43 bedrijven), Kaag en Conny Helder, de minister voor Langdurige Zorg (aandelen in zeventien bedrijven). Adriaansens heeft haar effecten ondergebracht in een stichting waarvan onder andere Ben Knüppe, de voormalige faillissementscurator van DSB Bank, bestuurder is.

Opmerkelijke beleggingen

Sigrid Kaag bezat in 2015, volgens haar eigen opgave aan de Verenigde Naties (haar toenmalig werkgever) aandelen in Facebook, Twitter en Chesapeake Energy, een Amerikaans olie- en gasbedrijf. Een opmerkelijke beleggingskeuze, gezien de klimaatambities van haar partij en de harde kritiek van D66 op de macht van de grote technologiebedrijven.

Waarschijnlijk heeft zij deze aandelen inmiddels verkocht, want Rutte schrijft dat zij investeert in internationale beleggingsfondsen ‘met een brede spreiding’.

Meer over