Tweede fase leidde tot overbelasting

De tweede fase werd in 1997 op een aantal scholen en in 1999 landelijk ingevoerd in de bovenbouw van havo en vwo....

Een van de belangrijkste doelstellingen was de aansluiting met het hoger onderwijs te verbeteren. De traditionele vakkenpakketten die leerlingen grotendeels zelf mochten samenstellen, verdwenen. Alle leerlingen volgen nu een breed pakket algemeen vormende vakken zoals Nederlands, Engels en een vorm van wiskunde. Van de talen zijn alleen delen verplicht voor iedereen (alleen lezen of alleen spreken). Dit zijn de omstreden deeltalen.

Daarnaast kiest elke leerling een aantal vakken uit een van de vier mogelijke profielen. Dat zijn: cultuur en maatschappij, economie en maatschappij, natuur en gezondheid en natuur en techniek. Daarbovenop kiezen de leerlingen ook nog uit een aantal vrije vakken.

In totaal komt het aantal vakken daarmee op veertien of vijftien, veel meer dan vroeger. Omdat er al snel veel kritiek kwam op het overladen van het programma van voor leerkrachten en leerlingen, besloot de vroegere staatssecretaris van Onderwijs Adelmund tot een aantal verlichtingen van de exameneisen.

De tweede fase moest de havo- en vwo-leerlingen beter voorbereiden op het hoger onderwijs. Maar uit een evaluatie van de onderwijsvernieuwing klonk onlangs een ander geluid door. Het programma is te versnipperd. Universiteiten en hogescholen klagen over gebrek aan diepgang en parate kennis van hun eerstejaarsstudenten. Taalvaardigheid, rekenvaardigheid en analytisch vermogen zijn minder dan vroeger, is hun indruk. Met een drastische beperking van de examenvoorschriften, het schrappen van de deeltalen en andere deelvakken hoopt Van der Hoeven vanaf 2007 leerlingen en leraren beter beslagen ten ijs te laten komen.

Meer over